Gluren in andermans kunstcollecties

Wanneer je voor het eerst bij iemand op bezoek bent, is niets zo verhelderend als een blik op de boekenkast of de platencollectie. De muzieksmaak en de literaire voorkeuren van de bewoner vertellen iets over zijn persoonlijkheid. Maar hoe zit het met de kunstwerken die hij aan de muur heeft hangen? Is de identiteit van een persoon af te lezen aan de beelden en schilderijen waarmee hij zich omringt? Die vraag dringt zich op bij het zien van de tentoonstelling Iets wat zoveel kost, is alles waard in De Beyerd in Breda, waar tien Nederlandse verzamelaars hun privé-collecties voor het eerst aan het publiek presenteren.

De anders zo kille, onpersoonlijke zalen van De Beyerd zijn voor de gelegenheid omgetoverd in gezellige woonkamers. In alle hoeken en gaten van het museum is kunst te vinden. Er hangen schilderijen boven deuropeningen en etnografische objecten tegen het plafond. Zelfs de loze ruimte onder de trap staat volgestouwd met beeldhouwwerken. Je moet je over een salontafeltje buigen om een tekening van Leon Golub goed te kunnen bekijken, en om de sieraden op een nachtkastje te bewonderen dien je jezelf eerst langs het bed van de eigenaar te wringen.

De verzamelaars, die ieder een zaal ter beschikking kregen, werden gevraagd om de opstelling in hun eigen huizen zoveel mogelijk te handhaven. En dus bracht de arts Pieter Onstein zijn 19de-eeuwse zitbank en zijn koloniale dekenkist met koperen handvaten mee. Daarboven hangt nu, net als thuis, een vrolijk schilderij van de Tjechische kunstenaar Milan Kunc. Naast de bank staat een wulpse, met bladgoud beklede sculptuur van André van de Wijdeven. Het barokke uiterlijk van het hedendaagse beeld sluit naadloos aan bij de deftige antieke meubelen.

Het heeft iets voyeuristisch om zo ongegeneerd tussen de persoonlijke spullen van onbekenden rond te mogen snuffelen. Als een inbreker dwaal je door de vertrekken. Je vlijt je neer op een bed met een kleurrijke deken van Fransje Killaars en gaat zitten op een designstoel van Philippe Starck. Jaloers kijk je naar de kinderkamer van de zevenjarige dochter van verzamelaar Rob van Schaik, die is ingericht met een antiek poppenhuis en lieflijke tekeningen van konijnen en hondjes. En terwijl je je aan al deze verborgen kunstschatten vergaapt, heb je voortdurend het gevoel dat de eigenaren over je schouder meekijken.

Lange tijd werd gedacht dat de kunstverzamelaar in Nederland tot een uitstervend ras behoorde. Deze tentoonstelling bewijst het tegendeel. Gastconservator Renée Steenbergen deed ruim vijf jaar onderzoek naar collectioneurs van moderne kunst in ons land en hoopt volgende maand op dit onderwerp te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Ze kwam tot de ontdekking dat Nederland honderden fanatieke kunstkopers telt en dat die groep niet louter uit rijke industriëlen bestaat, maar ook studenten, postbeambtes en schrijvers omvat.

Het aardige van de tentoonstelling is dat nu eens niet gekozen is voor bekende verzamelaars als Joop van Caldenborgh, Martin Visser of Martijn Sanders, maar voor de anonieme kunstliefhebbers die in stilte hun privémuseum inrichten. Het levert een veelzijdig beeld op.

Er is een zaal met alleen maar Nederlandse fijnschilders, zoals Matthijs Röling, Henk Helmantel en Wout Muller. In een andere zaal, die wel wat weg heeft van een tropenmuseum, gaan een schilderij van Lucassen en een tekening van Wolvecamp een dialoog aan met Nigeriaanse maskers en beelden uit de Asmatcultuur. Er zijn ook verzamelaars die minder selectief zijn, zoals de omnivoor Henri Swagemakers die ruim zeshonderd werken bezit van wereldberoemde kunstenaars als Rita Ackerman, Jimmie Durham en Rineke Dijkstra.

Verwacht in De Beyerd geen kunsthistorisch verantwoorde presentaties of vastomlijnde thema's. De werken zijn veelal op basis van gevoel bijeengebracht. Ze zijn geselecteerd op betaalbaarheid, of op afmeting, omdat er zelfs op het toilet van de verzamelaar geen stuk vrije muur meer te vinden was. Anders dan museale collecties getuigen deze verzamelingen van een persoonlijke smaak. Als er iets duidelijk wordt op deze tentoonstelling, dan is het wel dat iedere privé-collectie uniek is.

De zaal van Gerard Vermeulen mag in dit opzicht niet onvermeld blijven. Zijn verzamelwoede richt zich op het werk van slechts één man: de Engelse landschapskunstenaar Richard Long. Hoewel de collectie geen unica telt en voornamelijk uit drukwerk bestaat, is de verzameling qua omvang en volledigheid ongeëvenaard. De kleine ruimte is tot de nok toe gevuld met catalogi, ingelijste interviews, affiches en op jaar gerangschikte ordners vol briefwisselingen, uitnodigingen en artikelen. Vermeulens fascinatie voor Richard Long is als de verering van een popster. Als er een fanclub voor Long zou bestaan, dan zou Vermeulen de voorzitter zijn.

Tentoonstelling: Iets wat zoveel kost, is alles waard. 10 Nederlandse privé-collecties. T/m 26-5 in De Beyerd, Boschstraat 22, Breda. Open di t/m vr 10-17u, za-zo 13-17u. Inl: 076-5299900.