Gevarenzone dreigt voor pensioenfonds in de zorg

De gevarenzone nadert voor PGGM, het pensioenfonds voor de zorgsector. De financiële positie is verzwakt, de premie stijgt.

,,Hoe vervelend het ook is, maar de prijs moet worden betaald.''

PGGM, het verplichte pensioenfonds voor bijna een miljoen werkers in zorg- en welzijnsbedrijven, verhoogt vrijwel zeker volgend jaar opnieuw zijn pensioenpremies, nu met de maximaal toegestane 1,5 procentpunt.

Geen leuke boodschap voor de door wachtlijsten en personeelstekorten geplaagde zorg. Directievoorzitter D. de Beus van PGGM gaf somberaars gisteren bij de publicatie van PGGM's jaarverslag een bleek zonnetje mee. In de barre jaren zeventig was de premie 25 procent van het salaris, nu wordt het 9,1 procent.

PGGM, na ABP (ambtenaren en onderwijzers) Nederlands grootste pensioenfonds, boekte vorig jaar op zijn beleggingen van 51 miljard euro een negatief rendement van 6 procent. Aandelen, de belangrijkste beleggingscategorie (23 miljard euro), verloren bijna 13 procent. Een killer beleggingsjaar dan 2000. Beleggingswinst is de primaire inkomstenpost van pensioenfondsen.

Het bleef niet bij beleggingsflops. De pensioenkosten stegen ook explosief. De loonstijging, die als inflatietoeslag (indexatie) ook de gepensioneerden wordt vergoed, was vorig jaar bijna 6 procent.

Oplopende pensioenverplichtingen en negatieve beleggingsinkomsten ondermijnen de financiële positie van het PGGM fonds. De gevarenzone is in zicht. De verhouding tussen het beschikbaar vermogen en de pensioenverplichtingen (zogenoemde dekkingsgraad) is in twee jaar met bijna 40 procentpunt gekrompen tot 112 procent eind 2001.

Fondsen die onder de 110 procent zakken weten zich in een ongemakkelijke positie. De doorgaans als afstandelijk ervaren toezichthouder Pensioen- en Verzekeringskamer wil dan graag rap horen hoe een fonds voorkomt dat zijn dekkingsgraad verder verkruimelt. Wee degene die onder 100 procent daalt.

Een van de standaardacties om de financiële positie van een pensioenfonds te bewaken is een premieverhoging. Maar PGGM haalt meer uit de kast: een nieuw stel normen en cijfers. De dekkingsgraad is in het verleden eigenlijk te ruim opgevat. Wie naar de werkelijke, juridisch afdwingbare pensioenverplichtingen kijkt, ziet een mooier financieel plaatje. Dan is de dekkingsgraad 124 procent.

De Beus ontkende gisteren dat de gedaalde dekkingsgraad de premieverhoging had uitgelokt. De vaststelling van de premie is bij PGGM een wisselwerking van beleggingswinsten/verliezen en de loonstijging in de bedrijfstak.

Toch zit de dekkingsgraad PGGM én de pensioenfondswereld als geheel dwars. De fondsen willen ruimte om tijdelijk minder dan 100 procent dekking te hebben. Willen zij de regels bijbuigen om het hoofd boven water te houden en de werkgevers en werknemers, die de fondsen besturen, in de gure economie niet op te zadelen met excessieve premiestijgingen?

De Beus erkent dat de timing van de voorstellen uit de pensioenfondswereld ,,niet briljant'' was, maar hij ontkent dat de dalende rendementen de roep om ruimte hebben gevoed. De SER, het overlegforum van werknemers, werkgevers en deskundigen, steunt de voorstellen, staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) niet.

De Beus vreest voor een uitholling van het wereldberoemde en alom geroemde Nederlandse pensioensysteem als de fondsen met de dekkingsgraadplicht blijven ingesnoerd. Alle geld en alle moeite om een dekkingsgraad van tenminste 100 procent te handhaven suggereren zekerheid, ook voor de groeiende (stemmers)groep van gepensioneerden die de indexatie van hun pensioen willen veiligstellen.

Maar het omgekeerde zal volgens De Beus het gevolg zijn. ,,Als wij zoveel vermogen moeten aanhouden, uitsluitend om aan de pensioentoezeggingen te voldoen, dan kan je dat geld niet aanwenden voor indexatie.'' Bij honderd procent zekerheid over de dekking van de pensioentoezegging kan in de toekomst gemiddeld 53 procent van de indexatie worden betaald, becijfert PGGM. Bij 99 procent zekerheid stijgt dat percentage naar 84.