Fysicus aan de top

`Zonder Philips zouden we een armetierig landje zijn, als het gaat om R&D-uitgaven''. De woorden zijn afkomstig van Ad Huijser en hij heeft alle reden om trots te zijn, want sinds het begin van deze maand is de 55-jarige fysicus de verantwoordelijke man voor technologie binnen de raad van bestuur van Philips. Chief Technology Officer dus. Een nieuwe titel, die voor zijn voorgangers Frank Carrubba en Roel Pieper niet was weggelegd.

,,Goed voor Philips en leuk voor Huijser'', zegt Willem Marris, voormalig bestuursvoorzitter van ASML. Deze producent van chipmachines was ooit een volledige dochter van Philips. En Huijser was destijds actief bij Philips Natlab. ,,Het leuke aan hem is dat hij zeer wetenschappelijk is, maar dergelijke zaken ook heel wervend kan overbrengen op mensen die minder aanleg op dat vlak hebben, zoals ik'', zegt Marris.

Die wervende kracht zal volgens bestuursvoorzitter Gerard Kleisterlee nodig zijn, zo liet hij tijdens de recente aandeelhoudersvergadering weten. Het oude beeld van wereldvreemde, niet-marktgerichte onderzoekers moet voor eens en voor altijd verdwijnen. Technologie is volgens Kleisterlee net als het Philips-merk en de organisatie een pijler van het beleid. ,,Philips wil de kracht van leiderschap en technologie in de markt combineren'', zo heette het mooi.

Ad Huijser is al sinds 1970 bij Philips werkzaam, in diverse functies bij de onderzoekslaboratoria. Hij studeerde technische natuurkunde in Eindhoven en promoveerde aan de Technische Universiteit Twente. In 1991 werd hij CTO van de divisie consumentenelectronika . ,,Een moeilijk vak'', zei hij daar zelf toen over.

Dat de combinatie van technologie en de markt lastig is, bleek al in de tijd van Carrubba, medio jaren negentig lid van de raad van bestuur. ,,Philips krijgt de timing om nieuwe technologie naar de markt te brengen maar niet in de vingers'', zei de Amerikaan toen. Huijser zelf noemde in 1992 de toen net verschenen cd-i (interactieve cd's met informatie, beelden en spelletjes voor op tv) ,,een vreselijk moeilijk product. Er is een enorme onzekerheid over de vraag of het aanslaat'', zei hij destijds. In een vraaggesprek met deze krant zei hij dat ,,gedurende het ontwikkelingsproces [van cd-i] enkele aanbieders zouden sneuvelen. Het is al vaker voorgekomen dat pioniers de kogel kregen en de settlers de grond.'' Cd-i is geen moment een succes geweest. De digitale cassetterecorder DCC evenmin.

Frustrerend vond hij zijn werk in Silicon Valley, waar hij van 1996 tot 1998 directeur was van het Philips Multimedia Center. In het bedrijfsblad Mondial constateerde hij in die tijd een gevoel van `déjà vu'. Hij kwam in Silicon Valley beginnende bedrijfjes tegen die bezig waren met de ontwikkeling van ,,technologie die Philips twee of drie jaar eerder op de plank had gelegd.''

Volgens Roel Pieper, korte tijd zelf verantwoordelijk voor technologie bij Philips, is Huijser iemand die veel aanzien geniet binnen Philips. ,,Mede door zijn lange carrière binnen Philips kent hij het bedrijf zeer goed. Hierdoor kan hij binnen het concern dingen echt voor elkaar krijgen. Zonder het vertrouwen van de mensen uit de divisies kun je niets voor elkaar krijgen.''