De verdachte moet zijn kop houden

Amr Moussa is een van de duizenden Palestijnen die de afgelopen weken werden opgepakt door het Israëlische leger. `Het is oorlog, daarin hebben jullie geen rechten', kreeg hij te verstaan.

,,Kop dicht!'' Dat kreeg Amr Moussa te horen van zijn Israëlische bewakers telkens als hij vroeg of hij twaalf uur na zijn arrestatie misschien iets mocht eten of drinken, naar de wc kon, zijn familie kon bellen of een advocaat. ,,Als gevangenen hebben wij daar recht op!'' zei de 34-jarige Moussa, die al eerder in een reguliere Israëlische gevangenis had gezeten. ,,Kop dicht!'' antwoordde de Israëlische bewaker. ,,Het is oorlog, daarin hebben jullie geen rechten!'' Maar als het oorlog is, wierp Moussa weer tegen, dan geldt de Conventie van Genève. ,,Kop dicht!''

Amr Moussa is een van de duizenden Palestijnse mannen tussen de 15 en 45 die de afgelopen twee weken bij Israëlische razzia's in de Westelijke Jordaanoever zijn opgepakt. Moussa's – telefonisch opgetekende – verhaal komt overeen met het relaas van vele andere inmiddels weer vrijgelaten Palestijnen. Israëlische mensenrechtenorganisatie hebben een kort geding aangespannen om een eind te maken aan wat zij bestempelen als `martelingen'.

Het gebeurde vorige week zaterdag rond het middaguur. Eerder hadden Israëlische soldaten al twee keer Moussa's huis in Al-Khadra bij Bethlehem binnenstebuiten gekeerd. Maar, zegt hij, ,,ik spreek Hebreeuws dus ik kon met ze kletsen en voorkomen dat ze het huis helemaal verwoestten. Wel sloegen ze de bril van mijn hoofd. Die is nu stuk''.

Maar toen kwamen andere soldaten langs voor ,,een paar vragen, het duurt hooguit vijf minuten''. Moussa stemde in maar hij stond nog niet buiten of hij werd direct geblinddoekt en geboeid afgevoerd. Uiteindelijk eindigde hij met 150 anderen in een zinken barak bij de legerpost Kfar Assyun. Ondanks de regen en de ijskoude wind moesten alle gevangenen permanent geboeid en geblinddoekt op 30 centimeter van elkaar blijven zitten. Om een uur 's nachts kregen ze uiteindelijk iets te eten; de restjes van het feestmaal waarmee de soldaten de joodse feestdag Pesach hadden gevierd.

Slapen kwam er niet van bij Moussa en de anderen, daarvoor deden de boeien teveel pijn en moesten ze in een te ongemakkelijke houding zitten. In de bittere kou kregen ze elk één deken. ,,Mijn handen en mijn rug doen nog steeds pijn'', zegt Moussa met een soort laconieke strijdbaarheid die je steeds vaker aantreft bij Palestijnen. ,,Wat denken die Israëliërs nou, dat ze hiermee ons verzet tegen de bezetting breken?''

De volgende morgen werd Moussa verhoord. Een agent van de inlichtingendienst ondervroeg hem kort over zijn eerdere gevangenisstraf, er werd een foto gemaakt en toen zeiden ze: ,,Je kunt naar huis''. Niet dus. Moussa werd weer gekneveld en bij de anderen gevoegd.

Weer een dag later werd Moussa met een tiental anderen uit hetzelfde dorpje dan toch vrijgelaten. Nog altijd geboeid en geblinddoekt werden ze in een bus gestopt waar iedereen het hoofd tussen de knieën moest houden. ,,Jullie hebben een half uur om thuis te komen'', zei de commandant tegen de gevangenen op inderdaad ongeveer een half uur lopen van hun dorpje. ,,Daarna gaat het straatverbod in en zal er worden geschoten''.

Het probleem was: onder de gevangenen was een gehandicapte die onmogelijk kon lopen. Dus gebruikte iemand zijn witte overhemd als witte vlag en droegen vier anderen hem. ,,Anderhalf uur hebben we erover gedaan'', zegt Moussa. ,,Een paar keer werden we beschoten door Israëlische troepen, en moesten we een veilig heenkomen zoeken. Ik heb echt geen idee waarom de Israëliërs die gehandicapte hadden opgepakt''.

Eenmaal thuis was Moussa's achtjarige zoontje ontroostbaar. Moussa was net twintig dagen vrij na meer dan vier jaar in een Israëlische gevangenis wegens betrokkenheid bij wapensmokkel.

,,Door de intifadah mocht mijn familie mij de afgelopen anderhalf jaar niet bezoeken'', vertelt Moussa. ,,Dus mijn jongen had mij al die tijd niet gezien. Dan kom ik eindelijk thuis, en dan komen de Israëliërs me weer halen. Hij is nog steeds helemaal in de war''.