`Consensus zoeken zit in onze genen'

Vakcentrale CNV wil het eeuwige touwtrekken met werkgevers over de lonen remmen met een nieuw `sociaal contract'. ,,We moeten iets doen om onze goede internationale concurrentiepositie te behouden.''

Doekle Terpstra is het lang niet altijd eens met directeur Henk Don van het Centraal Planbureau. Deze keer wel. ,,We moeten inderdaad de bakens verzetten. Nederland verspeelt in rap tempo zijn goede internationale concurrentiepositie'', zegt de voorzitter van de vakcentrale CNV.

Maar waar Don vorige week eenvoudigweg pleitte voor loonmatiging om de Nederlandse economie er snel bovenop te helpen, houdt Terpstra een gecompliceerder betoog. Werkgevers en vakbonden moeten weer een groot akkoord sluiten à la het `Akkoord van Wassenaar' uit 1982, maar dan anders.

Terpstra noemt het ,,een sociaal contract'' waarin werkgeversorganisaties en de vakcentrales hun gezamenlijke ambities voor de komende vier à vijf jaar formuleren en waarbij ook het nieuwe kabinet betrokken kan worden.

De centrale vraag daarbij moet zijn hoe de economie kan worden versterkt. Het moet dan niet alleen gaan over lonen, maar ook over arbeidsproductiviteit, arbeidsparticipatie, innovatie en onderwijs. ,,Op al die terreinen scoort ons land in internationale vergelijkingen maar middelmatig. Als we hiervoor nou eens gezamenlijke ambities gaan formuleren, en we staan daar allemaal achter, dan zal dat leiden tot een meer beheerste ontwikkeling aan de onderhandelingstafel in sectoren of in de regio's.''

Op korte termijn de lonen matigen, zoals werkgevers en het CPB bepleiten, is toch een veel snellere remedie tegen de achterblijvende groei en de hoge inflatie?

,,Dat is echt een Pavlov-reactie die ons niet verder brengt. De loonontwikkeling valt erg mee. De stijging van de CAO-lonen komt dit jaar iets boven de drie procent. Gezien de inflatie is dat alleszins gematigd. Maar ik vind wel dat wij als vakbeweging ook de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de verslechterende concurrentiepositie.''

Kan het nemen van die verantwoordelijkheid ook een echte herhaling van het Akkoord van Wassenaar zijn, waarin loon wordt ingeruild voor het scheppen van banen? De werkloosheid dreigt immers weer op de lopen.

,,Een dergelijk groot `ruilakkoord' over de lonen past niet meer in deze tijd. Onderhandelingen over de arbeidsverhoudingen hebben we steeds meer overgelaten aan het decentrale niveau, in de sectoren of lokaal. Dat is ook goed. Maastricht is niet hetzelfde als Delfzijl. Die trend moet je niet vanwege een dip in de economie willen terugdraaien.''

Is het recente advies van de Sociaal-Economische Raad voor een nieuw WAO-stelsel niet zo'n klassiek ruilakkoord?

,,Dat klopt. De aanpak van de WAO zie ik als een thema – wel een heel belangrijk thema – waar je afspraken over kunt maken. Maar een akkoord over loonmatiging zou veel breder zijn en dat acht ik onhaalbaar. Want er zou weinig van terechtkomen. Er is nu eenmaal grote krapte op de arbeidsmarkt. Als je de CAO-lonen kunstmatig laag houdt, gaan werkgevers elkaar nog meer dan nu overbieden. Want zij doen er alles aan om goed personeel vast te houden, of juist binnen te halen. De werkelijkheid voor individuele werkgevers en werknemers is een andere dan de werkelijkheid in Den Haag. Wij kunnen wel roepen: we moeten pas-op-de-plaats maken. Maar dat gebeurt gewoon niet.''

Maar die werkelijkheid verandert toch niet als u met uw FNV-collega De Waal en werkgeversvoormannen Schraven en De Boer afspraken maakt over `gezamenlijke ambities'?

,,Dat hoop ik wel. Als je doelen formuleert om het beroepsonderwijs te verbeteren, om de arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen te verhogen, om de arbeidsproductiviteit te verhogen, dan kan dat richtinggevend worden voor CAO-onderhandelaars. Die zullen die doelstellingen als het ware gaan `verinnerlijken'. Sociale partners reageren nu te veel op de waan van de dag, terwijl we eigenlijk er op vooruit moeten lopen, van reactiviteit naar proactiviteit. De tijd van de hoogconjunctuur, die nu achter ons ligt, is door het kabinet en de sociale partners onvoldoende benut om de economische structuur te versterken. Dat moeten we in de toekomst beter doen.''

Verinnerlijken? Het klinkt wat vaag.

,,Misschien is dat zo. Maar ik denk dat we echt op zoek moeten naar een nieuw evenwicht in de Nederlandse overlegeconomie. Als je de arbeidsverhoudingen geheel liberaliseert en aan de krachten van vraag en aanbod overlaat, loop je grote risico's. Dan gaat het alleen maar over het loon. Een vorm van sturing van bovenaf blijft nodig. Het heeft ook een Europese dimensie. We worden in toenemende mate een provincie van Europa. Als je daar invloed op wilt houden, dan lukt je dat niet via de CAO-tafel van Lutjebroek. Dat lukt alleen via nationale consensus.''

Is uw plan niet vooral een pleidooi voor het instandhouden van de bestaande overlegstructuur, ofwel het poldermodel?

,,Absoluut niet. Het is geen afleidingsmanoeuvre. Het gaat mij niet om de structuren, maar om de toegevoegde waarde daarvan. Ik geloof ook niet dat de invloed van het polderoverleg tanende is. Het zoeken naar consensus zit in onze genen. Om die consensus te bereiken, zie ik het als de rol van het CNV daar de ideeën voor te leveren. Daar hebben wij een reputatie mee opgebouwd; kijk naar de WAO of naar het duurzaam beleggen.''