Zomertijd, brommertijd

Nu de zomertijd weer is ingegaan, hoor en zie ik ze weer. Een jaar of 13, 14, 15 zijn ze. En altijd jongetjes. Die brommertjes waar ze op rijden zijn zo aan het gebrek aan compressie te horen – aanzienlijk ouder. Altijd jongetjes en altijd kijken ze, als ze de straat op en neer rijden, met koele blik naar beneden.

Controleren ze of het blokje misschien in brand staat? Zijn ze bang dat het moegestreden krukasje het carter tracht te verlaten? Vermoeden ze, aangezien het afgegeven vermogen niet overhoudt, een lek in de brandstofvoorziening? Wellicht wordt er nauwlettend gecontroleerd of het ontstekingtijdstip niet te laat staat? Dreigt de aandrijfketting er niet af te lopen?

Terwijl ik die vragen zo van hun gezichten aflees, bedenk ik me dat ik het zelf niet anders deed.