Wienerisch höflich

Nog nooit is thuiskomen en de auto inparkeren zo prettig geweest als hier in Wenen. Nou ja, inparkeren. Ik rij de auto door een smalle steeg naar een afgebladderde binnenplaats, zet de mobiel op een willekeurige plek – schots en scheef, alles is toegestaan – laat de sleutel erin zitten en stap uit. In de tussentijd zijn twee schijnwerpers aangefloept en is de bewaker uit zijn portiersloge naar buiten gekomen. Onder het maken van een kleine buiging wenst hij mij in gebroken Duits een `zeer goede avond' en vraagt wanneer ik de auto weer nodig heb. Opdat hij de auto op het gewenste tijdstip keurig kan voorrijden en mevrouw maar hoeft in te stappen. In de tussentijd bergt hij de auto op in een loods. Ten afscheid zwaait hij nog even en maakt hij weer een buiginkje.

Ik zal de Oost-Europese garagehouder en zijn al even keurige kompaan missen als ik terug ben in Nederland. Net als al die andere beleefde, vriendelijke Oostenrijkers die het dagelijks leven tot een klein feestje maken. Zo zegt de dame in de sigarenwinkel waar ik kranten haal ten afscheid `Danke schön, auf Wiedersehen' en reageert de rest van het personeel – en Oostenrijkse winkels zijn daarvan doorgaans goed voorzien – als een soort achtergrondkoortje: Wiedersehen, Wiedersehen! Klanten die de winkel binnenkomen, groeten alle andere aanwezigen. Ook heb ik al eens een hele ontbijtzaal vol krantenlezende zakenmensen in koor `Wiedersehen' horen roepen naar een hotelgast die zijn kamer weer opzocht.

Nog veel leuker is het bij de bakker of de slager. De eerste keer dacht ik dat de verkoopster een grapje maakte toen ze vroeg: `Haben Sie noch einen Wunsch?' Maar nee, zo klinkt `anders nog iets?' op zijn Duits.

Het is even wennen, al die beleefdheden. Toen ik de hoofdredacteur van het dagblad Der Standard interviewde en hij zijn secretaresse aansprak met `Frau Kollegin', dacht ik alweer aan een grap. Maar nee, zo gaat dat hier.

Een enkele keer word je als buitenlander vriendelijk gecorrigeerd. Toen ik de rechtbank opbelde en vroeg naar `Herr Weis', vroeg de receptioniste: ,,Herr Professor Doktor Weis, meinen Sie?'' Ja, inderdaad, die bedoelde ik.

De welgemanierdheid van de Oostenrijkers heeft ook schaduwkantjes. Zo is het als vrouw vrijwel uitgesloten dat je zelf je jas kunt aantrekken. En dat is heel vervelend als er een knoop los bij hangt of er anderszins ongerechtigheden te bespeuren zijn aan het kledingstuk. Een sprintje naar de kapstok trekken als de gesprekspartner (m) zijn visitekaartje pakt kun je vergeten, ze sprinten er net zo hard achteraan als ze de soloactie in de gaten krijgen en verontschuldigen zich nog ook dat ze me toch bijna zelf mijn jas hadden laten aantrekken! Het idee!

Wat precies de achtergrond is van de Oostenrijkse beleefdheid blijft duister. Is het het uitbundige hofleven dat, met name in Wenen, zijn sporen heeft nagelaten? Of is het de natuurlijke onthaasting – het dagelijks leven hier is op een prettige manier langzamer dan in West-Europa – die tijd biedt voor ruime aandacht voor de medemens? Feit is dat het aangenaam is om een poosje te leven in een land waar iedereen de tijd voor je neemt en je bij vertrek bedankt dat je bent gekomen.

Een ander aspect van deze verzorgde samenleving is dat je niet snel `overdressed' bent. Nergens zie je zo veel mannen en vrouwen met hoed – waarbij aangetekend dient te worden dat jagershoedjes met koord en pluim in de meerderheid zijn.

En wie naar een concert gaat – en dat geldt echt niet alleen voor de opera op zaterdagavond – kan rustig alle juwelen, glitters en andere decoraties uit de kast trekken, je zult niet opvallen tussen de overige uitbundig uitgedoste bezoekers.

De overigens zeer vriendelijke ober in mijn buurtrestaurant heeft zich al laten ontvallen dat hij Nederlandse vrouwen wel erg geëmancipeerd vind. Dat zei hij nadat ik voor de tweede keer in gezelschap van een man de wijn had uitgezocht en de rekening had betaald. Dat doen Oostenrijkse vrouwen niet, vertrouwde de ober mij toe.

,,Ook niet als ze een eigen inkomen hebben?''

Nee, ook niet als ze een eigen inkomen hebben, zei de ober. En er leek enige spijt te klinken in zijn stem.