Wie zit er op gehandicapt kind te wachten?

In het onderwijs en de zorg krijgen ouders een steeds grotere invloed. Dat scholen en andere instellingen daar niet altijd goed op zijn voorbereid, bewees gisteren een enquête onder schoolleiders. Kan een schoolklas een ADHD'er èn een autist aan?

Wie zorgt ervoor dat het kind in een rolstoel naar de toilet komt, als de juf nog op 35 andere kinderen moet letten?

Het is maar een van de vragen die ouders met een gehandicapt kind op voorlichtingsavonden van scholen stellen. Kan een klas met een leerkracht die nog zoveel andere dingen moet doen wel een ADHD-kind èn een autist aan?

Het zijn vragen van bezorgde ouders, en die zouden dat eigenlijk niet moeten zijn, gelet op de bedoelingen die de wetgever heeft met scholen, ouders en kinderen. Om gehandicapte kinderen een grotere kans te geven op een gewoon leven, en hun ouders meer vrijheid te geven om te bepalen welke vorm van onderwijs het beste bij het kind past, werd enige tijd geleden een nieuw financieringssysteem bedacht. Het gaat in augustus in, en heet officieel `leerlinggebonden financiering'. Door het ministerie van Onderwijs zelf is het vanaf het begin tot `het rugzakje' gedoopt. Met dat rugzakje – een bedrag van bijna 9.100 euro per jaar – kunnen gehandicapte kinderen vanaf augustus gemakkelijker terecht in het gewone basis- en voortgezet onderwijs.

Verreweg het merendeel van de kinderen met een handicap – of ze nu in een rolstoel zitten of ernstige gedragsproblemen hebben – kan niet meekomen op een reguliere school. Dat kan komen door fysieke belemmeringen – omdat de school bijvoorbeeld een trappenhuis heeft – maar het heeft ook vaak te maken met overbelasting van de leerkrachten. De bezuinigingen op het onderwijs, en de grotere klassen die daar het gevolg van zijn, maken het voor onderwijzers en leraren moeilijk om gehandicapte kinderen extra aandacht te geven. Daardoor worden kinderen vaker doorverwezen naar niet-regulier onderwijs. Fysiek gehandicapten, chronisch zieken en kinderen met ernstige gedrags- of leerproblemen komen terecht in het speciaal onderwijs, terwijl kinderen met lichtere gedrags- of leerproblemen worden doorgestuurd naar zogeheten speciale scholen voor basis- of voortgezet onderwijs.

In navolging van haar voorgangster Netelenbos vindt ook de huidige staatssecretaris van Onderwijs Adelmund dit geen goede ontwikkeling. Het grootste gevaar schuilt erin dat reguliere scholen de verwijzing naar het speciaal onderwijs gebruiken om van hun `probleemkinderen' af te komen. Bovendien zijn deze speciale scholen duur, veel duurder dan het regulier onderwijs, omdat ze vaak extra voorzieningen hebben en de klassen veel kleiner zijn dan op gewone scholen. Om die toestroom naar speciale basisscholen te remmen werd onder Netelenbos al het concept Weer Samen Naar School (WSNS) ontwikkeld. De bedoeling daarvan is dat reguliere en speciale basisscholen samenwerken om leerlingen met problemen op te vangen, in eerste instantie op de reguliere school.

Met de invoering van de leerlinggebonden financiering (de rugzak) gaat deze ontwikkeling een forse stap verder, omdat nu ook het speciaal onderwijs er bij wordt betrokken. Bovendien, en dat past in het beleid om burgers op terreinen als zorg en onderwijs meer autonomie te geven, krijgen de ouders van gehandicapte kinderen een sleutelrol toebedeeld in het ontwikkelingen van het beste onderwijsprogramma voor hun kinderen. Als hun kind op grond van zijn of haar handicap in aanmerking komt voor leerlinggebonden financiering, kunnen ouders zelf beslissen of ze kiezen voor een speciale of een reguliere school. Gaat de school akkoord met toelating van het kind, dan stellen ouders en school samen een handelingsplan op waarin wordt vastgelegd welke onderwijsdoelen bereikt moeten en kunnen worden. Anders dan ouders wellicht hopen komt het geld uit `de rugzak' niet bij hen terecht, maar bij de school: deze kan de bijna 9.100 euro per jaar gebruiken voor gespecialiseerde begeleiding (zowel voor de leerkracht als voor de leerling) en extra materialen.

Wat klinkt als een ideaal scenario zal in de praktijk niet zo gemakkelijk van de grond komen, vrezen veel ouders. Reguliere scholen staan immers in de meeste gevallen niet te springen om extra zorgtaken, ook niet wanneer daar een flinke som geld tegenover staat.

En ook al staat de directeur van de school misschien welwillend tegenover een leerling met rugzak, als de leerkracht het niet ziet zitten, is zo'n experiment al snel gedoemd te mislukken. Mede daarom legt het ministerie van Onderwijs er ook de nadruk op dat de reguliere scholen zeker niet verplicht zijn om gehandicapte kinderen op te nemen, al moeten ze wel met gegronde redenen komen voor een afwijzing.