Vragen

Ondanks alle rapporten blijven er nog veel vragen open over de val van Srebrenica.

Was de Bosnisch-Servische aanval op de enclave te voorspellen? De voorbereiding van de aanval van de troepen van generaal Mladic moet ten minste enkele weken hebben geduurd. Is het samentrekken van troepen rond Srebrenica verborgen gebleven voor de Nederlandse en buitenlandse inlichtingendiensten?

Is Srebrenica `opgegeven'? Al voor de val werd duidelijk dat de VN in hun maag zaten met de drie enclaves in Oost-Bosnië: Zepa, Srebrenica en Gorazde. De VS pleitten openlijk voor terugtrekking van de VN-vredesmacht. Ook de Franse VN-commandant Janvier speculeerde openlijk over het `concentreren' van VN-troepen op plaatsen die beter waren te verdedigen.

Was de val van de enclave te voorkomen? Volgens de Nederlandse regering waren de lichtbewapende Dutchbatters kansloos tegen de Servische overmacht. Bovendien bleef de beloofde luchtsteun voor de grondtroepen uit, wellicht door misverstanden in de (door louter Nederlanse officieren bezette) VN-commandolijn. VN-commandant Janvier verklaarde later dat Franse soldaten ,,zich zouden hebben verweerd'', suggererend dat de enclave niet had hoeven vallen.

Wat wist Nederland van de massamoord op de moslims direct na de val? Hoewel landmachtbevelhebber Couzy direct verklaarde ,,geen aanwijzingen'' te hebben voor massamoord, zijn Nederlandse militairen wel degelijk getuige geweest van wreedheden. In hoeverre wist de landmacht dit? En het kabinet? Uit notulen van de ministerraad is inmiddels gebleken dat verschillende kabinetsleden zich vooraf zorgen maakten over het lot van de mannen van Srebrenica.

Heeft het ministerie van Defensie informatie achtergehouden? In 1999 bleek dat de militaire inlichtingendienst verslagen van rechts-extremistisch gedrag van Dutchbatters niet aan de minister had gegeven. Het onderzoek naar misdragingen door Dutchbatters door toenmalig plaatsvervangend bevelhebber Van Baal bleek ondeugdelijk. Volgens een hoge militair had de landmacht ,,geen enkele behoefte de onderste steen boven te krijgen''.

Aan deze pagina werkten mee: Raymond van den Boogaard, Steven Derix, Yael Vinckx, Pieter Kottman, Robert van de Roer en Merel Thie.