Vonnis El-Moumni

De uitlatingen over homoseksuelen van imam El-Moumni in een uitzending van NOVA waren op zichzelf strafbaar. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam beslist. Toch spreekt zij de imam vrij. De reden ligt in het beroep dat de imam kan doen op de vrijheid van godsdienst.

De rechtbank baseert haar vonnis op de uitspraak van de Hoge Raad van 9 januari vorig jaar in de zaak tegen het Tweede-Kamerlid Van Dijke, destijds voorman van de RPF. Deze had in een interview met Nieuwe Revu onder meer gezegd: ,,Ja, waarom zou een praktiserend homoseksueel beter zijn dan een dief?''

Dit is onmiskenbaar kwetsend voor een bevolkingsgroep, zeiden alledrie de gerechten die aan deze zaak te pas kwamen. Bij de rechtbank Den Haag leidde dit tot veroordeling tot boete van 300 gulden. De rechters verwierpen het beroep van Van Dijke op de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Zowel de Grondwet als het Europees verdrag voor de rechten van de mens laten beperkingen van deze vrijheden toe.

Het gerechtshof in Den Haag kwam in hoger beroep wel tot vrijspraak. De reden was vooral dat men de gewraakte uitlatingen in context moet zien. Daaruit bleek dat de gewraakte zinsnede niet meer was dan een retorische vraag ter illustratie van een geloofovertuiging die de waardigheid van praktiserende homoseksuelen niet aantast. Deze vrijspraak werd door de Hoge Raad bevestigd. De rechtbank in Rotterdam knoopt hier ook bij aan met haar verwerping van de klacht dat imam El-Moumni heeft aangezet tot haat. Zijn uitlatingen werden gedaan in de context van een interview met Nova waarvan slechts fragmenten zijn uitgezonden. Uit de context blijkt dat de imam geweld verwerpt.