Rijnatlas

De publicatie over de Rijnatlas in NRC Handelsblad van 3 april kan niet anders dan onrust wekken. Het ziet er allemaal wel erg bedreigend uit. Maar is dit beeld wel juist?

Het feit dat de atlas is opgemaakt door de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn staat in zekere zin borg voor het wetenschappelijke karakter ervan, maar om de risico's op de juiste waarde te schatten moet men toch meer weten.

In de eerste plaats zijn er vragen over de hoogwatergolf die aan de bij het artikel afgebeelde kaartjes ten grondslag ligt. Hoe is men tot de samenstelling daarvan gekomen, hoe is de vorm ervan, heeft de golf één piek of meer, hoe lang duurt het hoogwater, wat is het volume van de golf, hoe heeft men deze waarden bepaald? De antwoorden op deze vragen zijn nodig om tot een verantwoorde afweging van de dreigende risico's te komen.

Een volgende vraag is of men ervan uitgaat dat de dijken bovenstrooms van de grens met Nederland de hoogwatergolf volledig kunnen keren. Als dat niet het geval is, zal de bij de grens aankomende golf behoorlijk gereduceerd zijn, al zal het overstromende water ons land op een andere wijze kunnen bereiken. Is dat wel het geval, dan is er geen reden om aan te nemen dat de dijken in Nederland wèl zullen bezwijken.

Tenslotte is er de vraag welke maatregelen er in Nederland genomen zullen worden. Vooropgesteld mag worden dat het scheppen van (tijdelijke) bergingen geen goede oplossing kan bieden; de berging kan misschien eenmaal effectief worden gebruikt, maar de zekerheid dat er daarna niet een volgende, misschien nog hogere golf zal komen heeft men niet. De enige effectieve maatregel die men heeft is het vergroten van de capaciteit van de rivier zelf. Daartoe zijn er verschillende mogelijkheden; één daarvan, die zeer effectief is, is het graven van z.g. stroomgeulen door de uiterwaard, welke, in geval van hoogwater, een deel van de afvoer kunnen verwerken. Er behoeft dan geen vrees te bestaan dat de hoogte van de dijken over een groot domein ontoereikend zal zijn.

Zou de afvoer onverhoopt tot een calamiteuze waarde stijgen, de ontwerpnorm van de dijken te boven gaand, dan heeft men alweer geen toegevoegde zekerheid met het inrichten van noodoverloopgebieden, waarnaar de Commissie Luteijn op zoek is. De reden is dat het te bergen volume volledig onbekend is, terwijl er bovendien opnieuw een volgende, mogelijk hogere, afvoer kan volgen.

De beste oplossing is te zoeken naar doorstroomgebieden, waar het teveel aan water, met een minimale kans op schade, tot afvoer kan worden gebracht. Voor de Rijn komen er twee doorstroomgebieden in aanmerking: via het dal van de IJssel en door de Gelderse Vallei. Bij een doelmatige inrichting daarvan zouden de door de NRC gegeven kaartjes er geheel anders uitzien, afgezien van enkele storende topografische onjuistheden.