Rapporten over val van Srebrenica stapelen zich op

Over de val van Srebrenica zijn in de loop der jaren verschillende rapporten gepubliceerd. Een overzicht van de belangrijkste.

30 oktober 1995: Debriefingsrapport Defensie

Het Debriefingsrapport kwam tot stand na gesprekken met 460 Dutchbat-militairen en ander Nederlands VN-personeel in Joegoslavië.

De Nederlandse militairen hebben erger weten te voorkomen, luidt de centrale boodschap.

Omdat belangrijke vragen onbeantwoord blijven krijgt het rapport veel kritiek. Zo blijft onduidelijk hoe de verwarring over het uitvoeren van luchtaanvallen kon ontstaan en wordt de moeizame verhouding tussen de Nederlanders en de moslim-bevolking met één zin afgedaan. Het belangrijkst: het rapport meldt niets over Dutchbatters die getuige zijn geweest van etnische zuiveringen.

Deze ommissies doen de vraag rijzen of bij Defensie sprake is geweest van een `operatie doofpot'. De commissie-Van Kemenade moet dat uitzoeken.

29 september 1998: Rapport Van Kemenade

De conclusie van het rapport dat onder leiding van toenmalig commissaris van de koningin Jos van Kemenade tot stand kwam, luidt dat er geen sprake is geweest van een doofpot. In het algemeen heeft het ministerie, volgens de commissie, naar behoren meegewerkt aan de informatiewinning. Wel concludeert Van Kemenade dat er onder meer bij het debriefen te weinig aandacht is geweest voor mogelijk wangedrag van Nederlandse militairen. Ook zet hij vraagtekens bij de dubbelrol van de marechaussee, die tegelijkertijd Dutchbatters hun verhaal moest laten doen en eventueel strafbare feiten als oorlogsmisdaden moest opsporen.

15 november 1999: Verenigde Naties

De VN is zeer kritisch over het eigen optreden en oordeelt dat ,,het Nederlandse lichtbewapende VN-bataljon op 11 juli 1995 weinig kon doen tegen de Servische overmacht om de val van de Bosnische moslim-enclave Srebrenica te voorkomen''. Bovendien wezen VN-commandanten herhaalde Nederlandse verzoeken om luchtsteun af, als die verzoeken het commandocentrum al bereikten, stelt de VN vast. Dutchbat is echter wél tekortgeschoten in de communicatie met de VN over de wandaden die in en rondom Srebrenica plaatsvonden.

4 september 2000: commissie Bakker

De Tweede-Kamercommissie onder leiding van D66'er Bakker, presenteert op 4 september 2000 een rapport over de politieke besluitvorming over Nederlandse deelname aan vredesmissies. Het accent ligt op Srebrenica. De commissie concludeert dat politieke besluiten over deelname aan vredesmissies vaak worden genomen op basis van gebrekkige informatie. Zo had toenmalig minister Voorhoeve niet op tijd alle relevante informatie over Srebrenica.

29 november 2001: Frans parlementair onderzoek

Volgens de Franse onderzoekscommissie heeft Dutchbat te weinig gedaan om de enclave te beschermen. Frankrijk wordt evenmin gespaard. De Franse bevelhebber generaal Janvier had de herhaalde verzoeken om luchtsteun van Dutchbat tegen de oprukkende Serviërs moeten goedkeuren. Bijvoorbeeld het verzoek op de avond van 10 juli, de dag voor de val van de enclave.

27 maart 2002: Brochure van Het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV)

Het IKV wijst Nederland aan als hoofdverantwoordelijke. De moord op meer dan 7.000 moslimmannen had voorkomen kunnen worden, maar de Nederlandse militaire staf was alleen bezorgd om de eigen troepen, schrijft het IKV.

Aan deze pagina werkten mee: Raymond van den Boogaard, Steven Derix, Yael Vinckx, Pieter Kottman, Robert van de Roer en Merel Thie.