Oostpool speelt Gorki als ouderwetse, platte klucht

Vormgever Paul Gallis en zijn decorbouwers moeten veel plezier hebben gehad in het Openluchtmuseum te Arnhem. Voor de locatievoorstelling Kleine luiden van de Arnhemse toneelgroep Oostpool bouwden ze aldaar een realistisch, gedetailleerd poppenhuis op mensenschaal, gevuld met eiken meubels, druk behang, een oud stereomeubel, een vooroorlogs pak Persil, een elektrisch orgel; voorwerpen die voor het oprapen lagen in dit museum van het dagelijks leven. Alles ademt de burgertruttige sfeer van begin jaren zestig, de vooravond van de cultuurrevolutie die de Nederlandse huiskamers ingrijpend zou veranderen.

Dit is de juiste sfeer voor Kleine luiden (1902), het eerste toneelstuk van de Russische revolutionaire schrijver Maxim Gorki, dat nadrukkelijk verwijst naar de nakende omwentelingen van 1905 en 1917. Zijn stuk laat de vervreemding der klassen op huiskamerniveau zien. Vader en moeder zijn de bekrompen kleinburgers, voornamelijk bezig met geld en de stand ophouden. Zoon en dochter hebben doorgeleerd, en zijn als intellectuelen hun ouders ontgroeid. Pleegzoon Nil en dienstmeid Polja zijn de arbeiders die het niet meer pikken en samen uit het huis ontsnappen. Maar niet voordat er heel veel ruzies, gebroken harten en een mislukte zelfmoordpoging voorbij zijn gekomen.

Gorki is altijd het bevlogen, mindere broertje van vriend en voorbeeld Tsjechov gebleven. Hij is beter in het kenschetsen van groepen dan van individuen. Anders dan Tsjechov laat hij ons niet objectief, verscheurd, vol mededogen naar zijn personages kijken. Hij heeft zijn duidelijke keuzes van tevoren voor ons gemaakt: de intelligentsia en de kleine burgerij zijn slecht. Ze wentelen zich in arrogantie en zelfbeklag, ze zijn ziekelijk, bewegingloos. De toekomst is aan arbeidershelden als Nil, een vrijgevochten machinist die opstaat tegen de bazen en ook nog wel eens een boek leest, en aan zijn vrouw Polja, die ook van aanpakken weet.

De enscenering van regisseur Rob Ligthert is verrassend ouderwets. De enige concessie die hij aan de veranderde tijden heeft gedaan, is dat de teksten versneld worden gebracht, soms over elkaar heen. Mede hierdoor is het stuk veel grappiger (en onverstaanbaarder) dan Gorki het bedoeld heeft. Het moment dat de dochter van het huis zich uit liefdesverdriet en levenswalging vergiftigt, dramatisch hoogtepunt van het stuk, laat hij spelen als slapstick, met spuitende brandblusapparaten en een druk rondslepen van de zieke dat doet denken aan de chaotische begrafenis van Khomeini. Komisch, maar misplaatst.

Ligthert heeft de personages nog platter en karikaturaler gemaakt dan ze al waren. Zijn acteurs heeft hij niet beteugeld, maar juist aangezet tot flink vet spel, waarin de toch al schaarse nuances in de tekst sneuvelen. Han Römer draagt het stuk. Hij speelt zijn huistiran als een lachwekkende, nooit aangrijpende bullebak. Juul Vrijdag weet veel uit haar kleine rol van vrolijke weduwe te halen. Kees Hulst, als de cynische koorzanger die de gebeurtenissen van sociaal-filosofisch commentaar voorziet, is scherp en boeiend. Net als Vrijdag is hij de beschouwer, het tegenwicht voor de hysterische drukte rondom hem. Maar ook hij vervalt soms in karikaturaal spel, vooral als hij zwaaiend met een wodkafles dronkenschap moet spelen. Freek Brom en Nienke Römer zijn een krachtig heldenpaar. Ze zijn jong, mooi zij blonde vlechten en een enorme glimlach, hij een kleine adonis met golvend haar en stralen veel verliefdheid en levenslust uit. De anderen spelen voldoende tot matig.

Ligthert en zijn groep bieden een zeer vermakelijk avondje lachen, maar veel meer bijvoorbeeld een relevant sociaal commentaar, zoals het stuk is bedoeld hebben ze niet te bieden.

Voorstelling: Kleine luiden van Maxim Gorki door Oostpool. Gezien: 6/4 in het Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem. T/m 25-5. Inl. 026-445 9625 of www.oostpool.nl.