`Nu zien we dat Arafat deugt'

Geïsoleerd door het Israëlische leger in zijn hoofdkwartier in Ramallah heeft de Palestijnse leider Arafat veel populariteit gewonnen.

,,Mensen die dat zeggen zijn zelf gehersenspoeld door de joden'', zegt meneer Khalil voor zijn volstrekt uitgestorven souvenirshop aan de Via Dolorosa in de Oude Stad van bezet Oost-Jeruzalem. Zijn stem klinkt oprecht verontwaardigd. ,,Ik ben in 1963 geboren. Sinds ik een klein mannetje was, sta ik pal achter Arafat. Iedereen staat achter hem. De wereld moet niet denken dat ze kunnen bepalen wie onze leider is.''

De vraag aan meneer Khalil was of hij denkt dat Arafat voor Israël werkt. Voor buitenstaanders misschien een rare vraag, maar sinds het begin van het vredesproces in 1993 en Arafats terugkeer uit zijn verbanning naar Tunis een jaar later, is dit in de bezette gebieden een hele normaal punt van discussie. Immers, zeiden veel Palestijnen, wie werkte de afgelopen negen jaar nauw samen met de Israëlische Shin Beth (`veiligheidsoverleg') om alle Palestijnse oppositie de kop in te drukken? Wie stond toe dat Israël het aantal joodse kolonisten tijdens het vredesproces verdubbelde? En wie ging steeds akkoord met nieuwe Palestijnse concessies terwijl Israël nog altijd een deel van de Oslo-akkoorden uit 1993 moet uitvoeren? Ook Arafat leek zich van zijn impopulariteit bewust, want hij bleef verkiezingen maar uitstellen, ook al was zijn mandaat al jaren verlopen. ,,Arafat is een jood'', kreeg je tot voor kort vaker wel dan niet te horen als je Palestijnen vroeg naar hun leider.

Maar dat lijkt goeddeels voorbij, nu Israël Arafat al anderhalve week opgesloten houdt in zijn hoofdkwartier in Ramallah. ,,We dachten dat Arafat een Israëlische agent was omdat hij nooit iets klaarspeelde in de onderhandelingen'', zegt sandaalverkoper Marwan in de Via Dolorosa, op nog geen twintig meter van de plek waar ooit Jezus werd gearresteerd en gegeseld door Pilatus. ,,Maar nu zien we dat Arafat liever sterft dan Oost-Jeruzalem weg te geven aan de joden, weten we dat hij deugt. Hij heeft gezegd: ik sterf nog liever als een martelaar.''

Door de Israëlische invasie worden even geen opiniepeilingen meer gehouden, maar informele gesprekken en reacties op Arabische satellietstations suggereren vrijwel eensluidend dat Arafat waarschijnlijk nog nooit zo populair was. ,,Toen ik hem op televisie zag, met zijn kaars en pistool, zonder water en eten, toen dacht ik: hij is één van ons'', vertelt een jonge Palestijn die zijn naam niet wil geven (,,anders arresteren de Israëliërs mij.''). Het is de tragedie van Arafat: hoe meer hij verliest aan feitelijke macht, hoe meer hij wint aan populariteit. Maar zodra hij weer bevelen kan geven en impopulaire maatregelen moet nemen, duikelt hij weer in de publieke opinie.

Terug in de sandaalwinkel zet Marwan de muziek wat zachter en herhaalt bedachtzaam de vraag: ,,Arafat een leugenaar? Wie dat zegt is zelf een leugenaar. In deze moeilijke tijden moeten we Arafat steunen, zelfs al is hij'' – Marwan onderbreekt zijn betoog en gaat zitten achter een groot aanplakbiljet van een Palestijns jongetje die een steen gooit naar een tank. [Vervolg ARAFAT: pagina 5]

ARAFAT

'Eén van ons moet weg, en dat zullen de joden zijn'

[Vervolg van pagina 1] Op de poster staat: ,,Nu op de markt! Een eerbetoon aan de Steen in de Volharde Hand.'' Het is een bandje waarop Arabische artiesten solidariteitsliederen zingen voor de Palestijnse opstand. Het nummer dat nu opstaat heeft als refrein: `Tar! Tar! Tar!', wraak, wraak wraak.

Marwan wijst voorbij de camera's die Israël overal in de oude stad heeft opgehangen naar twee patrouillerende Israëlische soldaten die net een Palestijns jongetje van tien naar zijn papieren vragen. ,,Kijk eens naar die soldaten, zie je dat? Dat zijn Russen. Die komen dus hierheen, naar mijn land waar mijn vader, mijn grootvader, zijn grootvader enzovoort allemaal zijn geboren en gestorven. En die mensen uit Rusland, Ethiopië, Amerika of Nederland gaan mij dan om mijn papieren vragen.'' Hij pakt een paar sandalen. ,,Dit is het probleem met het vredesproces. Ze willen het land verdelen door de joden één schoen geven, en ons één schoen. Maar zo kan niemand lopen. Eén van ons moet weg, en dat zullen de joden zijn.'' En Abu Ammar (Arafats koosnaam) begrijpt dat volgens Marwan.

Alleen in gesprekken buiten gehoorsafstand van anderen valt her en der nog scepsis over Arafat te beluisteren. ,,Als Arafat niet voor Israël werkte, waarom hebben ze hem dan in leven gelaten?'' vraagt klusjesman Abu Khaled zich af. En de werkloze Muhammed zegt met typisch Arabische logica: ,,Arafat en Israël spelen onder één hoedje. Ze hadden door dat Arafat niet populair genoeg meer was om geloofwaardig te zijn. Dus hebben ze dit circus opgezet. Kijk maar hoe Arafat profiteert van de Israëlische aanvallen. Denk je dat Israël dat niet had voorzien? Het is een complot zodat wij weer in Arafat gaan geloven, en hij dan verder kan gaan met de uitverkoop van onze rechten.''