Leugenaar

,,We zijn er niet op uit om Srebrenica in te nemen. We willen het alleen maar pacificeren'', zei Radovan Karadzic voor de val van de moslimenclave in het oosten van Bosnië, die onder bescherming van de Verenigde Naties stond. De geschiedenis heeft geleerd dat de president van de Servische Republiek in Bosnië loog.

Op 11 juli 1995 werd Srebrenica ingenomen door Karadzic' generaal Ratko Mladic. Karadzic was niet aanwezig bij de inname van de enclave. Hij moet er wel van geweten hebben, in zijn hoofdkwartier in het Bosnische stadje Pale, op zo'n twee uur rijden van Srebrenica. Want Karadzic en Mladic mochten het niet altijd met elkaar eens zijn over de te volgen strategie, ze wisten wel van elkaars bezigheden.

Met Radovan Karadzic liep het, na de val van de enclave, minder voorspoedig. Hij werd buitenspel gezet door president Slobodan Miloševic die eieren voor zijn geld koos en het vredesakkoord van Dayton ondertekende. Karadzic werd in 1995 aangeklaagd voor oorlogsmisdaden door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en gaf uiteindelijk in 1996 zijn presidentschap op. Sinds twee jaar houdt hij zich schuil voor het tribunaal, in de bergen in het zuidoosten van Bosnië. Onlangs mislukte een poging om hem te arresteren; bij aankomst van honderden soldaten van de internationale vredesmacht SFOR bleek de vogel gevlogen. Karadzic is voor het laatst in het openbaar gesignaleerd in december 1999, bij de doop van zijn kleinzoon.

Aan deze pagina werkten mee: Raymond van den Boogaard, Steven Derix, Yael Vinckx, Pieter Kottman, Robert van de Roer en Merel Thie.