Knopjes tussen fetisjisme en fobie

Moderne apparatuur is veel te ingewikkeld te bedienen, vinden veel consumenten. Piet Westendorp en Paul Mijksenaar wijten dit euvel aan de snelle ontwikkelingen in de technologie en aan de uiteenlopende wensen van de consumenten.

Zo'n dertig jaar geleden had een peloton programmeurs er de handen vol aan om de supercomputer van een bedrijf functioneel te houden. Permanent waren deze hoogopgeleide mensen bezig om dat apparaat zo te vertroetelen dat kantoorklerken konden tekstverwerken en boekhouden. Nu heeft bijna iedereen zo'n supercomputer met veel meer mogelijkheden thuis. Voor wie een beetje modern is fungeert dat rekentuig tevens als tekentafel, donkere kamer, filmstudio, radio en videorecorder. Verder zit het apparaat vaak gekoppeld aan een telefooncentrale, zodat men elektronisch briefjes kan versturen of een boek bestellen uit de Verenigde Staten.

fototoestellen, autoradio's en alle andere consumentenelektronica hebben een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt. Digitale fototoestellen maken nu desgewenst ook korte filmpjes en men kan alles bewerken voordat het via de computer naar de kinderen wordt gestuurd. De autoradio is tevens route-informatiesysteem dat de automobilist naar zijn bestemming dirigeert met dames- of herenstem en in taal naar keuze, langs toeristische, snelste of kortste route.

Dat alles kan men met enige moeite zelf bedienen en dat is een fantastische prestatie van alle ontwerpers die proberen die producten bedienbaar te maken: de technici, programmeurs, industrieel en grafisch ontwerpers. Wat zou de gebruiker van apparatuur ervan terecht brengen als hij of zij eerst LISP of een machinetaal had moeten leren?

Natuurlijk, we zijn er nog lang niet. En het lijkt erop dat de ontwerpers van het bedieningsgemak de strijd met de bedenkers van nieuwe mogelijkheden voorlopig blijven verliezen. De ontwikkelingen in de elektronica gaan zo hard dat ze niet direct te vertalen zijn in eenvoudig te bedienen functies het zijn er gewoon te veel.

Zeg nou niet dat die functies overbodig zijn. Voor de één is Picture-in-Picture op de tv totaal overbodig, de ander vindt het prachtig. Redacteur Warna Oosterbaan (NRC Handelsblad, 26 maart) wil een `kale' mobiele telefoon voor zijn moeder, maar een andere koper wil wel kunnen sms'en, of een ander belgeluid. De tekstverwerker MS Word is verkocht aan 250 miljoen mensen en stel nou eens dat 1 op de 10.000 van hen het nuttig vindt om automatisch regels te kunnen nummeren. Dan gaat zo'n functie erin en terecht. Zo vindt iedereen wel een van al die functies nuttig en samen maken al die functies dat programma lastig. Wilt u maatwerk, bel dan een softwarebedrijf. Voor een ton euro's heeft u uw privé maatwerk-tekstverwerker.

Velen menen dat er producten moeten komen die slechts de basisfuncties hebben ook dat blijkt uit het artikel van Oosterbaan en uit de vele reacties naar aanleiding daarvan op de NRC-website. Maar de voorbeelden die wij kennen van zulke `uitgeklede' producten kunnen zo het boek `Marketing Missers' in. Rond 1990 bracht Philips de `Easy Line' uit, een serie radio's, tv's, videorecorders en dergelijke die alleen maar de basisfuncties hadden. Dat is binnen een jaar gestopt, want er was geen vraag naar. Toen WordPerfect eind jaren tachtig marktleider was onder de tekstverwerkers, werd ook al geklaagd over het enorme aantal functies van dat programma. Dus bracht de maker LetterPerfect uit, een uitgeklede versie. LetterPerfect kostte ongeveer een vijfde van WordPerfect, maar niemand kocht het binnen een jaar was het van de markt. Conclusie: we willen die eSnufjes kennelijk toch, alleen de een dit en de ander dat (De enige uitzondering is de high-end audio, waar het mode is om een versterker te kopen met slechts een of twee knoppen, voor zeer veel geld; die hele sector bij elkaar is nog geen 1 procent van de audiomarkt).

We kopen al die functies, want ze kosten tegenwoordig bijna niks extra en je weet tenslotte maar nooit. En dan is het aan de ontwerpers om ze makkelijk te begrijpen te maken voor een enorme doelgroep: wereldwijd, oud en jong, technofoob en technofreak, prof. dr.ir en analfabeet. Dus hebben we een grafisch besturingssysteem, menu's die een beetje gidsen, groepering van functies, kleurcodering voor functies en symbolen gekregen (want één taal op het paneeltje kan niet meer).

De chip deed zo'n vijftien jaar geleden zijn intrede in de producten. In die korte periode hebben we vele nieuwe symbolen moeten leren een compleet nieuwe, visuele taal. Nu is menigeen woedend dat die symbolen niet begrijpelijk en gestandaardiseerd zijn. Maar hoe snel wordt een nieuwe taal standaard? Vrij veel symbolen zijn dat trouwens in korte tijd wel geworden wie weet er nou nog niet dat een prullenmandje `weggooien' betekent?

Er worden bijna dagelijks nieuwe functies geïntroduceerd, dus we moeten met grote regelmaat symbolen van die nieuwe taal leren. Ze zijn niet allemaal even geniaal bedacht. Bovendien bedenkt elke fabrikant bij een nieuwe functie een eigen oplossing. Dat heet vrijheid. Er zijn zowaar verschillende mensen die naar de NRC-website schreven dat de overheid hier zou moeten ingrijpen. Moeten we het leger inzetten (zie de cartoon van JÉCÉ in NRC Handelsblad, 6 april)? Het stalinisme van het bedieningspaneel? Verplichte invoering van het eEsperanto onder leiding van Wim Kok? Zo werkt deze bedrijfstak gelukkig niet. Goede ideeën worden snel van elkaar over genomen. Bovendien werken bedrijven op vrijwillige basis samen aan allerlei ISO-normeringen voor symbolen die gebruikt worden voor al die snufjes die we nou eenmaal massaal willen.

Zeker, het kan beter. Maar het is niet altijd zo gemakkelijk als menigeen denkt. Sommigen schreven dat apparaten meer moeten aanvoelen wat wij willen. Intelligenter worden. Maar de eerste pogingen daartoe zijn wat ons betreft geen succes. Het kopieerapparaat dat voor u bedenkt dat er een B5-formaat op de glasplaat ligt en dus weigert om op A4 (het enige papier dat erin zit) te kopiëren; zie dat apparaat dan maar eens te dwingen tot kopieergedrag. Het fototoestel dat voor u bepaalt of er geflitst wordt. Microsoft Word dat automatisch opsommingtekens plaatst die we niet willen. Zet die dysfunctie maar eens uit daar moet je pas echt voor doorgeleerd hebben. `Bij aflevering alle extra functies uitzetten', lijkt ons een eenvoudige manier om de druk op het gemoed iets te verlichten. Wie meer wil gaat maar zoeken. Maar ja, de marketingafdeling moet ook zijn ei kwijt.

De middenstand laat ook mogelijkheden onbenut. Waarom niet tegen vergoeding de telefoon in de winkel naar eigen wensen geprogrammeerd? Voor de moeder van Warna Oosterbaan alleen nummers onder de toetsen en voor gevorderden meer functies. Het is opvallend dat er zoveel mensen klagen en dat er toch zo weinig nieuwe bedrijfjes ontstaan die dit soort problemen voor ons oplossen. Hier moet toch een gat in de markt zijn. Misschien ligt hier een schone nieuwe taak voor al die NepWeb.com's die vorig jaar failliet zijn gegaan. Route-informatiesystemen programmeren in plaats van digitaal honden uitlaten. Kunnen we zien wie er echt euro's over heeft voor digitaal gemak.

Piet Westendorp en Paul Mijksenaar zijn verbonden aan de faculteit Industrieel Ontwerpen van de Technische Universiteit Delft. Over dit onderwerp loopt een discussie op http://tegenspraak.nrc.nl/Elektronica/