Kamergeleerde

,,Vandaag heeft zich een grote ramp voltrokken'', zei toenmalig minister van Defensie Joris Voorhoeve op de avond van de val van Srebrenica, ,,waarvan de consequenties nog niet zijn te overzien.'' In de jaren daarna bleek dat de consequenties ook hemzelf golden.

De zachtaardige kamergeleerde was niet altijd opgewassen tegen de spanningen die de nasleep van de Srebrenica-ramp met zich meebracht. Tijdens de val van de enclave toonde Voorhoeve zich betrokken bij `zijn mannen' en sliep hij in de bunker, het Crisisbeheersingscentrum onder het ministerie in Den Haag. Daarbij liet hij zich volgens sommigen te veel meeslepen door de militaire top, die zich meer bekommerde om Dutchbat dan om de duizenden moslims. Voorhoeve wilde echter niet aftreden na de `ramp'. Daarmee zou hij de onjuiste indruk wekken dat Dutchbat verantwoordelijk was, vond hij. Intussen was hij aangeschoten wild, vooral ook omdat hij zich keer op keer moest verantwoorden over `missers' van zijn ministerie, dat fotorolletjes verprutste en verzuimde hem in te lichten over cruciale zaken als de bevordering van Karremans. Tijdens het tweede Paarse kabinet koos Voorhoeve voor de luwte van het Kamerlidmaatschap. In 1999 vertrok hij naar de Raad van State.

Aan deze pagina werkten mee: Raymond van den Boogaard, Steven Derix, Yael Vinckx, Pieter Kottman, Robert van de Roer en Merel Thie.