Irak fnuikt opbouw Koerdistan

`Koerdistan' hoort formeel nog bij Irak, maar wordt sinds 1991 bestuurd door de Koerden zelf. Met plagerijen, zoals het weigeren van visa, dwarsboomt Irak de opbouw van een lokale economie.

Treurig nipt de Koerdische zakenman aan zijn glaasje thee. ,,Ik had zo'n mooie deal met een bedrijf uit India'', sombert hij in de lobby van een hotel in de Noord-Iraakse stad Arbil. ,,Maar de Indiërs die hier een klus voor mij moesten klaren, krijgen geen visum van de regering in Bagdad. Het contract is klaar maar het werk wordt misschien nooit uitgevoerd. En als dat niet gebeurt, betaalt mijn opdrachtgever mij niet.'' Wederom nipt hij treurig aan zijn thee. ,,Voorlopig kan ik fluiten naar mijn geld.''

Geen visum uit Bagdad – het is maar een van de risico's die verbonden zijn aan zakendoen in Noord-Irak. Formeel hoort `Koerdistan' nog bij Irak, maar sinds het einde van de Golfoorlog wordt het gebied de facto bestuurd door de Koerdische bewegingen KDP en PUK. En die staan vijandig tegenover de centrale regering van Saddam Hussein in Bagdad en Saddam staat vijandig ten opzichte van hen. ,,Als Bagdad ons de voet kan dwarszetten zal het dat niet nalaten'', aldus een hoge functionaris van de KDP-`regering' in Arbil. Geen visum verlenen is maar een klein doch zeer effectief attribuut uit die grote doos met pesterijen.

Dat het pestarsenaal bestaat heeft ook alles te maken met de houding van de internationale gemeenschap ten opzichte van Irak. Want die gaat er nog steeds van uit dat Irak een eenheid is, ook al wordt het noorden van het land door de Koerden bestuurd. Een van de vele gevolgen van deze houding is dat voor officiële contracten met bijvoorbeeld de Verenigde Naties (de opdrachtgever van de Koerdische zakenman in Arbil) alle visa in Bagdad moeten worden afgegeven en niet in Koerdistan. ,,En in de praktijk blokkeert Bagdad alles wat ook maar enigszins bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van het gebied'', aldus een KDP-functionaris in Arbil.

Hoe gecompliceerd zakendoen in Noord-Irak door de internationale regels is geworden, blijkt wel uit de constructie van drie kleine elektriciteitscentrales die in Dohuk, Arbil en Sulaimaniyah werden neergezet. Net als de rest van Irak valt ook Koerdistan onder de sancties die de Verenigde Naties tegen het land hebben ingesteld. Juist als Bagdad mag echter ook `Koerdistan' profiteren van het zogeheten `olie-voor-voedsel'-programma dat de Verenigde Naties in 1996 begonnen om de impact van de sancties te verzachten.

Maar de regels van dat programma zijn van een ijzingwekkende ingewikkeldheid en inflexibiliteit. Zo mogen bedrijven alleen van bepaalde routes gebruik maken voor transport van onderdelen. In het geval van de elektriciteitscentrales (die uit de opbrengsten van `olie-voor-voedsel' werden bekostigd) verliep het transport via de Turkse haven Mersin naar het Noord-Iraakse Zakho. Voordat de 12 generatoren-sets van de centrales (die per stuk 130 ton wogen) naar Noord-Irak werden vervoerd, moesten daarom eerst alle wegen en tunnels in Turkije aan een nauwkeurig onderzoek worden onderworpen of ze zo'n belasting wel aankonden.

Die ingewikkeldheid van de officiële regels (waardoor het soms jaren duurt voordat een zakelijke transactie kan worden afgerond) heeft ertoe geleid dat in Noord-Irak de smokkel een hoge vlucht heeft genomen. Coca Cola uit Turkije, papieren zakdoeken uit Iran. ,,Alles is hier te krijgen'', zegt een inwoner van Sulaimaniyah, ,,zolang je maar dokt.'' De afgelopen jaren nam vooral de smokkel van olie een grote vlucht. Het `zwarte goud' kwam illegaal uit het gebied van de centrale overheid en werd via Dohuk naar Turkije vervoerd en daar voor een veelvoud van de inkoopprijs verkocht.

,,Ik ken mensen in Bagdad'', zegt een Koerdische econonoom, ,,die een paar jaar geleden nog geen tien dollar hadden. Nu zijn het miljonairs.'' Maar niet alleen Bagdad profiteerde van de smokkel. De Koerdische KDP van Massoud Barzani, die de grensovergang met Turkije controleert, incasseeerde per truck een bedrag aan `uitvoerrechten' en zou, aldus kwade tongen, daarnaast zelf een flink aantal vrachtauto's hebben laten pendelen. De KDP zelf gaat uit van veel lagere getallen maar volgens Turkse analisten bedroegen de opbrengsten zo'n drie- tot vierhonderd miljoen dollar per jaar.

Bedroegen, want in de business is inmiddels flink de klad gekomen. De verhouding tussen Turkije en Barzani is de afgelopen maanden verslechterd en Ankara heeft mede daarom de doorvoer naar Turkije beperkt. Op parkeerplaatsen in de regio Dohuk staat een groot aantal tankauto's leeg te wachten op betere tijden. ,,De KDP is zwaar getroffen door de Turkse maatregelen'', aldus een bron in Erbil. ,,De laatste maanden hebben ze alleen nog maar salarissen uitbetaald, alle andere uitgaven zijn stilgezet.''

En zo legt de oliesmokkel de meest fundamentele zwakheid van de economie in Noord-Irak bloot. Je weet nooit wat de toekomst zal brengen, zeker niet nu de Verenigde Staten vastbesloten lijken alsnog met Saddam Hussein af te rekenen.

,,Wij denken alleen aan vandaag, een klein beetje aan morgen, maar overmorgen is al een stap te ver'', aldus een inwoner van Sulaimaniyah. ,,Niemand weet wat er staat te gebeuren.'' Het is die onzekerheid die de economie in Noord-Irak duurzaam fnuikt. Veel inwoners van Noord-Irak gaan ervan uit dat een Amerikaanse actie tegen Saddam ook `Koerdistan' direct tot een oorlogszone zal maken. En welke zakenman wil investeren in een slagveld?