Imam El-Moumni

Er is geen reden voor vreugde over de vrijspraak van imam El-Moumni uit Rotterdam. Er is evenmin aanleiding voor wanhoop over het feit dat de rechtbank heeft vastgesteld dat hij zich met de hand op de koran negatief mag uitlaten over homoseksualiteit.

Toen het openbaar ministerie vorig jaar besloot tot vervolging, was bekend dat het een dubbeltje op zijn kant zou worden. Een simpel beroep op de grondwet bood onvoldoende soelaas. In artikel 1 wordt weliswaar vastgesteld dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras geslacht of op welke grond dan ook niet is toegestaan. Maar in artikel 6 wordt het recht op godsdienst of levensovertuiging gegarandeerd en in artikel 7 dat iedereen zijn mening mag uiten zonder toestemming vooraf. Altijd geldt één voorbehoud: ,,ieders verantwoordelijkheid voor de wet''. De vrijheid van godsdienst en meningsuiting is dus gewaarborgd, maar niet tegen elke prijs.

De zaak tegen El-Moumni voltrok zich in deze zone, waarover niet de grondwet, maar de strafwet uitspraken doet. Er is inmiddels de nodige jurisprudentie. Zo is parlementariër Van Dijke, fractieleider van de ChristenUnie, vorig jaar door de Hoge Raad vrijgesproken voor de uitspraak dat hij niet zou weten waarom een ,,praktiserend homoseksueel beter zou zijn dan een dief''. Dat was een retorische vraag, die in de context moet worden beoordeeld.

Er moet inderdaad ruimte zijn voor dergelijke woorden, hoe kwalijk ook, mits de daden maar worden vervolgd. Bij de beoordeling van El-Moumni draaide het ook om de context van zijn woorden. De imam beriep zich op de videoband van het gewraakte interview voor Nova, waaruit de redactie had weggesneden dat hij geweld tegen homo's afwijst. Hoewel de rechtbank de tekst discriminerend en dus strafbaar achtte, schaarde ze de context onder de vrijheid van godsdienst.

Het OM gaat in hoger beroep. Omdat het de zaak tegen El-Moumni is begonnen, is het verstandig het vonnis van de rechtbank nader te laten toetsen. Maar daarmee wordt de spanning binnen de grondwet en buiten op straat niet weggenomen. Daarvoor is meer nodig. De relatief recente verworvenheid dat vrouwen en homoseksuelen niet gediscrimineerd mogen worden, vergt een bredere verdediging. Alleen zo kan El-Moumni en zijn geestverwanten duidelijk worden gemaakt dat de vrijspraak van gisteren geen vrijbrief is.