Geen spijt

De val van Srebrenica was tevens de val van Yasushi Akashi. De Japanse diplomaat, bijna twee jaar lang de speciale gezant van de Verenigde Naties in Bosnië, werd enkele weken later door de wereldgemeenschap aan de kant geschoven. Het was een roemloze aftocht van deze voormalige ambassadeur en ondersecretaris-generaal bij de VN. De publieke opinie in het westen zag hem als het symbool van de falende diplomatie en neutraliteitspolitiek van de VN. Vooral de Bosnische moslims en de Verenigde Staten reageerden furieus op zijn weigering luchtaanvallen in te zetten tegen de Bosnische Serviërs en zijn vermeende slapheid jegens verdachten van oorlogsmisdaden als Mladic en Karadzic.

VN-diplomaten zeggen: ,,Akashi belichaamt de VN-cultuur: een bijna religieuze weigering partij te kiezen.'' Het weerhield toenmalig VN-chef Boutros-Ghali er niet van Akashi bij terugkeer te benoemen tot speciaal adviseur en ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken.

In 1998 zei Akashi tegen deze krant geen enkele spijt te hebben van zijn rol. Niet hij, maar de Verenigde Staten en andere grote landen waren schuldig aan de besluiteloosheid en het gebrek aan leiderschap in de aanloop naar Srebrenica. Hij was maar een dienaar met te weinig middelen en troepen. Op de vraag of hij zich op geen enkele manier verantwoordelijk voelde voor de dood van 8.000 moslims, zei hij toonloos: ,,Inderdaad.''

Aan deze pagina werkten mee: Raymond van den Boogaard, Steven Derix, Yael Vinckx, Pieter Kottman, Robert van de Roer en Merel Thie.