Feiten

Bij de val van de zogenoemde `veilige' enclave Srebrenica zijn circa 7.400 moslimmannen verdwenen. Aangenomen wordt dat allen zijn vermoord.

Tijdens de val van de enclave op 11 juli 1995 waren er een kleine vierhonderd Nederlandse militairen gelegerd.

De val van Srebrenica heeft voor niet één van de betrokken Nederlandse politici – aanwijsbare – consequenties gehad.

Het onderzoek van het Nederlands instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) heeft vijfenhalf jaar geduurd. Publicatie van de resultaten is tweemaal uitgesteld. Het rapport telt zesduizend pagina's en bestaat uit een hoofdstudie, vier deelstudies en enkele bijlagen op cd-rom.

Er is een veelheid aan rapporten gepubliceerd. Zo onderzocht de commissie-Van Kemenade of het ministerie van Defensie informatie omtrent Srebrenica had achtergehouden.De conclusie: `geen doofpot'. De parlementaire commissie-Bakker deed onderzoek naar de politieke besluitvorming over Srebrenica en andere uitzendingen van militairen. Ook de Verenigde Naties en een Franse parlementaire onderzoekscommissie hebben rapporten over de enclave gepubliceerd. Defensie presenteerde in 1995 een (veel bekritiseerd) `debriefingsrapport'.

Tweemaal is onderzoek gedaan naar de mislukte ontwikkeling van een fotorolletje van Dutchbatter Ron Rutten. Daarop zou onder meer te zien zijn hoe Serviërs mannen en vrouwen scheiden, en hoe een Dutchbatter daarbij helpt. Tweemaal luidt de conclusie dat de foto's mislukt zijn door een menselijke fout.

Een zaak tegen Dutchbatters die over Bosnische moslimsoldaten heen zouden zijn gereden wordt in 1999 geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Defensie-minister De Grave vervangt 1999 de top van de Militaire Inlichtingendienst die hem een (geheim) rapport over rechts-extremisme onder Dutchbatters heeft onthouden. Drie Dutchbatters kopen in maart 2001 strafvervolging wegens rechts-extremisme af. Vijf soortgelijke zaken worden geseponeerd.

www.nrc.nl: dossier Srebrenica

Aan deze pagina werkten mee: Raymond van den Boogaard, Steven Derix, Yael Vinckx, Pieter Kottman, Robert van de Roer en Merel Thie.