De `sluipende sluiting' van postkantoren

Postbedrijf TPG schort de voorgenomen sluiting van een aantal postkantoren op. Opluchting onder gedupeerde consumenten, maar gerust is men er niet op. Te veel kantoren zijn de afgelopen tijd volgens hen al dichtgegaan.

Apotheker Loek Wagenaar woont in Leiden-Oost, waar ongeveer 40.000 mensen wonen. Daar waren tot voor kort drie postagentschappen, alle drie niet zo heel erg dicht bij zijn huis. Een op anderhalve kilometer afstand. Dat is nu dicht. Bij de ander, op ongeveer dezelfde afstand, kan hij geen pakjes meer afhalen. Daarvoor moet hij verder, naar de Breestraat, waar hij zijn auto niet kan parkeren.

Wagenaars situatie is tekenend voor de meeste grote steden. Op het platteland zijn de consequenties voor veel mensen nog ingrijpender. Daar moeten ze vaak het dorp uit voor hun pakketten en aangetekende post, wat vooral voor ouderen en gehandicapten problemen geeft. Vorig jaar richtte Wagenaar uit onvrede een actiecomité op, dat strijdt tegen de sluiting van de postkantoren en varianten daarvan in de steden en op het platteland. Nu postbedrijf TPG de sluiting van postagentschappen en -kantoren tijdelijk opschort wegens de onrust over de dienstverlening zou hij blij moeten zijn.

De postkantoren zijn van TPG en de Postbank. Uit bezuinigingsoverwegingen besloten de eigenaren het aantal vestigingen te verminderen. Maar TPG sprak vorig jaar af met staatssecretaris De Vries van Verkeer en Waterstaat dat ze voor de postdiensten minstens 2.100 vestigingen open zouden houden met een minimaal aanbod van postdiensten. Kamerleden, gemeentes en consumentenverenigingen twijfelen daaraan.

Loek Wagenaar belde eind vorig jaar met behulp van internetbestanden en telefoonboeken naar vierhonderd vestigingen waarvan TPG aangaf dat je er pakjes van tien kilo kon versturen. Medewerkers van een op de vijf vestigingen gaf volgens Wagenaar aan dat dat daar helemaal niet kan, of zelfs nooit gekund heeft. En ook de Vereniging van Nederlandse Gemeentes (VNG) zegt inmiddels zoveel klachten van verschillende gemeentes te hebben gehad over de sluitingen van agentschappen dat het ,,goed mogelijk'' is dat er inmiddels veel minder dan 2.100 zijn. ,,Het gebeurt sluipend'', zegt economisch beleidsmedewerker Jan-Jaap de Haan van de VNG. ,,Zelfs als TPG niets doet loopt iedere maand wel ergens een contract met een postagentschap af. Die verlengen ze in veel gevallen niet.'' TPG is volgens de beleidsmedewerker niet bereid een overzicht te geven van welke agentschappen wat verkopen en of ze wel of niet gaan sluiten. Een woordvoerder van TPG zegt dat zo'n overzicht niet geheim is, maar dat het niet zo is dat het op ieder moment de bedrijfsvoering zomaar voor iedereen uitdraait.

Binnen een week komt toezichthouder Opta met een rapportage die uitsluitsel moet geven of het postbedrijf zich aan de wet houdt. Maar de wet die bepaalt hoeveel postdiensten TPG minstens moet onderhouden is niet duidelijk.

Ten eerste is er de vraag wat een `vestiging' is. Volgens TPG kan dat een loket zijn bij de supermarkt waar klanten strippenkaarten, briefkaarten en postzegels kunnen kopen. Dat heet een verkooppunt. ,,Toen er vorig jaar commentaar kwam heeft TPG de verkooppunten gepromoveerd door er snel balansen neer te zetten voor pakketten van tien kilo en een paar aangetekende strookjes in de la te leggen'', zegt Wagenaar. In het vestigingenplan staat duidelijk hoeveel vestigingen wat voor soort diensten aan moeten bieden, maar volgens de Opta is er inderdaad een grijs gebied. ,,Sommige vestigingen bieden een mix aan diensten'', zegt een woordvoerder.

Daarnaast staat de spreiding van de vestigingen ter discussie. TPG hanteert de passermethode. Volgens die berekening zou je op iedere willekeurige plaats in Nederland een passerpunt kunnen plaatsen en binnen een straal van vijf kilometer een postkantoor te vinden. Het voordeel daarvan is dat mensen nooit ver hoeven te lopen. Maar, zo beredeneren consumenten, wat als er op vijf kilometer afstand van huis wel een postkantoor is, maar die route wordt doorkruist door een rivier en er geen brug in de buurt is? Ofwel: een kaartafstand zegt ook niet alles.

Een andere berekening gaat uit van de bevolkingsdichtheid. Dat houdt in dat in de grote steden meer postkantoren zijn en in de kleine steden en op het platteland een stuk minder. Het voordeel: op die manier hoeven mensen nooit al te lang in de rij te staan voor hun postzegels, pakketten en buitenlandse zendingen. Maar zo is de kans dat mensen op het platteland meer dan vijf kilometer moeten fietsen erg groot. Omdat de wet niet op alle punten volledig is bekijkt de Opta of het postbedrijf op die punten in ieder geval naar ,,de geest van de wet'' handelt.