De onttakeling van het monument Gasunie

De driedeling van de Gasunie is een breuk met een bijna veertigjarige geschiedenis. De staat krijgt de pijpen; Shell en Exxon kunnen nu eindelijk echt concurreren met hun handel.

Wie vanuit de Ommelanden de stad Groningen nadert ziet van ver twee markante herkenningspunten: de Martinitoren als uiting van Middeleeuwse kerkelijke pracht, en het hoofdkantoor van de Gasunie. Dat imposante bouwwerk is ontworpen in de organische stijl van architect Ton Alberts en staat symbool voor de welvaart die het aardgas Groningen en Nederland heeft gebracht.

Gisteren maakte minister Jorritsma (Economische Zaken) bekend dat die Gasunie zal ophouden te bestaan. Het bedrijf wordt in drie stukken gehakt en verdeeld tussen de Nederlandse staat en de oliemaatschapppijen Shell en Esso. ,,Een moment van grote emotionele pijn,'' zei hoofddirecteur George Verberg van de Gasunie gisteren: ,,een definitieve breuk (...) met een bijna veertigjarige periode waarin Gasunie en haar medewerkers een essentiële rol hebben gespeeld in de energievoorziening van Nederland en Europa.''

En met die laatste opmerking is niets te veel gezegd. Gasunie transporteert en verkoopt het gas dat uit Nederlandse bodem wordt opgepompt. Het bedrijf is zo een belangrijke kamer in het in 1963 door minister De Pous ontworpen `gasgebouw', de gangbare naam voor de verzameling overeenkomsten waarmee de Nederlandse gaswinnig is geregeld. Dit gasgebouw is een van de motoren van de Nederlandse welvaart gebleken en levert de schatkist nog altijd enkele miljarden euro per jaar op.

Toen in de jaren vijftig in het Groningse Slochteren voor het eerst aardgas ontdekt werd, zag men dat vooral als een lastig bijprodukt van de kolen waar men naar op zoek was. Om het gas toch nuttig aan te wenden moesten oliemaatschappijen gestimuleerd worden het aan de oppervlakte te halen. En zo verkregen Shell en Esso (nu ExxonMobil) in de gedaante van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) de concessie om in Slochteren, waar zich steeds meer gas bleek te bevinden, te boren.

Onder regie van de overheid ging Nederland vanaf de jaren zestig massaal over op aardgas. In de huizen maakten de butaantankjes plaats voor geisers en kachels die branden op `Slochterengas'. In de Nederlandse bodem kwam een netwerk van gasleidingen. De Gasunie, die het landelijle transportnet kreeg en het gas mocht verkopen, werd een publiek-private samenwerking, met Shell, Esso (elk 25 procent) en de staat (50 procent) als aandeelhouders.

De liberalisering van de Europese energiemarkt heeft daar echter verandering in aangebracht. Dat de Gasunie als monopolie haar langste tijd gehad had, was al eerder duidelijk. Om eerlijke concurrentie tussen aanbieders van gas te bevorderen moest de Gasunie worden opgesplitst in een onafhankelijk bedrijf dat het netwerk - de gasleidingen - beheert, en een bedrijf dat in de slag gaat om gas aan klanten te verkopen. Die splitsing kreeg organisatorisch al op 1 januari gestalte, maar nu blijkt dat die veel verder gaat dan verwacht.

De staat krijgt het netwerk-bedrijf, terwijl de handelspoot van Gasunie ophoudt te bestaan. Shell en Esso, in Nederland al veertig jaar partners, gaan ieder hun eigen weg. De oliegiganten krijgen voor de verkoop elk beschikking over de helft van het gas van de NAM.

Waarom Shell en Esso hun succesvolle huwelijk opbreken blijft vooralsnog onduidelijk. ,,Er zit een zekere logica in'', vindt een woordvoerder van Economische Zaken: ,,Shell en Esso zouden anders een conglomeraat vormen in zowel de winning als de handel op een markt waarop juist meer moet worden geconcurreerd.'' Maar volgens hem is de scheiding ,,niet door EZ opgelegd''. Shell wil niet op de kwestie ingaan, ExxonMobil zegt dat er is gekozen voor ,,transparantie''. De Gasunie zelf biedt wat meer helderheid. ,,De afgelopen jaren zijn Shell en Esso zich meer met ons gaan bezighouden, doordat voor beide gas veel belangrijker is geworden'', vertelt een woordvoerder. ,,Beide hebben een eigen strategie voor gas in Europa, maar geen van beide wilde natuurlijke het Nederlandse gas opgeven.'' De gasvoorraad in Nederland is de grootste in Europa.

Bij scheiding hoort een verdeling van de boedel en daarover zijn de onderhandelingen nog niet afgerond. ,,Over de financiële verknoping moet nog flink worden gepraat,'' zegt een woordvoerder van ExxonMobil. De staat krijgt het netwerk dat in de markt als ,,zeer waardevol'' wordt beschouwd. Maar Esso en Shell krijgen de exclusieve verkooprechten voor het gas. Wie moet bijbetalen en hoeveel?

Het enige wat Jorritsma zegt is dat de operatie ,,financieel neutraal'' zal zijn. Dat betekent volgens EZ niet dat Jorritsma niet wil bijbetalen. Het betekent alleen dat de staat net zoveel inkomsten uit het netwerk moet krijgen als nu uit de Gasunie. De hoogte van de inkomsten wordt bepaald door toezichthouder DTe, dat onder EZ valt. ExxonMobil belooft kritisch naar die tariefstelling te kijken: ,,Dat zou elke marktpartij doen.'' Jorritsma ziet daarin ,,geen spanning'' volgens EZ, want ,,het netwerk wordt geen melkkoe.''