De charme van Javier Solana stuit op haar grenzen

De Europese Unie wil een belangrijke rol in de internationale politiek. Maar als het er op aankomt, zoals nu in het Midden-Oosten, vangt ze bot.

Lichaamstaal gebruikt Javier Solana als geen ander. De coördinator van het buitenlands beleid van de Europese Unie omhelst en houdt langdurig handen vast. Charme is het diplomatieke wapen waarmee hij zijn onduidelijke functie bij de EU sinds 1999 gewicht heeft weten te geven. Maar Solana stuit de laatste tijd steeds vaker op de grenzen van zijn mogelijkheden. Dat maakt hij met diezelfde lichaamstaal duidelijk.

Bij de mislukte EU-missie vorige week in het Midden-Oosten was van zijn persoonlijke warmte niets te zien bij het rituele handen schudden voor de camera's met zijn Israëlische collega Shimon Peres. Hij was het liefst weggelopen.

Een dag eerder, tijdens een persconferentie in Luxemburg, zei Solana dat de EU-ministers van Buitenlandse Zaken niet alles wat hij zegt belangrijk genoeg vinden om over te discussiëren. Dat sloeg op zijn uitlatingen voor de Spaanse radio, dat de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Ariel Sharon maar beter met pensioen konden gaan om plaats te maken voor een nieuwe lichting politici. Zo zou vredesoverleg weer een kans kunnen krijgen.

Dat was een opvallende opmerking voor een ervaren diplomaat die publiek politici liever omhelst dan schoffeert. Hij vindt werkelijk dat de hoop gesteld moet worden op een nieuwe generatie, dat Sharon en Arafat zich wel eens mogen realiseren hoe oud ze zijn, en een oplossing in de weg zitten. Maar dat is nog iets anders dan dit hardop zeggen.

Solana's achterban is net zo gecompliceerd als het terrein waarin hij moet opereren. Het is langzamerhand klassiek dat van een Europees buitenlands beleid weinig terecht komt zodra er daadkracht vereist is of er militaire aspecten meespelen. De EU-lidstaten zijn dan grondig verdeeld en kunnen het slechts met moeite eens worden over teksten van officiële verklaringen. Het probleem speelde bij de Balkan-oorlogen, het speelt ook bij de crisis in het Midden-Oosten. Voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie kan wel roepen dat de Amerikaanse bemiddeling ,,heeft gefaald'', zelf vangt de EU daar ook keer op keer bot.

Solana is in 1999, op aandringen van Frankrijk, benoemd om het buitenlands beleid van de vijftien EU-lidstaten tot een geheel te smeden. Met woorden willen de EU-lidstaten veel. De verklaringen dat Europa een belangrijke rol op het wereldtoneel moet spelen zijn al vele jaren niet van de lucht. In 1996 zei de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, bij de benoeming van de Spanjaard Miguel Angel Moratinos tot speciaal EU-gezant voor het Midden-Oosten: ,,Europa kan niet aan de kant blijven staan, af en toe een zak met geld geven en de politiek aan Amerika overlaten.'' Soortgelijke uitspraken hebben Europese politici sindsdien in vele toonaarden herhaald. Maar het is voor Sharon geen aanleiding geweest om een EU-missie vorige week toe te staan Arafat te bezoeken.

Solana is de afgelopen jaren veel in het Midden-Oosten geweest. Hij heeft samen met de Verenigde Staten geprobeerd om Israël en de Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel te krijgen. Maar hij heeft tevens moeten vaststellen dat EU-landen, die elkaar soms beconcurreren, met een eigen agenda naar het Midden-Oosten reizen. Welk gewicht de EU, de grootste subsidieverlener van de Palestijnse Autoriteit, heeft in de ogen van Sharon, kon hij vorig jaar september al ontdekken. De Israëlische premier liet hem in zijn hemd staan. Hij zei dat hij dringender zaken aan zijn hoofd had.

Solana is een serieuze gesprekspartner van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell. Solana, en niet de Belgische EU-voorzitter, premier Guy Verhofstadt, werd vorig jaar oktober door Washington gewaarschuwd dat de Amerikaanse aanval tegen het Afghaanse Talibaanbewind begon. Premier Wim Kok en minister Jozias van Aartsen moesten het nieuws van de tv vernemen. Vervolgens begonnen Europese landen, ondanks plechtige verklaringen, ieder met hun eigen beleid. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, zag zijn kans schoon om als EU-voorzitter met reizen naar het Midden-Oosten en Azië de televisiejournaals te halen. De Britse premier Tony Blair reisde rond alsof de EU niet bestond.

Pierre Moscovici, de Franse minister van Europese Zaken, stelde onlangs vast dat het buitenlands beleid van de EU vooral een bureaucratische activiteit is. Werkgroepen bij de ministeries van Buitenlandse Zaken in de Europese hoofdsteden en in Brussel overleggen voortdurend. Ze zorgen voor een enorme papierproductie voor een speciaal opgezet communicatienetwerk (Coreu), ,,dat immers gevoed moet worden''. Dat leidt tot veel politieke verklaringen, maar uiteindelijk niet tot één Europese buitenlandse politiek die serieus wordt genomen.

Kok praat graag over ,,een krachtig Europa dat ernstig moet worden genomen''. Michel zei vorig jaar dat Europa ,,getoond heeft een belangrijke rol op het wereldtoneel te spelen''. De Britse eurocommissaris Chris Patten (Buitenlands Beleid) denkt dat Europa aan belang wint als duidelijk is met hoeveel geld het wereldwijd steun verleent. Maar zolang de EU-landen het niet echt eens worden over een buitenlands beleid, en zolang de Europese defensie wegens gebrek aan middelen en mankracht een papieren tijger blijft, kan ook Solana de Europese ambities niet met zijn charme redden. Dan gaat het handenschudden, zoals vorige week bij het bezoek aan Peres in Jeruzalem, hem vaker tegenstaan.