`De belasting voor de leraar wordt echt te groot'

Scholen vrezen een te grote toeloop van leerlingen met een handicap. Een succesvolle aanpak van de ene leerling kan te veel andere kinderen aantrekken. ,,Maar het is ook een verrijkende ervaring'', zegt een schoolleider.

Op de christelijke basisschool De Tweestroom in Hendrik Ido Ambacht zit een meisje met het syndroom van Down in groep 1. Haar ouders wilden dat ze naar een gewone school in de buurt zou gaan, zegt directeur Theo Huizer. ,,Na een teamoverleg met alle leraren hebben we besloten om de stap te wagen. We dachten, we moeten er toch ooit aan beginnen.''

De helft van de protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen verwacht lichamelijk en/of geestelijke gehandicapte kinderen niet goed te kunnen opvangen, bleek gisteren uit een onderzoek van de Protestants Christelijke Schoolleiders Organisatie. Vanaf augustus kunnen deze kinderen zich aanmelden bij een gewone school, waarbij ze dan een `rugzakje' met geld meekrijgen van het ministerie van Onderwijs om de kosten te dekken. In praktijk hebben veel scholen al enkele kinderen met een handicap op school.

Met het meisje op De Tweestroom gaat het goed. ,,Ze heeft wel extra aandacht nodig. Toen ze op school kwam, was ze bijvoorbeeld nog niet zindelijk. Dat kost de leerkracht een hoop tijd en energie'', zegt Huizer. ,,Maar het is ook een verrijkende ervaring, voor de leerkracht én de leerlingen. Ze kan redelijk meekomen, maar ze hoeft in groep 1 nog niet te leren lezen en schrijven. Hoe dat verder gaat, moeten we afwachten.'' Wel heeft de school meteen in het protocol vastgelegd dat er maar één zo'n kind in een groep kan zitten. ,,Anders willen andere ouders dit ook'', zegt Huizer. ,,En dan wordt de belasting voor de leraar echt te groot.''

Overbelasting van zijn leraren is ook de grootste vrees van Rein Smit, directeur van de christelijke basisschool Beatrix in Rotterdam. Hij heeft een reumapatiëntje op school dat prima kan leren, maar fysiek altijd hulp nodig heeft. ,,Ze kan bijvoorbeeld niet alleen naar de wc. Die zorg betekent extra stress.''

Want leraren hebben het al veel te druk, zegt Smit. ,,Er is een lerarentekort. Bovendien zijn de klassen veel te groot. Bij mij zitten er meer dan dertig kinderen in de hogere groepen. Daarbij krijgen we steeds meer allochtone leerlingen binnen die vaak een taalachterstand hebben. Dan hou je echt weinig tijd over om gehandicapte kinderen goed op te vangen.''

Basisscholen kunnen zich nauwelijks voorbereiden op de komst van meer lichamelijk of geestelijke gehandicapte leerlingen komend schooljaar, want je weet absoluut niet wát je binnenkrijgt, zegt Smit. ,,Het kunnen echt alle soorten handicaps zijn, je moet per kind bekijken wat er vervolgens nodig is.'' Hij vreest dat het geld in het rugzakje onvoldoende zal zijn om alle benodigde hulp in te kopen. ,,Weet je wat een aangepaste tafel kost? En dan heb ik het nog niet eens over de personele kosten.''

Dat denkt ook Bertus Rietman, directeur van de christelijke basisschool Het Baken in Lelystad. ,,Je hebt duur gespecialiseerd personeel nodig. Een leraar kan niet zomaar medicijnen toedienen bijvoorbeeld. Het ministerie kennende zal het rugzakje onvoldoende zijn.''

Rietman heeft twee gehandicapte leerlingen op school, één met een motorische beperking en één met een stoornis `verwant aan het syndroom van Down'. Om hen op te vangen is er `ambulante begeleiding', maar die is onvoldoende. ,,De leraren zijn gelukkig inmiddels `ervaringsdeskundigen' geworden, zegt Rietman.

Hoewel scholen ook na augustus gehandicapte leerlingen mogen weigeren, als ze daarvoor goede redenen hebben, vreest Rietman dat ouders een plaats voor hun kind zullen eisen. ,,De tijd die wij aan hun kind besteden gaat af van de tijd die we hebben voor de overige leerlingen. Die balans moet niet doorslaan.''