Rosas jubileert met half geslaagde lentedans

Met een nieuw avondvullend werk en een uitgebreid retrospectief programma viert dansgroep Rosas haar twintigjarig bestaan. Oprichter, artistiek leider en voornaamste choreograaf Anne Teresa De Keersmaeker nam bij de première het applaus in ontvangst in een chique feestjurk. Terug in de coulissen trok ze die onmiddellijk weer uit. Wars van toeters en bellen is ze nog steeds, deze serieuze en eigengereide Brusselse die in 1982 de danswereld veroverde met haar heftige Rosas, het oerstuk waarnaar de groep is vernoemd. Intussen geldt ze internationaal onverminderd als een topper van de moderne dans en leidt ze daarnaast de door haar geïnitieerde, succesvolle dansopleiding P.A.R.T.S.

Reden te over dus om bij dit jubileum stevig uit te pakken. Dat deed ze met April me, genoemd naar een frase uit een gedicht van e.e.cummings. Het deel voor de pauze was een tintelende ervaring, het deel erna wekte enigszins bevreemding.

Een sterke troef is het toneelbeeld van Jan Versweyveld. Toneeltrekken, tafels en lichtblauwe panelen drapeerde hij schots en scheef over het podium, waardoor er een chaotisch slagveld ontstaat waar de dansers kris kras doorheen moeten waden of overheen moeten klauteren.

Gaandeweg stapelen ze de zooi op en komt het zicht vrij op het instrumentarium van het Ictus Ensemble, dat slagwerkcomposities speelt van James Wood, Xenakis en huiscomponist Thierry De Mey. Diens vijfdelige, oosters getinte Fiancailles bepaalt grotendeels de sfeer. Zacht koebel-getinkel wordt afgewisseld met vurig slagwerk. De cohesie tussen muziek en dans is groot. De Keersmaekers taal is licht en vitaal, met meditatieve poses als gedachtestreepjes, zwenkingen om de eigen as als verbindende komma's en korte, impulsieve sprongetjes als uitroeptekens. De dansers klonteren samen of draven rondjes, formeren een lange rij en breken weer los. De losse, schijnbaar vanuit gewrichten aangestuurde bewegingen zijn verwant aan de stijl van Trisha Brown. Bijzondere eigen accenten leggen vooral Cynthia Loemij in een bedachtzame solo en Jakub Truszkowski, in een virtuoos staaltje dansacrobatiek.

Dit met losse brushes geschetste beeld van lente en liefde wordt na de pauze vervolgd met Strawinski's Les Noces, in de experimentele uitvoering van de Rus Pokrovsky. Vreemd genoeg wordt het rauwe van deze etnische zang niet weerspiegeld in de dans. Die blijft licht, al is ze vermengd met aardse folklore-motieven en met patronen waarvoor Nijinska's oerballet model zal hebben gestaan. De bruid dolt als dartel veulen rond in een hippe bruidsjurk en onderbroek, en glijdt soms joelend op haar bruidsboeket ergens vanaf. Dat is geinig, maar volstrekt in tegenspraak met Strawinski's traditionele ritueel van een bruid die angstig de huwelijksnacht tegemoet treedt. Zelfs de jammerklacht van de moeder blijft hier zonder respons in de dans. Komt dat door de onwennigheid van de maakster, die voor het eerst bestaande balletmuziek gebruikt? Ook de zinderende liefdesaria uit Mozarts Le Nozze di Figaro levert de dans weinig lyriek op. Kennelijk laat dit impressionistisch idioom weinig ruimte voor emoties. Daarbij overtuigt de schuchtere poging tot danstheater amper, al is de `choreografie voor twee dirigerende handen' van de entracte onovertroffen goed. Als eerbetoon aan liefde en lente is April me dus voor de helft geslaagd. Bij het arceren van donkerder tinten schiet de dans schromelijk tekort.

Voorstelling: (But if a look should ) April me, door Rosas i.s.m. Ictus Ensemble. Choreografie: Anne Teresa De Keersmaeker. Gezien: 3-4 in de Koninklijke Schouwburg Brussel. Tournee. Op 24 en 25-9 in Schouwburg Rotterdam. Inl.: (0032)2-3445598 of www.rosas.be