Nieuw bewijs in Puttense zaak

De schaamhaar op de trui van de in 1994 in een boshuisje in Putten verkrachte en vermoorde Christel Ambrosius komt volledig overeen met dat van verdachte Wilco Viets. Dit werd vanmorgen bekend bij de hervatting van de getuigenverhoren voor het gerechtshof van Leeuwarden. Volgens persadvocaat-generaal R. van der Velde heeft de verdachte ,,wat uit te leggen''. ,,Dit komt als hard gegeven bij de bewijslast.''

Wilco Viets en Herman Du Bois werden in 1995 door het gerechtshof van Arnhem veroordeeld tot tien jaar cel wegens verkrachting van en moord op de 23-jarige Ambrosius op 9 januari 1994. Het tweetal kwam vorig jaar vrij. Na een herzieningsverzoek verwees de Hoge Raad de zaak terug naar het hof, nadat twijfels waren gerezen over hun schuld. De advocaat van de verdachten, G.J. Knoops, meent dat de veroordeelden, die aanvankelijk bekenden, onder de druk van de tientallen politieverhoren waren bezweken.

Advocaat-generaal J. van der Neut noemde de uitkomst van het haaronderzoek vanmorgen ,,opmerkelijk''. Een deskundige van het Forensisch Laboratorium in Leiden verklaarde dat de haar overigens ook afkomstig kan zijn van ,,een onbekend aantal anderen''. Hij doelde hiermee op familieleden van Viets in de vrouwelijke lijn, die hetzelfde profiel kunnen hebben. Ook binnen een kleine regio kan hetzelfde DNA voorkomen. Maar volgens Van der Velde is er tegen familie van Viets ,,geen enkele verdenking''.

Bewijsmateriaal waarop het hof in Arnhem zijn bewijsvoering stoelde, is nu verdwenen: microsporen van de roze wolvezel op de housebroek van verdachte Du Bois blijken niet overeen te komen met die op het vloerkleed en de mat in het huisje waar Ambrosius werd verkracht.

Opmerkelijk is verder dat het DNA van het melktandje dat op haar lichaam werd gevonden overeenkomt met dat van haar broer. Op haar broek en sluiting zijn bovendien diens aanrakingssporen aangetroffen. De broer van het slachtoffer is twee keer gehoord door het OM. De sporen zouden volgens hem te verklaren zijn doordat hij de broek van zijn zus wilde passen. Deskundige R. Eikelenboom van het Nederlands Forensisch Instituut verklaarde dat sommige mensen geen aanrakingssporen achterlaten en anderen wel. Uit DNA-onderzoek blijkt verder dat de bloedspat aan de binnenkant van de spijkerbroek van het slachtoffer afkomstig moet zijn van de verkrachter. Het DNA-profiel komt overeen met dat van het aangetroffen sperma, dat niet van Du Bois of Viets afkomstig is.