Naoorlogse Doorbraak nadert haar voltooiing

Het succes van Pim Fortuyn is niet zozeer te duiden als de massale opkomst van extreem rechts, maar meer als het ultieme succes van de naoorlogse Doorbraakbeweging, oordeelt S.W. Couwenberg.

Beleven we nu, met het succes van de leefbaarheidsbeweging en Fortuyn als meest saillante exponent, wellicht het definitieve verval van het oude politieke bestel en van de grondslagen waarop het steunt: enerzijds de traditionele ideologische scheidslijnen die teruggaan tot het einde van de negentiende eeuw en waarvan nauwelijks nog een electoraal appèl uitgaat; anderzijds de traditionele regententraditie die diep in onze historie geworteld is en lang hand in hand is gegaan met onze daarmee contrasterende egalitaire traditie? Dat is een veronderstelling waarvoor mijns inziens goede argumenten te geven zijn. Daartoe is een korte historische terugblik nodig.

Het verval van het bestel is in zekere mate al direct na de oorlog ingezet met de strijd van de linkse Doorbraakbeweging onder leiding van de PvdA tegen de religieus-politieke scheidslijnen ervan. Die werden als politiek irrelevant fel geattaqueerd. Die aanval had aanvankelijk weinig succes en ging pas in de jaren zestig vruchten dragen dankzij de politieke vernieuwingsbeweging van die jaren, met D66 als de meest radicale exponent ervan. Die stelde namelijk de hele traditionele ideologische grondslag van het oude bestel ter discussie, inclusief de tegenstelling socialisme-liberalisme. Nieuw links in de PvdA was toen nog niet zover en wilde die tegenstelling juist nieuw leven inblazen. Wel trokken beide gezamenlijk van leer tegen de traditionele regententraditie. Ook deze tweede aanval, die volgens D66 moest resulteren in de ontploffing van het oude bestel, had niet onmiddellijk succes.

De mentaliteitsverandering die zich toen in de intellectuele en politieke voorhoede voltrok, heeft nu ook brede lagen van de bevolking bereikt. De paarse kabinetsvorming in de jaren negentig, die de traditionele polarisatie tussen socialisme en liberalisme doorbroken heeft, heeft daartoe mede de voorwaarden geschapen. Het ideologische debat tussen socialisme en liberalisme, dat het oude bestel nog enige zin en betekenis gaf, is sindsdien helemaal op de achtergrond geraakt. Het gaat nu nog slechts om actuele beleidsvraagstukken en de vraag hoe die op te lossen. Werd D66 bij haar opkomst nog bestreden als on-Nederlandse partij omdat zij zonder ideologie annex beginselprogramma op het politieke toneel verscheen, nu beperkt de strijd tegen de leefbaarheidsbeweging zich alleen nog tot de vraag of de van die kant aangedragen oplossingen van beleidskwesties plausibel en aanvaardbaar zijn. Door zich in de praktijk los te maken van hun ideologische wortels verloochenen de traditionele partijen de grondslag waarop hun bestaan berust. En zodoende is er volop ruimte ontstaan voor de ontwikkeling van posttraditionele alternatieven, zoals nu de leefbaarheidsbeweging.

Het succes daarvan bij de raadsverkiezingen is in de buitenlandse pers geïnterpreteerd als een extreem-rechtse reactie die nu ook in Nederland zou aanslaan. Dat was een fraai staaltje van `hineininterpretieren' van wat in eigen land als zodanig wordt bestreden. Maar hoe die beweging dan te typeren? Nieuw rechts, meent Melkert. Maar ook die typering hoort thuis in het traditionele politieke denkkader.

Het verzet dat zich in die leefbaarheidsbeweging bundelt is een verzet dat al jarenlang in de politieke literatuur en ook in dit blad te beluisteren viel, maar nu zo'n krachtige politieke vertolking krijgt dat het een relevante politieke machtsfactor gaat worden en dus niet langer te negeren valt. Het is het verzet tegen de zelfgenoegzame, arrogante en besloten bestuurscultuur van de gevestigde politiek; tegen de politieke inteelt die daarvan een wezenlijk element is geworden, zoals Bomhoff zopas nog eens scherp in het licht heeft gesteld; tegen de repressief werkende consensusdrang van het onder paars overspannen geraakte politieke poldermodel. Kan men dat met recht rechts noemen?

Als sloper van het vermolmde oude bestel voltooit de leefbaarheidsbeweging het proces van democratische vernieuwing dat in een eerdere fase op gang werd gebracht door PvdA en D66. In aansluiting op de historisch gegroeide en liberaal gekleurde ideologische consensus streeft zij naar een nieuw, meer vitaal democratisch bestel, waarin het soevereine volk meer serieus genomen wordt en meer stem krijgt. Als men dat laatste populistisch noemt en dat als iets negatiefs bedoelt, rijst de vraag wat men dan eigenlijk onder democratie verstaat. Het volk zo weinig mogelijk stem geven? Hoe dit zij, rechts is dat streven evenmin.

Is de leefbaarheidsbeweging niet veeleer de expressie van een politieke ontwikkeling die niet langer te vangen valt in het traditionele links-rechtsschema dat aan de linkerzijde zolang als een wit-zwarttegenstelling is gekoesterd, zoals dat ook het geval is met de Derde Weg die de sociaal-democratie sinds de jaren '90 bewandelt?

We verkeren nu in een experimentele ontwikkelingsfase waarin politiek en democratie los van de traditionele ideologische polarisatie in zekere mate opnieuw moeten worden uitgevonden. Wat in de jaren zestig te dien aanzien nog niet lukte, maakt nu een reële kans van slagen. Evenals toen gaat dit gepaard met een nieuwe polarisatie van de politieke verhoudingen.

De PvdA heeft weinig reden om nu zo fel van leer te trekken, gezien eerder haar polariserende doorbraakstrijd tegen de confessionele partijen en daarna haar polarisatiestrategie van de jaren zestig en zeventig om zodoende een nieuwe politieke Doorbraak te forceren.

Hoe de figuur van Fortuyn te duiden? Dat is al vele malen geprobeerd, in de regel in sterk negatieve zin als uitvloeisel van het nieuwe polarisatieklimaat. Maar naarmate hij meer weerklank vindt, wordt het oordeel over hem meer genuanceerd, zoals de typering van Henri Beunders (NRC Handelsblad, 23 maart), die in hem de exponent ziet van een reactionair modernisme. Met reactionair bedoelt hij dan Fortuyns nostalgie naar de overzichtelijke geborgenheid en veiligheid van vroeger dagen als pendant van en correctie op het anonieme grootschaligheidsdenken van de moderniteit die hij in ander opzicht daarentegen met kracht omarmt en verdedigt. Maar die nostalgie leefde ook al volop in progressief geachte bewegingen van de jaren zestig en zeventig. Als negatieve kwalificatie is reactionair ook zo'n term die eigenlijk weinig meer zegt nu het lineaire vooruitgangsgeloof van de Verlichting ook in progressieve kringen niet langer leeft.

Uitgaande van de hypothese dat we nu op weg zijn naar een voltooiing van de naoorlogse Doorbraakbeweging, zie ik Fortuyn veeleer als katalysator in dat proces. Democratische vernieuwing die al meer dan een halve eeuw periodiek op de agenda staat, maar niet verder kwam dan marginale aanpassingen, krijgt nu opnieuw de wind in de zeilen.

Als serieuze wetenschappers als R. in 't Veld en J. Kruiter (NRC Handelsblad, 22 maart) als bijdrage daartoe nu zelfs de afschaffing van het klassieke systeem van volksvertegenwoordiging aan de orde stellen en willen vervangen door een systeem van direct gekozen uitvoerende en controlerende organen en interactieve beleidsvorming, dan is er wel wat aan de hand in een land waar de representatieve democratie tot nu toe als een heilige koe gold en alles wat zweemt naar meer directe volksinvloed, zoals de gekozen burgemeester en minister-president en de introductie van een correctief referendum, op grote weerstanden stuit. In het licht hiervan is juist genoemd voorstel niet meer dan een interessant gedachte-experiment. Wat de leefbaarheidsbeweging beoogt, maakt meer kans van slagen, te weten een ontbureaucratisering en verburgerlijking van de politiek en meer directe vormen van democratie als aanvulling en versterking van de representatieve democratie. Wel moet de leefbaarheidsbeweging spoedig een Europese dimensie krijgen. Want de Nederlandse politiek kan alleen nog op zinnige wijzen bedreven worden in nauwe samenhang met die Europese dimensie.

Ondanks de aanvallen die nu steeds meer op de zwakke kanten van Fortuyns beleidsvisie gedaan worden en die zijn niet moeilijk te vinden blijft zijn politieke ster nog volop stralen. Maar het te snelle en te grote succes dat hem nu toelacht, mede dankzij alle media-aandacht, zal hem waarschijnlijk spoedig na de verkiezingen gaan opbreken.

Zijn talrijke vijanden zullen niet nalaten hem het politieke leven zo moeilijk mogelijk te maken en hem hoe dan ook ten val te brengen. Dat zal zeker wel lukken. Daar wordt nu al rechts en links op gespeculeerd. Maar wat hij in beweging gebracht heeft valt niet meer terug te draaien. We zijn op weg naar nieuwe politieke verhoudingen. We beleven het begin van een nieuw politiek tijdperk waarin we in andere politieke termen moeten leren denken. Daar hebben velen nog moeite mee.

Prof.mr. S.W. Couwenberg is directeur-hoofdredacteur van Civis Mundi en oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht.