Na absolutisme nu tijd voor fijnzinnigheid VS

Nu de VS beginnen aan een vredesmissie in het Midden-Oosten, zal blijken of de regering-Bush het diplomatieke handwerk voldoende beheerst.

Vijftien maanden heeft president George W. Bush de crisis in het Midden-Oosten vrijwel links laten liggen, maar nu er een opflakkering is van Amerikaans leiderschap, stijgt zijn toon navenant. Een week geleden weigerden Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell persoonlijk Israël op te roepen tot een troepenterugtrekking na de invasie van Ramallah, wat door critici werd opgevat als een `groen licht' voor premier Sharon.

Maar afgelopen zaterdag gaf Bush Sharon rechtstreeks en herhaaldelijk te verstaan dat die terugtrekking ,,nu'' moet beginnen, een telefoongesprek dat Bush naar verluidt geïrriteerd beëindigde. In die zin staat het licht, in Amerikaanse ogen althans, op rood voor Sharon, zeker nu minister Powell vandaag in Marokko begint aan zijn vredesmissie door de regio. Powell ontmoet onder anderen de Saoedische kroonprins Abdullah, bedenker van een vredesplan, de Egyptische president Mubarak en Europese en Russische collega-ministers in Spanje, voordat hij aan het eind van de week naar Israël reist en ,,als de omstandigheden het toelaten'' ook de Palestijnse leider Arafat ontmoet.

De Amerikaanse toon is sinds een week meer verhard jegens Israël dan jegens de Palestijnen, ondanks de dagelijkse aanmaningen aan het adres van Arafat op te treden tegen terrorisme. Toen Bush afgelopen donderdag ,,een snelle U-bocht'' maakte, zoals Time het noemde, met de aankondiging dat hij alsnog Powell als bemiddelaar zou uitsturen wat hij dagenlang had afgehouden , vroeg hij Israël slechts te ,,beginnen terug te trekken'' uit de bezette steden. ,,Genoeg is genoeg'', was de sleutelzin van Bush. Zijn radicale beleidswending kwam na dagen van nationale en internationale kritiek dat Washington te weinig deed om het geweld te stoppen.

Cruciaal bij die ommekeer was volgens Time de recente reis van vice-president Cheney door het Midden-Oosten die geen steun voor een Amerikaanse aanval op Irak opleverde maar wel kritiek op Amerika's afzijdigheid in de crisis in het Midden-Oosten. Onmiddellijk na Bush' aankondiging donderdag riep de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, met Amerikaanse steun, in een resolutie op tot een Israëlische terugtrekking ,,zonder uitstel''.

Terwijl premier Sharon de oproepen van Bush en de VN voorlopig negeert, roepen de Verenigde Staten steeds nadrukkelijker op tot onmiddellijke terugtrekking. De VS hebben er volgens nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice begrip voor dat een Israëlische ,,militaire mobilisatie van deze aard'' niet acuut kan worden stilgelegd. Maar tegelijkertijd realiseren ze zich dat een verder uitstel daarvan de Amerikaanse vredesmissie ernstig kan ondermijnen.

Sharon had Bush gezegd alles in het werk te stellen om het Israëlische offensief tegen de Palestijnse ,,infrastructuur van terreur'' zo snel mogelijk af te ronden. Maar algemeen wordt aangenomen dat Israël zijn offensief nog dagen voortzet, in elk geval tot vrijdag als Powell Jeruzalem aandoet.

De Amerikaanse oproepen zijn een teken van het besef in Washington dat aanhoudend geweld van Israël het Amerikaanse prestige in hoge mate kan aantasten. President Bush heeft in zijn nu vijftien maanden durende termijn nog weinig van zulke oproepen aan leiders van andere landen gedaan. En de drukmiddelen zijn beperkt. Zelfs de militaire suprematie van de VS kan dit keer niet helpen, zoals tegen de Talibaan. Het komt nu aan op fijnzinnige en geduldige diplomatie, en het is op voorhand niet duidelijk of Powell dit handwerk voldoende beheerst. Dit vergt een ander genre dan het soms absolutistische optreden en taalgebruik dat de buitenlandse politiek van deze regering tot nu toe heeft gekenmerkt.

Powell houdt zijn verwachtingen publiekelijk laag: hij hoopt op een bestand maar ook daarvan is hij naar eigen zeggen allerminst zeker. Terugdringing van geweld en hervatting van de ,,dialoog tussen de twee partijen'' zijn andere doelen van Powell.

De regering-Bush betreedt met deze crisismissie een nieuw en onzeker pad: wie als enige supermacht eenmaal aanschuift aan de onderhandelingstafel in het Midden-Oosten, kan niet zonder gezichtsverlies weer opstappen, als er niet meteen succes geboekt wordt. Bush zei gisteren dat de tijd nog ver weg is dat hij zelf met de Israëlische en Palestijnse leiders zal onderhandelen, zoals zijn voorganger Clinton veelvuldig deed. Daarmee houden de VS toch nog een machtsmiddel presidentiële druk achter de hand.