Meer dan schoon alleen

Een Amerikaan wast vaak in koud water. De Europeaan gebruikt voor de was warm water. Aziaten maken veel kerrievlekken, Zuid-Amerikanen knoeien vooral met tomatensaus. De antiglobalisering van het wasmiddel.

Op het Vlaardingse wasmiddelenlaboratorium van Unilever staan 260 wasmachines bijna geruisloos te draaien. De apparaten komen van over de hele wereld. Op een Braziliaanse bovenlader staan een fles tomatensaus, een tube mosterd en een potje mangosap. Veel verkochte producten in het Zuid-Aamerikaanse land. ,,Dus ook belangrijke veroorzakers van vlekken'', zegt dr. Peter van den Elzen, die het onderzoek naar nieuwe wasmiddelen tot voor kort leidde. ,,Wil je een goed wasmiddel voor die regio maken, dan zul je dit soort vlekken moeten aanpakken.''

Volgens Van den Elzen is het een doorbraak dat de grote wasmiddelenfabrikanten sinds een paar jaar rekening houden met wasgewoonten en diëten. ,,Tot midden jaren negentig maakten we een wasmiddel in eerste instantie voor Europa, en vervolgens verspreidden we dat product over de rest van de wereld. Maar die aanpak blijkt niet altijd even succesvol'', zegt hij.

Wasmiddelen evolueren, onder invloed van hun omgeving. Nu de consument meer en meer centraal komt te staan, verschuift de nadruk in Europa naar `gemak'. Want daar vraagt de drukbezette consument om. Dat betekent: wasmiddelen in de vorm van een tablet of een sachet. Zodat de consument niet meer hoeft na te denken hoeveel poeder er nou precies in het maatschepje moet. In Zuid-Amerika en Afrika moet de was vooral schoon en wit zijn. ,,Want daarmee geeft een vrouw aan goed voor haar gezin te zorgen'', zegt Van den Elzen. Daarom ontwikkelen de grote drie Unilever (Omo, Sunil), Procter & Gamble (Ariel, Dash) en Henkel (Persil, Witte Reus) juist voor deze werelddelen nieuwe wasmiddelen die de was een stuk schoner en witter wassen dan nu het geval is.

Daarnaast moeten wasmiddelen voldoen aan randvoorwaarden. Het milieu is zo'n randvoorwaarde, sinds eind jaren zestig. De fosfaten bijvoorbeeld kwamen toen onder vuur te liggen, omdat ze bijdroegen aan de `veralging' van beken, sloten en rivieren. Fosfaten dienen als waterontharder. Ze vangen calcium- en andere zouten weg, en zorgen ervoor dat vuil niet terugslaat op de was. Fosfaten werden vervangen door een andere waterontharder, zeoliet. Althans, in sommige landen. In de Scandinavische landen is het gebruik van fosfaten in wasmiddelen verboden. In Nederland bestaat geen verbod, maar is het via een convenant geregeld. In Groot-Brittannië zijn fosfaten nog steeds toegestaan. Sommige wasmiddelen bestaan er voor vijftien procent uit.

Ook de ontwikkeling van wasmachines heeft effect op de samenstelling van een wasmiddel. De machines moeten aan steeds strengere milieu-eisen voldoen. Gebruik van energie en water gaat verder en verder omlaag. Zo kwamen er begin jaren zeventig wasmachines die niet alleen bij 90 graden Celsius konden wassen, maar ook bij 60 graden Celsius. Maar dat leverde problemen op voor het bleekmiddel dat tot dan toe werd gebruikt, waterstofperoxide. Bij temperaturen onder de 85 graden Celsius werkte het erg traag terwijl de wasprogramma's juist korter werden. En wassen zonder bleekmiddel was uitgesloten, want hoe moesten al die pigmentvlekken (wijn, thee, vruchtensappen) anders worden verwijderd? Unilever ontdekte vervolgens een chemische stof die ook bij 60 graden Celsius de was nog goed bleekt, TAED (tetra-acetylethyleendiamine). TAED reageert in water met waterstofperoxyde en vormt perazijnzuur, dat een snel blekende werking heeft.

Binnen de randvoorwaarden zijn wasmiddelen de afgelopen decennia steeds verder verbeterd. De Nederlandse firma Kortmann & Schulte (Biotex) kwam begin jaren zestig als eerste met een wasmiddel dat protease bevatte, een enzym dat eiwitten afbreekt. Twintig jaar later werd er ook lipase toegevoegd, een enzym dat vet aanpakt. In de jaren negentig kwam amylase erbij, dat zetmeel afbreekt. En ook cellulase, dat textielvezeltjes verwijdert. Van den Elzen: ,,Door veelvuldig wassen gaat katoen vezelen. De loshangende vezeltjes maken de kleding optisch bleek. Cellulase breekt die losse eindjes af, maar laat het textiel verder met rust.'' Onderzoekers zijn nu druk op zoek naar een enzym dat het bleekmiddel kan vervangen. En naar enzymen die bij 20 of 30 graden Celsius goed werken, omdat de wastemperatuur steeds verder omlaag moet. Ze reizen daarvoor bijvoorbeeld af naar de poolstreken en zoeken daar in bacteriën, planten en vissen naar mogelijk geschikte enzymen. Het zou een doorbraak zijn: een waspoeder dat goed werkt in koud water.

Ook de surfactants, basiscomponenten in een wasmiddel, zijn steeds complexer geworden. Ze voorkomen dat watermoleculen dikke druppels vormen, zoals ze van nature graag doen, want die dringen slecht in het textiel door. Als surfactant bevatten wasmiddelen zogeheten anionogene en niet-ionogene stoffen. Die eerste breken vetten af, de laatste zorgen ervoor dat vuildeeltjes en textiel elkaar afstoten. Omdat de dosering en onderlinge verhouding van de surfactants van invloed is op de wasprestatie, sleutelen onderzoekers tot op de dag van vandaag aan hun formulering.

Een modern wasmiddel bevat tien tot twintig componenten: een aantal surfactants, een aantal enzymen, bleekmiddel, schuimdrukker, optische witmaker, parfum, bufferzouten, waterontharders en kleurbeschermers. De verhouding van de componenten kan per regio verschillen. De wasmiddelen in de Skandinavische landen bevatten weinig waterontharders omdat het water daar kalkarm is. In tegenstelling tot Nederland, Frankrijk en Zuid-Duitsland, waar het water juist rijk is aan kalk.

Fabrikanten hebben, door de mondialisering van hun bedrijven, geleerd dat de samenstelling van een wasmiddel soms wel moét variëren, omdat de gewoontes zo uiteen kunnen lopen. Amerikanen gebruiken vooral bovenladers, wasmachines die aan de bovenkant opengaan. Waarom, is Van den Elzen niet duidelijk. ,,Dat is zo gegroeid, en de Amerikanen vinden het handig want de machines zijn zo gemaakt dat je tijdens het wassen nog T-shirts of wasmiddel erbij kan doen'', zegt hij. Bovendien dragen Amerikanen een broek of een blouse maximaal een dag, soms slechts een halve dag. Ze wassen hun kleren met koud water, ze kiezen korte wasprogramma's van 10 tot 15 minuten en gebruiken bij voorkeur een vloeibaar wasmiddel. In Europa is de voorlader juist favoriet. Europeanen dragen hun combinaties vaak een paar dagen achter elkaar. De was wordt gedaan in warm water, de programma's duren vaak een uur of langer, en het wasmiddel is poedervormig. Indiërs krijgen vooral kerrievlekken op hun kleding, terwijl Zuid-Amerikanen juist tomatensaus knoeien. ,,En vet, want ze eten bij die saus graag veel gebarbecued vlees'', zegt Van den Elzen.

Kwaliteitsverschil tussen de grote merken is er volgens Van den Elzen amper meer. ,,Ze hebben weliswaar allemaal hun eigen sterke kanten, maar ze wassen in principe goed.'' Het komt nu aan op de prijs, of op de herkenning van een merk. Reclames zijn sterk op de consument gericht en niet meer op de technologie, zoals vroeger. ,,De consument is namelijk niet geïnteresseerd in het feit dat er een nieuw bleeksysteem in zit, of nog betere enzymen'', zegt Van den Elzen.

In India draait bijvoorbeeld een reclame waarbij twee mannen op kantoor zitten, een met een schoon hemd en een met een grauw hemd. De man met het schone hemd krijgt steeds opdrachten van zijn baas, de ander kijkt werkloos en verslagen toe. Totdat zijn vrouw overstapt op een nieuw wasmiddel, en zijn overhemd stralend wit uit de was komt. De volgende dag krijgt juist hij een opdracht. Dus, door het wasmiddel zou je bij de baas in achting stijgen. De Europese reclames leggen de nadruk meer op seks. Zo is er een variant waarbij een vrouw thuis komt met een man. Hij gaat naar de badkamer. Zij loopt alvast naar de slaapkamer, gaat in bed liggen en laat het schouderbandje van haar onderjurk zakken. Maar de man komt niet opdagen. Hij jongleert op de badkamer met sachets, gevuld met een groen wasmiddel. Van den Elzen: ,,Boodschap: ons middel is verleidelijker dan een vrouw.'' En is er toevallig toch een consument die meer wil weten over de technologie achter de sachets, dan kan hij altijd nog met de fabrikant bellen.