Kiezers belonen Orbán niet voor herstelkoers

De centrum-linkse oppositie nam gisteren geheel onverwacht een kleine voorsprong in de parlementsverkiezingen in Hongarije.

De Hongaarse kiezers hebben de jonge conservatieven van de Fidesz-MPP (Alliantie van Jonge Democraten - Hongaarse burgerpartij) een lelijke poets gebakken. In plaats van het beleid van de afgelopen vier jaar met een klinkende zege te belonen – zoals de peilingen voorspelden – zetten de kiezers de deur wagenwijd open voor een terugkeer van de socialisten aan de macht. Opmerkelijk, omdat Hongarije onder de rechtse regering-Orbán een gestage economische groei doormaakte, de levenstandaard langzaam omhoog kroop en het land met twee benen in de NAVO en met één been in de Europese Unie is komen te staan.

Maar dat was niet genoeg om de verkiezingen te winnen. Kiezers in Midden-Europa zijn per definitie ontevreden over het beleid van hun regeringen. De transitie van een communistische éénpartijstaat naar een vrije marktdemocratie doet pijn. De armoede kwam snel en de beloofde welvaart blijft uit. Vrije verkiezingen hebben de afgelopen twaalf jaar daarom bijna altijd tot het wegstemmen van de zittende regering geleid.

Het is de enige manier waarop de bevolking zijn frustratie kan uiten en het lijkt erop dat ook de regering-Orbán dit lot heeft getroffen. Het wegstemmen gaat meestal gepaard met een teleurstellend lage opkomst. Opvallend genoeg was dat nu in Hongarije niet het geval. Ruim zeventig procent van de kiezers is zondag uit zijn luie stoel gekomen om de basis te leggen voor een regeringswisseling.

Premier Orbán heeft dit voor een deel aan zichzelf te wijten. Het lijkt erop dat de kiezers in het geweer zijn gekomen tegen de autoritaire, nationalistische regeringsstijl van zijn regering. De 38-jarige tacticus Orbán houdt van een strakke regie. Daarom stond hij erop dat het cruciale lijsttrekkersdebat met zijn socialistische opponent pas vrijdagavond plaatsvond. Meteen na het debat ging de campagnestilte in. De vijandige linkse pers zou dan niet de gelegenheid krijgen om het debat eindeloos te herkauwen en het publiek van meningen te voorzien. Orbán, een veel betere redenaar dan de ruim twintig jaar oudere financieel expert Medgyessy, gokte op een simpele overwinning.

Maar het pakte anders uit. De houterige Medgyessy was er tot dan toe niet in geslaagd was om zijn toehoorders te inspireren. Maar vrijdagavond bleek hij plotseling een gevat redenaar. Ontspannen grapjesmakend diende hij de conservatieve premier van repliek. Medgyessy wist de premier een aantal keren in het nauw te brengen en Orbán liep in zijn eigen val. Door de campagnestilte konden de regeringsmedia zaterdag immers niet meer ingezet worden om de schade te repareren.

Opmerkelijk is verder dat nationalisme niet echt goed blijkt te scoren bij de kiezers. Orbán heeft een uitgesproken nationalistische campagne gevoerd met nadruk op de Hongaarse natie van 15 miljoen (inclusief de etnische Hongaren in de buurlanden) en op de conservatieve Hongaarse geschiedenis. Maar de kiezers blijken niet onder de indruk. De nationalistische houding heeft Fidesz-MPP zelf nauwelijks extra stemmen opgeleverd. De rechts-radicale MIÉP (Partij voor Rechtvaardigheid en Leven) heeft de kiesdrempel van vijf procent zelfs gemist en daarmee is het conservatieve kamp een belangrijke bondgenoot kwijt. Wat dat betreft staat na de eerste ronde van de verkiezingen al vast dat het volgende parlement minder nationalistisch van toon zal zijn.

De komende twee weken staat Hongarije echter nog een keiharde verkiezingsstrijd te wachten, waarin flink op de man gespeeld zal worden. De conservatief Orbán geeft zich nog niet gewonnen en socialisten zijn nog lang niet binnen. Het verschil is na de eerste ronde tenslotte maar één procent.