Hoe de premier van benijd staatsman... verzeilde in puinhopen en... moest vechten voor zijn hachje

Nog geen halfjaar geleden had Nederland een premier, die alom geacht werd. Bij de aankondiging van Koks vertrek vorig jaar overheerste eerbied voor de man die acht jaar lang leiding had gegeven aan Paars.

Acht jaren, waarin het land financieel en economisch op orde was gebracht, en de werkloosheid teruggebracht. En dat allemaal door het Poldermodel, geregisseerd door Wim Kok. Geen wonder dus dat, tot ver over de landsgrenzen, eerbied overheerste. Geregeld had onze premier Blair (Groot-Brittannië), Schröder (Duitsland) en zelfs Clinton (VS) aan de lijn, om te vragen hoe hij het hem toch lapte.

Weinig leek de Nederlandse premier nog te scheiden van een glorieus afscheid, als onomstreden vader des vaderlands en waardig opvolger van Drees, met wie Kok zich dan ook graag vergeleek. Hoogstens was er nog wel eens het CDA, dat kanttekeningen plaatste bij de zegeningen van Paars. De premier placht zulke kwajongenstaal vermanend en een beetje boos van de hand te wijzen.

Slechts een enkele politieke hobbel scheidde Kok nog van de uiteindelijke zegepraal – de koninklijke verloving bijvoorbeeld, die in het Nederlandse politieke leven vorig jaar dan ook een kwestie van mondiale proporties was. Maar toen ook de vraag was opgelost of vader Zorreguieta wél of niet op het balkon mocht, restte alleen nog vertedering.

Wanneer zijn afscheid ter sprake kwam, schoten ook vader Kok zelf de tranen in de ogen: het is een wrede wereld waarin een onomstreden leider, gezond van lijf en leden, het stokje door moet geven.

Hoe anders is het beeld dit voorjaar: 2002 is Koks annus horribilis. Het begon met die kale man, wiens naam – getuige het lijsttrekkersdebat dit weekeinde – door de gevestigde Haagse politiek niet onnodig wordt uitgesproken. Die sprak – tot niet geringe ontsteltenis van de premier – van Puinhopen van Paars en verwierf aanzienlijke steun in het electoraat. En alsof het optreden van één dolleman nog niet genoeg was, moest de premier ook nog aanzien hoe zijn eigen coalitiepartijen, in de aanloop tot de gemeenteraadsverkiezingen, met elkaar gingen hakketakken over het Paarse beleid. Kok heeft zich zeer, zeer kwaad moeten maken om deze ontwikkeling een halt toe te roepen.

Maar voor de finale van Paars baat het niet meer. De vredige glans die over het kabinet-Kok II lag, is ver te zoeken in de laatste weken voor de verkiezingen. De twee komende, laatste Kamerweken voor de Tweede-Kamerverkiezingen vertonen zelfs alle kenmerken van een nachtmerrie voor de scheidende staatsman.

Koks zwartste scenario voor de komende weken: de oppositie veegt in de Kamer eensgezind de vloer aan met het Paarse economische beleid, Koks eigen PvdA-fractie laat het kabinet in de kou staan bij de beslissing over de JSF, en, als klap op de vuurpijl, het NIOD-rapport over Srebrenica brengt in het kabinet een sneeuwbal van aftredende ministers teweeg.

De val van het tweede kabinet-Kok onder handbereik, wie had dat vorig jaar kunnen denken?

Om met het minst erge te beginnen: het Kamerdebat over de economische zegeningen van acht jaar Paars. Het kabinet was er nu juist in geslaagd om de jaarlijkse financiële verantwoording in het voorjaar uit te stellen tot ná de verkiezingen, onder verwijzing naar tijdgebrek. Maar wat doet de geprangde premier in zijn kwaadheid? Hij laat zijn ambtenaren een gloedvol anti-Puinhopenbetoog op de website van Algemene Zaken zetten. Een kabinetsstuk waarover de verenigde oppositie fluks een Kamerdebat heeft aangevraagd, en waarvan onverdeelde bewondering ongetwijfeld niet het voornaamste kenmerk is.

En dan de JSF, die nog deze week door de Kamer moet. Het is nog maar helemaal de vraag of Koks opvolger Melkert het verzet in de PvdA-fractie tegen het meedoen van Nederland aan de ontwikkeling van een Amerikaanse straaljager weet te breken, en de PvdA-fractie op één lijn weet te brengen. Melkert, zo hoort men binnenskamers, heeft dit verzet schromelijk onderschat en de premier derhalve verkeerd voorgelicht, toen deze met de andere PvdA-bewindslieden goedmoedig instemde met de JSF, die toch vooral een VVD-verlangen was.

Als de PvdA tegen de JSF stemt, sneuvelt het voorstel, want dan valt de Kamer in precies twee gelijke helften uiteen. Gelukkig voor Kok heeft de eerder bestaande vrees dat Melkert – op zoek naar mogelijkheden om als PvdA-leider onder de vleugels van zijn illustere voorganger uit te komen – gisteren aan geloofwaardigheid ingeboet.

In een overigens wat saaie `Paradiso-lezing' heeft Melkert juist uitvoerig de loftrompet gestoken over Kok, met name verwijzend naar diens gelukkige gedachte van enkele jaren geleden om de ideologie van de PvdA overboord te gooien. De muisstil in Paradiso toehorende partijkaders konden zich na afloop in groten getale verenigen met de opmerking van ex-partijvoorzitter Rottenberg dat ,,het vreselijk moet zijn om tot de laatste dag voor de verkiezingen in de schaduw te moeten blijven staan van een leider die briljant was, in een tijdperk dat voorbij is''.

En dan het NIOD-rapport over Srebrenica. Het lijkt niet ondenkbaar dat in een eerder stadium in PvdA-kring gedacht is, dat deze publicatie over de nationale schande zo vlak voor de verkiezingen vooral de VVD in moeilijkheden kon brengen, omdat de minister van Defensie in 1995, Voorhoeve, immers VVD'er was.

Maar het pakt anders uit. Jan Pronk, naast Kok de enige bewindsman die in 1995 al van het kabinet deel uitmaakte en nog in (een andere) functie is, maakt zich op om naar aanleiding van het rapport van het NIOD op te stappen, nog voordat premier en voltallig kabinet hun conclusies openbaar hebben gemaakt. Zo willen althans de Haagse geruchten, die ook zeggen dat de conclusies van het NIOD ten aanzien van de verantwoordelijkheden van het kabinet in 1995 lang niet mals zijn. Kok en Pronk hebben daar al ruzie over gemaakt. De Polderidylle en zijn hogepriester staan dus zwaar onder druk, de komende weken. Zou Clinton nog wel eens opbellen?

De Tweede Kamer spreekt deze week onder andere over de JSF en de wet lidmaatschap Koninklijk Huis.