Hart van Bethlehem is verwoest

De verwoesting is totaal in het centrum van de Palestijnse stad Bethlehem, die op 2 april werd bezet door het Israëlische leger. De bevolking zit binnen, buiten staan de tanks.

In het centrum van Bethlehem woedt de oorlog: overal is het onheilspellende gedonder van rondrijdende Israëlische tanks te horen en sporadisch van geweervuur en zwaardere explosies in de verte. Israëlische patrouilles trekken door de straten en steegjes van de oude stad. Met luidsprekers en waarschuwingsschoten wordt de inwoners duidelijk gemaakt dat de staat van beleg voortduurt, nadat zij gisteren voor een paar uur toestemming hadden gekregen naar buiten te komen om inkopen te doen. ,,Het is verboden naar buiten te komen'', snauwt een stem in het Arabisch aan het adres van de burgerbevolking. Het is drie uur. Militaire konvooien bestaande uit pantservoertuigen gevolgd door troepen in gepantserde vrachtwagens, doorkruisen de stad. De Merkava-tanks van het leger zijn voortdurend in beweging.

In de buurt van Bethlehem en andere herbezette Palestijnse steden kom je alleen nog via een Israëlische by-pass road, aangelegd voor joodse kolonisten. Vervolgens moet je te voet de bergen intrekken tot je op een Palestijn botst die nog rond durft te rijden.

In het hart van de stad is de verwoesting totaal. Honderden auto's zijn door de tanks tot schroot geschoten of platgewalst. Niet één personenwagen is intact gebleven. De tanks hebben zich letterlijk een weg gebaand door de te nauwe straten van de suq. De troepen zijn bij de bezetting op 2 april en daarna ook hier van huis tot huis gegaan, op zoek naar Palestijnse strijdens en wapens. De metalen luiken van de winkels zijn een voor een opengebroken, kapotgeblazen of met tanks opengereten, en veel huizen zijn volkomen uitgebrand.

De waterleidingen en andere nutsvoorzieningen zijn haast systematisch vernield, de straat is opgebroken om bij de hoofdleidingen te komen, en heel wat reservetanks op de daken zijn lekgeschoten. Volgens broeder David Scarpa van de katholieke Universiteit van Bethlehem is de Israëlische premier Sharon aan zijn beslissende slag bezig. Hij wil definitief afrekenen met zijn aartsvijand Arafat en met het Palestijnse Gezag, en één manier om dat te doen is de infrastructuur en de staatsinstellingen tot op de grond afbreken.

Bij de Israëlische opmars zijn meer dan honderd Palestijnen de Grieks-orthodoxe Geboortekerk in het centrum van Bethlehem ingevlucht. Een deel van hen is gewapend, maar kreeg kerkasiel op voorwaarde dat zij de wapens neerleggen. Nu ze de hele stad controleren, concentreren de Israëlische militairen hun operatie op de Palestijnen in die kerk, onder wie volgens hen gezochte terroristen zijn. Ze eisen dat de Palestijnen de kerk verlaten en zich overgeven. Bestorming van de kerk is uitgesloten wegens de internationale druk, onder andere van het Vaticaan. Het resultaat is voorlopig een uiterst gespannen toestand. Het komt regelmatig tot schietpartijen. Wie zich rond of voor de kerk laat zien wordt neergeschoten.

In een telefoongesprek met de franciscaner parochiepriester Amjad, die op dit moment verantwoordelijk is voor het hele kerkelijke complex, beschrijft deze de toestand in en rond de Geboortekerk als uiterst kritiek en uitzichtloos. [Vervolg BETHLEHEM: pagina 5]

BETHLEHEM

'Spanning is ondraaglijk'

[Vervolg van pagina 1] ,,Als een van beide kanten een vergissing begaat krijgen we hier een bloedbad, en wij zitten er middenin'', aldus pater Amjad. ,,We bidden God dat hij tussenbeide komt en voor een vreedzame oplossing zorgt.''

De priester praat vanuit de abdij naast de eigenlijke kerk. Hij kan of wil niet zeggen hoeveel Palestijnen er precies in de kerk zitten en hoeveel van hen gewapend zijn. ,,Wij hebben niet zoveel contact met de Palestijnen'', zegt hij, maar hij ontkent stellig dat de Palestijnen de priesters in de Geboortekerk gegijzeld zouden houden, of dat zij gewapenderhand de priesters hebben gedwongen hen asiel te verlenen.

Amjad verwijt de internationale gemeenschap dat zij niets onderneemt om een einde te maken aan het beleg. De spanning is ondraaglijk, zegt hij, en ook om andere redenen is het een onhoudbare situatie: het voedsel is op, en er is sinds gisteren ook geen elektriciteit meer. De generator is stilgevallen, en dat maakt dat er ook geen water meer opgepompt kan worden. Volgens Amjad zijn de Palestijnen niet bereid zich over te geven. ,,Ze zijn niet bang, maar wel uiterst zenuwachtig, en ze vrezen dat er een bestorming komt.''

Vlakbij de kerk staat een Israëlische tank. De koepel draait onophoudelijk in het rond, met het kanon gericht naar kerk en dan weer naar de stad en de huizen in de omgeving van de kerk. Het Plein van de Kribbe en de Geboortekerk worden omsingeld door een paar honderd Israëlische soldaten. Scherpschutters lossen elkaar daarbij af. Militairen lopen behoedzaam langs de muren, sluipend van deur tot deur, het geweer in de aanslag.

Voor de inwoners van Bethlehem is de toestand al even onhoudbaar.

Ondanks alle waarschuwingen, het aanhoudende geweervuur en de grommende tanks in de straten wagen sommige Palestijnen zich toch op straat.

,,Wij hebben honger. Ik heb geen melk meer voor mijn kinderen'', zegt Hanan. Zij heeft tien kinderen, en met vijf dochters, de jongste vier en de oudste dertien, stapt ze temidden van de oorlogstaferelen, over autowrakken en gebroken glas, op zoek naar voedsel. De Paus Paulus VI-straat, van de Geboortekerk naar de suq, ligt onder een dikke laag patronen, de sporen van de gevechten van de laatste dagen.

Ook binnen heerst angst en paniek, zo gauw er weer een tank te horen is. Maria, die vlakbij de suq woont, luistert naar de Israëlische radio, kijkt naar het nieuws op de Spaanse TVE en hangt tegelijk aan de lijn met haar dochter Paula in het nabijgelegen dorp Beit Sahur om te horen hoe de toestand daar is. Haar eigen huis is grondig doorzocht.

In hetzelfde gebouw, vlak tegenover haar flat, bevindt zich de zetel van de Kamer van Koophandel. De metalen deur is met explosieven opengebroken en alle documenten zijn meegenomen, met kasten en al. Op de grond ligt alleen nog een oude foto van de Egyptische president Nasser maar aan het stof is te zien waar de archiefkasten hebben gestaan.

Op de terugweg naar Jeruzalem, staat bij het ziekenhuis van Beit Jala een tank midden op de weg opgesteld. Ook voor de poort van het ziekenhuis staan twee tanks. Zij houden de poort van tien meter onder schot. Zenuwachtige soldaten willen de journalisten controleren. ,,Er zijn Palestijnen die willen wegkomen uit de kerk of uit de stad, en zij verkleden zich als journalisten'', zegt een officier. Hij heeft het vooral op Arabische Israëliërs die voor de Israëlische media werken gemunt. Gezien het ijzeren beleg van de Geboortekerk zou het een wonder zijn als de Palestijnen zo ver kwamen.