Eigenzinnige Sharon

Cliënten kunnen machtiger zijn dan hun patroon. Sinds jaar en dag lijken de Verenigde Staten de speelruimte van Israël in het Midden-Oosten te bepalen. Maar sinds dit weekeinde zien de machtsverhoudingen tussen Washington en Jeruzalem er anders uit. Premier Sharon van Israël bewijst nu al tien dagen de `dictatuur van de kleine bondgenoot', zoals het in historische kring heet sinds de val van de sjah van Perzië die de VS tot het bittere einde zodanig aan een touwtje had dat toenmalig president Carter de ernst van de toestand pas doorhad toen het te laat was.

Hoewel de omstandigheden verschillen, wekt ook premier Sharon de indruk zich weinig gelegen te laten liggen aan de opvattingen in het Witte Huis. Hij gaat versneld door met de militaire operaties in de Palestijnse gebieden. De oproep van president Bush om zich terug te trekken uit de steden op de Westelijke Jordaanoever – en de bijna smekende uitleg van diens veiligheidsadviseur Rice om dat ,,nu'' te doen – heeft hij vooralsnog genegeerd. Volgens Sharon staat Arafat aan het hoofd van een ,,terreurbewind'' waarmee hij omwille van de veiligheid van Israël korte metten moet maken. Sinds de operaties is het tenslotte wat rustiger in Israël. De internationale gemeenschap moet dus geduld hebben.

De houding van Sharon is pijnlijk voor dezelfde internationale gemeenschap. De gebeurtenissen in het Midden-Oosten voltrekken zich volgens hun eigen dynamiek. De betekenis van externe invloed is geringer dan ooit. Misschien weet de Israëlische premier meer en gaat hij ervan uit dat de Amerikaanse regering een dubbele koers vaart: publiekelijk kritiek uitoefenen, maar binnenskamers begrip etaleren. Hoewel Bush meermalen heeft duidelijk gemaakt dat Arafat wat hem betreft niet tot de `as van het kwaad' behoort, heeft de president tot voor kort immers weinig aandacht besteed aan het Midden-Oosten.

Mogelijk heeft Sharon deze signalen correct getaxeerd. Maar het is eveneens denkbaar dat Bush beseft dat hij de situatie heeft verwaarloosd en dat hij, nu met de gevolgen geconfronteerd, Sharon werkelijk tot de orde wil roepen. Deze week moet minister Powell van Buitenlandse Zaken de Amerikaanse bemiddeling op een hoger niveau tillen.

Een staakt-het-vuren is het minste waarmee Powell thuis kan komen. Een ontmoeting met Arafat in diens belegerde vesting in Ramallah is daarvoor een conditio sine qua non. Slaagt hij er niet in Arafat te spreken, dan zal de Arabische wereld dat Powell, die sinds 11 september veel energie heeft gestoken in een brede alliantie tegen het terrorisme, voor de voeten werpen.

Europa staat intussen zo mogelijk met nog legere handen. Vertegenwoordigers van de Europese Unie mochten van Sharon niet eens naar Arafat, laat staan dat er in Israël naar hen is geluisterd. PvdA-leider Melkert heeft er gisteren voor gepleit drastischer maatregelen te nemen, zoals terugtrekking van de Europese ambassadeurs uit Israël zolang dat land de operaties niet staakt. Dat is een idee. De EU zou zo haar grenzen kunnen duidelijk maken. Maar veel heeft het niet om het lijf. Israël heeft al langer geen vertrouwen in Europa. De diplomatieke armoede van de EU is nog schrijnender dan de vooralsnog machteloze inhaalmanoeuvre van de VS.