Een polderprofessor, geen openbare aanklager

Met zijn Srebrenica-rapport, woensdag, kan NIOD-directeur Hans Blom in de voetsporen van Loe de Jong treden. Maar het is de vraag of hij net zo hard durft te oordelen als zijn voorganger. ,,Hij heeft die typisch Nederlandse manier van consensus zoeken.''

Presenteert Hans Blom woensdag zijn magnum opus? Zo ja, dan is het geen boek, maar een toespraak. Prof.dr. J.C.H. Blom (59) is bijna zes jaar directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en toch zal hij pas over twee dagen echt in de voetsporen treden van zijn beroemde voorganger Loe de Jong. Met boeken zoals Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog en, meer nog, met de televisieserie De Bezetting hielp De Jong een hele generatie het drama van de Tweede Wereldoorlog te begrijpen. Met een toespraak, live op tv, moet Blom woensdag een van de grootste trauma's van Nederland ná de oorlog verklaren: Srebrenica.

Woensdag wordt het in totaal 6.000 pagina's dikke NIOD-rapport openbaar. Belangrijker dan de inhoud daarvan is de presentatie, zegt Herman Amersfoort, bijzonder hoogleraar krijgsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Op de dag van de presentatie zal worden bepaald wat Nederland van het onderzoek vindt. We zitten vanaf 1995 op een verhaal te wachten. Het NIOD heeft tot nu toe zijn mond gehouden, dat vind ik verstandig. Maar nu moet het hoge woord eruit. En het probleem is: het is een ingewikkeld verhaal. Daarom hoop ik dat Blom er in zal slagen de boodschap van het rapport goed over te brengen. Anders ben ik bang dat het voor het NIOD fout afloopt.''

,,Als pers en publiek dit rapport slecht ontvangen, dan is dat een ramp voor het NIOD en voor Blom'', zegt Frans Smits, hoofdredacteur van het Historisch Nieuwsblad. En, zegt hij, voor de politiek. ,,Als er geen harde conclusies in staan, dan is dat een mooi wapen in handen van Pim Fortuyn. `Zie je wel', kan die dan zeggen, `alles wordt weer onder het tapijt geveegd'.''

Loe de Jong had er geen moeite mee, met harde conclusies. Wie goed was en wie fout, dat was bij hem helder. Moet Hans Blom een beetje worden als zijn voorganger? Kan hij dat? Of gaat de conclusie van het NIOD-rapport een lange, wetenschappelijke variant worden op de samenvatting die overste Ton Karremans kort na de val van de enclave gaf: ,,Er zijn geen good guys en bad guys''? Het NIOD is zich in ieder geval bewust van de belangen: in een hotel in Amersfoort kregen de Srebrenica-onderzoekers onlangs drie dagen lang mediatraining.

Toen Hans Blom in 1996 werd benoemd tot directeur van wat destijds nog het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) heette ,,was de hele boel een beetje uitgedoofd'', zegt E.H. Kossmann, emeritus hoogleraar moderne geschiedenis in Groningen. Dat jaar was een belangrijk jaar. Als voorzitter van de Commissie Toekomst RIOD oordeelde Kossmann dat het instituut zijn werkterrein moest verbreden tot de Eerste Wereldoorlog en de periode na de Tweede Wereldoorlog. Drie dagen voordat Blom als directeur in dienst trad, kreeg hij een telefoontje uit de ministerraad met de vraag of hij `Srebrenica' wilde onderzoeken. ,,Die opdracht bracht het instituut weer middenin de nationale belangstelling'', zegt Kossmann.

In interviews zegt Blom altijd veel waardering te hebben voor oud-RIOD-directeur De Jong. Toch was hij een van de eersten die diens visie op het verleden ter discussie stelden. Blom deed dat in zijn oratie als hoogleraar, in 1983, onder de titel In de ban van goed en fout. Daarin riep hij historici op zich te ,,ontworstelen'' aan ,,het perspectief van collaboratie en verzet''. Historici, zei Blom, moesten ophouden met moraliseren over de oorlog en beginnen met het analyseren daarvan.

Johannes Cornelis Hendrik Blom werd geboren in 1943. Aan de oorlog heeft hij geen herinneringen. Toch werd hij ook in zijn eigen leven nadrukkelijk geconfronteerd met `goed' en `fout'. De vader van Hans Blom zat in het verzet, zijn grootouders – van vaderskant – waren lid van de NSB. Het heeft zijn geschiedbeeld niet beïnvloed, denkt hij. ,,Maar het blijft moeilijk vast te stellen hoe dat onbewust zit'', zei hij in een interview met Vrij Nederland.

Het Srebrenica-onderzoek is niet de eerste gelegenheid waarbij Blom zich in dienst van de politiek stelt. In 1976 werd hij gevraagd te helpen bij het onderzoek naar de oorlogsmisdadiger Menten. Toch is Blom geen historicus van het type aanklager, zoals De Jong. Eerder is hij een diplomaat. ,,Hij heeft begrip voor alle kanten van de zaak'', zegt collega-hoogleraar Doeko Bosscher uit Groningen. Het levert hem lof en kritiek op. Na zijn proefschrift over de muiterij op de Zeven Provinciën in 1933, waarbij 22 mensen om het leven kwamen, kreeg hij wel het verwijt dat hij te veel begrip had voor de politici van die dagen.

Hans Blom heeft niet alleen begrip voor historische personages, maar ook voor de mensen om hem heen. Henri Beunders, in 1984 zijn eerste promovendus en tegenwoordig zelf hoogleraar in Rotterdam, herinnert zich dat hij in de jaren zeventig als student college volgde bij Blom. Het was, zegt hij, ,,de tijd van opstanden aan universiteiten'', en bij geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam betekende dat onder meer een roep om vrouwengeschiedenis. ,,Daarom was een thema bedacht voor een werkgroep: prostitutie. Maar er waren alleen mannelijke docenten, niemand wilde. Toen zei Hans Blom: `Ik doe het wel'.''

Beunders schreef zich in voor het college, als enige mannelijke student. ,,Van de vijftien studentes wilden de radicalen het alleen hebben over uitbuiting en machtsmisbruik. Ik betoogde dat het misschien iets ingewikkelder was, dat sommige prostituees het ook deden om snel geld te verdienen. Blom zei niet veel. Hij gedroeg zich als voorzitter, nam geen risico's. Hij hield de vrede. Dat deed hij heel knap.''

Hans Blom, zegt Beunders, is voorzichtig en beleefd. ,,Hij heeft die typisch Nederlandse manier van consensus zoeken.'' Een polderprofessor. Gewoon. Geen aristocraat. Eerder burgerlijk. ,,In zijn vrije tijd volleybalt hij en leest hij graag thrillers en daar schaamt hij zich niet voor.''

Omdat Hans Blom besturen leuk vindt, wordt hij er veel voor gevraagd. Hij is actief geweest in nagenoeg iedere stichting, vereniging of organisatie van enig belang die er op historisch gebied in Nederland is. Het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, de biografieëncommissie van het Prins Bernhard Fonds, een nieuw instituut voor contemporaine geschiedenis in Groningen. ,,Hij lijkt soms overal tegelijk te zijn'', zegt Doeko Bosscher. ,,En dat maakt hem een beetje omstreden.'' Als je iets wilt in historisch Nederland, dan kun je moeilijk om Hans Blom heen. ,,Het is maar goed dat ik geen meisje ben'', zei hij eens tegen het Amsterdamse universiteitsblad Folia. ,,Ik kan namelijk geen nee zeggen.''

Door al het bestuurlijke werk is zijn lijst van publicaties kleiner dan je van een historicus van zijn naam zou verwachten. Het grote, allesomvattende boek over de bezettingstijd dat hij zo graag wil schrijven, is er nog steeds niet. Emeritus-hoogleraar Kossmann (die zelf De Lage Landen, dé geschiedenis van de Nederlanden, schreef) noemt Blom ,,hoogst verdienstelijk'' als historicus. Dat wil zeggen: ,,Een snelle en alerte werker. Een coördinator en instigator. Geen groot denker en geen groot stilist. Maar ach, er zijn onder ons historici in Nederland maar weinig grote denkers.''

Hans Blom woont in Leiden, de stad waar zijn vader rector van een school was en waar hij zelf geschiedenis studeerde. Zijn huis staat op de hoek van de Fruinlaan en de P.J. Blokstraat, genoemd naar twee bekende Nederlandse historici. Hij wil graag de nestor zijn van de Nederlandse geschiedwetenschap, zegt Henri Beunders. ,,En dat ís hij ook. Zo is hij een jaar of tien geleden een informeel clubje begonnen van moderne historici in Nederland. Ik zit daar ook in, met onder anderen Piet de Rooy, Doeko Bosscher, Jan Bank, Bloms maatje die in de wetenschappelijke commissie van het NIOD zit, en Albert Kersten, mede-onderzoeker aan het Srebrenica-rapport. We maken af en toe een boot- of fietstochtje, met de vrouwen erbij. Hij is vaak de initiator van dat soort dingen. Toen hij directeur werd van het NIOD, heeft hij ons allemaal uitgenodigd. Hij liet ons apetrots het prachtige nieuwe pand zien, en zei: `Ik heb nu een koffiejuffrouw, catering zelfs. Willen jullie iets drinken? Biertje? Wijntje? Een broodje misschien? Dat kan hier allemaal'. Kinderlijk blij was hij. Maar daar komt hij dan ook eerlijk voor uit en dat neemt hem voor me in.''

Het Srebrenica-onderzoek was dé kans voor Blom om te laten zien wat zijn NIOD waard is. Op het instituut ,,stonden ze te juichen'' toen ze de opdracht kregen, zegt historicus Coen Hilbrink, die er jarenlang kind aan huis was. ,,Jan Bank zei: het is fantastisch. Ze dachten: we kunnen eindelijk verder. Eindelijk hoeven we niet meer te teren op het prestige van De Jong.''

Maar het NIOD kreeg met deze opdracht ook een enorme verantwoordelijkheid. Critici meesmuilden dat het kabinet op deze manier een parlementaire enquête had afgewend. Maar ook de eigen ambities van het NIOD waren groot. De val van Srebrenica zou zo breed mogelijk worden bestudeerd: van de precieze gebeurtenissen on the ground tot de internationale politieke verhoudingen tijdens de val. Blom en het NIOD waren vol zelfvertrouwen dat een dergelijke brede, wetenschappelijke analyse het antwoord was op de publieke roep om duidelijkheid.

Toen in 1998, na een zomer van nieuwe onthullingen, de roep om een enquête opnieuw opkwam, bleven Blom en Bank tegenover de ministers De Grave (Defensie), Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en de vaste Kamercommissie voor Defensie zelfverzekerdheid uitstralen. ,,We zeiden: als je wilt dat er politieke verantwoording wordt afgelegd, moet je een enquête houden'', zegt Bank. ,,Als je alle feiten en gebeurtenissen op een rij wilt krijgen, ook in een grotere, internationale samenhang, dan is historisch onderzoek op zijn plaats.''

Ondertussen breidde het onderzoek van het NIOD zich gestaag uit. Zo werd de onderzoeksgroep tussentijds uitgebreid met niet NIOD-onderzoekers als Cees Wiebes en Bob de Graaff, specialisten op het gebied van inlichtingendiensten. Er ontstonden ,,management-achtige problemen'', zegt Jan Bank. ,,Daar heeft Hans veel tijd in gestoken.'' In de zomer van 2001 maakte het NIOD bekend dat de geplande verschijningsdatum van oktober 2001 niet kon worden gehaald. De val van Miloševic en de unieke mogelijkheid om nu de archieven in Belgrado te bestuderen, maakte extra tijd noodzakelijk, schreef Blom aan het kabinet. Enkele maanden later volgde opnieuw uitstel, wat tot grote irritatie bij premier Kok leidde. Nieuw uitstel was niet meer mogelijk. De laatste weken voor het ter perse gaan van het manuscript brandde er tot laat in de avond licht in het NIOD-pand aan de Amsterdamse Herengracht. Onderzoekers die niet in Amsterdam woonden, sliepen in een hotel.

Volgens historicus Coen Hilbrink heeft het NIOD met het Srebrenicaonderzoek zijn hand overspeeld. ,,Vergeet niet dat het NIOD geen ervaring heeft met dit soort onderzoeken. Er zijn grote ruzies geweest. Managementproblemen. Daar heeft dat uitstel mee te maken. Het zijn allemaal baasjes, die onderzoekers. Het is een klein wereldje, het historische wereldje. Als mensen er een boterham willen verdienen, moeten ze opvallen.'' Daar kwam bij dat de leider van het onderzoek te veel heer is om zijn mensen tot de orde te roepen, zegt Frans Smits van het Historisch Nieuwsblad. ,,Wat een beetje schort aan Blom: hij wil met iedereen vrienden zijn. Hij is gewend mensen vrij te laten, hun creatieve gang te gaan. Maar dit is een groepsproject. En hij mist het vermogen om autoritair te zijn.'' Hilbrink: ,,Hij is hier veel te aardig voor.''

Woensdag is het dan eindelijk zo ver. Om twaalf uur wordt Srebrencia, een `veilig gebied'– reconstructie, achtergronden en analyses van de val van de safe area Srebrenica door professor Blom in een college van een half uur gepresenteerd. Het moet een rapport worden dat zich ,,kan meten met de internationale publicaties die er tot nu toe over Srebrenica zijn verschenen'', zegt Jan Bank. Coen Hilbrink is pessimistisch. ,,Ik ken een aantal mensen die meedoen aan het onderzoek heel goed en mijn uitgever is ook hun uitgever. Ik heb nog niks positiefs gehoord.''

Krijgshistoricus Herman Amersfoort denkt niet dat het rapport ,,veel nieuws'' zal bevatten. ,,We weten al een heleboel. De betekenis van het boek zal vooral zijn dat er een stempel `goedgekeurd door het NIOD' op zal komen te staan. Wat het NIOD aan werk heeft verzet is het optimum van dit moment, door de hoeveelheid aan mankracht en werk. Niet het maximum, misschien. Maar wel het optimum.''

Eén ding staat vast voor vrienden en collega's van Hans Blom: het rapport van het NIOD zal gedetailleerd en genuanceerd zijn. Het onderscheid tussen `goed' en `fout' zal niet zo makkelijk zijn als in de tijd van Loe de Jong. Of zo simpel als in de Srebrenica-brochure die Mient Jan Faber van het IKV onlangs maakte. ,,Ik verwacht een weloverwogen, evenwichtige beschrijving'', zegt Amersfoort. ,,De taak van historici is om het handelen van mensen te verklaren uit de omstandigheden waarin ze op dat moment verkeerden. Bij de val van Srebrenica zijn heel veel mensen omgekomen. Die schaduw hangt nu over alle gebeurtenissen, ook die van het voorjaar van 1995.''

,,Iedereen zit te wachten op een politiek oordeel'', zegt Guus Meershoek, die promoveerde bij Blom op een onderzoek naar de Amsterdamse politie in oorlogstijd. ,,Maar Blom is niet iemand die politiseert, zoals De Jong. Blom, de-politiseert. Ik verwacht dat hij zal pleiten voor een zakelijke discussie.''

Kan dat, na zeven jaar wachten?

Nee, zegt Frans Smits. ,,Ik verwacht dat er wel een paar harde noten worden gekraakt. Dat zou slim zijn. En misschien zou het ook slim zijn als Kok dan zijn conclusies trok.''

,,Dit onderzoek'', zegt Coen Hilbrink, ,,was voor het NIOD de kans om op de been te blijven. Maar de vraag is of het wel gedaan had moeten worden. Dit onderzoek gaat over politiek, niet over wetenschap. Een parlementaire enquête was beter geweest. Dan hadden we op tv kunnen zien hoe Kok verhoord werd, met de bijbehorende bewegingen en emoties. Dat is wat het publiek eigenlijk had gewild. Pronk zei laatst in een televisie-interview: `We hebben gefaald.' Als je dat hebt gezegd, hoef je niets meer te onderzoeken.''