De vrek verspreidt vooral walging

Zijn huis is een bouwval, zijn paarden zijn ondervoed, zijn knechten sleets gekleed. De steenrijke Harpagon heeft geen zin om zijn geld uit te geven. Liever pot hij het op, in een kistje dat hij in de plee heeft verstopt. Dag en nacht waakt hij erover.

Molière wilde met zijn toneelstuk De vrek laten zien tot welke ellende overdreven spaarzin leidt en zijn hoofdpersoon is een afschrikwekkend voorbeeld. Ook bij het Nationale Toneel. De vrek van acteur Cees Linnebank ziet er bijzonder naargeestig uit. Stoffig kostuum, witte haarslierten en roodomrande ogen in een lijkbleek gelaat. Als een spook sluipt hij door het huis, klaar om belagers op heterdaad te betrappen. Waar hij ook opduikt, steeds verspreidt hij angst en walging, en tegenspraak duldt hij niet. Zijn zoon moet van hem trouwen met een weduwe, zijn dochter met een oude heer: hun huwelijken dienen geld in het laatje te brengen, en gauw. Maar de twee zijn verliefd op heel andere kandidaten. Dat levert wrijving op.

Via een bochtige intrige eindigt de komedie met een happy end. We zijn getuige van misverstanden, gehuichel, kuiperijen en een onwaarschijnlijke ontknoping. We wantrouwen de ingeschakelde koppelaarster (smeuïg gespeeld door Camilia Blereaut) en een deel van het personeel, we sympathiseren met de jongelui en we verbazen ons over de vrek, die toch ineens een zachte kant blijkt te bezitten. Ook hij is verliefd. Op hetzelfde meisje waar de zoon een oogje op heeft. Misschien voorzag Molière de gierigaard van een snufje menselijkheid om diens monoloog aan het eind van het vierde bedrijf extra te laten schrijnen. In die monoloog bereikt de paranoia van de vrek een kookpunt en als we mee hadden kunnen gaan in zijn hopeloze verliefdheid hadden we wellicht met hem te doen gehad.

Maar regisseur (en vertaler) Karst Woudstra geeft ons de kans niet om met Harpagon mee te leven. Zijn verliefdheid blijft abstract en de monoloogscène maakt hem alleen maar afstotelijker. Dol van hebzucht graait de vrek in de plee, en tierend duikt hij op, zonder kistje maar onder de dampende stront. Linnebank speelt die scène krachtig, met een rechtstreekse oproep aan het publiek om naar het verdwenen geld mee te helpen zoeken. Het is een pathetisch moment en toch niet aangrijpend.

Molière was nog niet echt oud toen hij, in 1668, L'Avare schreef, maar oud genoeg om onder het geflikflooi van zijn jonge vrouw met knappe knapen te lijden. Meedogenloos zegt de zoon van de vrek over zijn vader: ,,Dat hij zich niet schaamt om op zijn leeftijd nog te willen trouwen? Dat hij nog verliefd durft te worden; dat is toch iets voor jonge mensen?' Acteur Folmer Overdiep spreekt die zinnen zonder ironische afstand uit. Fout. De verheerlijking van de jeugd en de verachting van de ouderdom had een kritische ondertoon moeten hebben. Zo zijn er wel meer missers. Deze Vrek, uitgedost met lollig-historische kostuums, mist scherpte. Het ovationele applaus bij de première was vooral een hommage aan Linnebank, die na een levensbedreigende ziekte weer een virtuoos theaterdier stond te wezen.

Voorstelling: De vrek, door het Nationale Toneel. Tekst: Molière. Regie: Karst Woudstra. Gezien: 6/4 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 15/6. Inl 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl.

Gerectificeerd

Gees Linnebank

In het artikel De vrek verspreidt vooral walging (8 april, pagina 9) wordt de acteur Linnebank `Cees' genoemd. Hij heet Gees.