Afschaffing bijzondere scholen is blank taboe

Minister Van Boxtel oogstte veel kritiek met zijn pleidooi voor afschaffing van het bijzonder onderwijs. In islamitische kring was er ook steun.

Een fundamenteel debat, dat is wat minister Van Boxtel (Integratie en Grote Stedenbeleid, D66) in de komende kabinetsperiode nodig vindt over de grondwettelijke garantie van vrijheid van onderwijs. Zelf nam hij dit weekeinde alvast een voorschot, door in een gesprek met de regionale GPD-bladen te pleiten voor de afschaffing van ,,religieus gebonden onderwijs', dus van de christelijke en islamitische scholen. Godsdienstonderwijs kan op bijbel- en koranscholen wel aanvullend worden gegeven, in de sfeer van de zondagsschool, vindt hij. ,,Veel plezier ermee, maar het is tijd voor de ontnuchtering van het onderwijs,' aldus Van Boxtel.

Turkse organisaties die in `eigen land' ook geen verzuilde scholen kennen, konden wel enig begrip opbrengen voor Van Boxtel, net als allochtone instellingen die zich zorgen maken over een gebrek aan integratie. In de Haagse politiek echter, oogstte Van Boxtel vooral reacties die weinig bemoedigend waren voor het door hem gewenste fundamentele debat. Woede en afkeuring was er bij SGP, ChristenUnie en het CDA. Onverdeelde bijval kwam niet, zelfs niet van `zijn' D66. Hij gaat te ver, oordeelde D66-onderwijsspecialiste Lambrechts meteen al. Lijsttrekker De Graaf pleitte gisteren in het tv-programma Buitenhof alleen voor ,,aanpassing' van artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs garandeert. Het was GroenLinks-voorman Rosenmöller die pregant formuleerde waarom dat nodig was: om te voorkomen dat christelijke scholen kinderen van andere herkomst nog weigeren, ook als zij de uitgangspunten van de school onderschrijven.

Daarmee lijkt voor Van Boxtel op te gaan wat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Dijkstal in 1995 opmerkte: ,,Een losse flodder maakt nog geen schoolstrijd.' Dijkstal zei dit destijds om CDA-leider Heerma gerust te stellen, nadat de huidige VVD-lijsttrekker zelf in een interview had gezinspeeld op afschaffing van artikel 23. Dijkstal haastte zich te verzekeren alleen te hebben bedoeld dat vrijheid van onderwijs inmiddels zo geaccepteerd was, dat er geen garanderend grondwetsartikel meer voor nodig was. In een adem wijdde hij waarderende woorden aan ,,de strijd van bloed, zweet en tranen onder leiding van mannen als Groen van Prinsterer en De Savornin Lohman', de negentiende eeuwse voorvechters van het christelijke onderwijs.

Huiver en relativering zijn ingesleten reacties als de suggestie van een nieuwe schoolstrijd in zicht komt. Weinigen wensen te tornen aan de status quo waarmee in 1917 de oude schoolstrijd werd `gepacificeerd': onder de laatste liberale premier van Nederland, Cort van der Linden, werd toen de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs grondwettelijk, in artikel 23, geregeld. Op zijn Nederlands: door middel van een uitruil van wensen. De confessionelen kregen hun vrijheid van onderwijs en socialisten en liberalen het algemeen kiesrecht. Ondertussen waren op de golven van de schoolstrijd confessionele partijen onstaan en was de aanzet gegeven tot de verzuiling.

Traditioneel komen dan ook vanuit de antiverzuilingspartij D66 af en toe geluiden om de vrijheid van onderwijs niet langer op te vatten als recht op met overheidsgeld gefinancierd christelijk onderwijs. De vrijzinnig-liberalen vinden voor die opvatting munitie in de opkomst van islamscholen.

Van Boxtel vreest door de aparte scholen isolatie van bevolkingsgroepen. Meteen benadrukte hij te spreken als partijman, niet als minister. Baten mocht dat niet. Zoals in 1995 Heerma klaarstond, klom nu SGP-voorman Van der Vlies in het zwaard. Deze week wil hij, in de Tweede Kamer, uitleg van niet alleen Van Boxtel, die nu zijn ware gezicht heeft laten zien als lid van de ,,meest antichristelijke partij van Nederland', maar ook van premier Kok.