Zwanenzang: Lee Brilleaux

Net als zwanen zingen popmusici hun bijzonderste lied kort voor hun dood. In een serie over de laatste, veelbetekenende nummers van te vroeg gestorven sterren vandaag Lee Brilleaux van Dr Feelgood. Morgen is het acht jaar geleden dat hij overleed.

Het overlijden van Lee Brilleaux, de zanger van de Engelse rhythm & bluesband Dr Feelgood, werd overschaduwd door die van Nirvana-zanger Kurt Cobain. Toen zelfmoordenaar Cobain op 8 april 1994 dood werd gevonden, was dit wereldnieuws. Overal op de wereld kwamen fans bijeen om te rouwen over de dood van de grondlegger van de grunge. In kranten en tijdschriften verschenen lange artikelen over de betekenis van Cobain als de stem van een verveelde generatie die vermaakt wilde worden. Brilleaux' dood op 7 april bleef vrijwel onopgemerkt.

Van alle popgroepen heb ik Dr Feelgood het vaakst zien spelen. In de jaren zeventig en tachtig kwam de groep elk jaar trouw naar Nederland. Eerst trad de groep op in grote zalen als het POC in Weesp, maar in de loop van de jaren werden de zalen steeds kleiner. Ten slotte stond Dr Feelgood in de pijpenla van Maloe Melo aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht of het zaaltje van de studentenflat in Amsterdam-Buitenveldert.

Vaak kon je bij binnenkomst van de zaal Lee Brilleaux aan de bar zien hangen met een pils in zijn hand. Een half uur later speelde hij dan met rood aangelopen gezicht en bollende ogen van de inspanning zijn mengeling van rhythm & bluesklassiekers en eigen nummers. Of hij voor paar honderd of tien mensen moest spelen, leek hem niet uit te maken.

Lee Brilleaux en de andere Feelgoods haalden hun grootste successen in het Engeland van vlak voor de punkgolf van 1976. Met hun platen Down By The Jetty (opgenomen in mono!) en Malpractice wees Dr Feelgood in de hoogtijdagen van de decadente symfonische rock een jonge generatie toekomstige punkers de weg terug naar de rhythm and blues, de bron van alle popmuziek. Ook tijdens de punkjaren bleven ze populair. Later, toen in de jaren tachtig de doem- en synthesizermuziek in de mode waren, nam hun populariteit af. Maar de vier van Dr Feelgood deden geen enkele poging zich aan te passen aan de nieuwe muzieksmaak en bleven stug hun oermuziek spelen.

Bijna een kwart eeuw lang traden Lee Brilleaux en Dr Feelgood een keer of 250 per jaar op. Soms speelden ze zelfs een paar keer per avond. Zo zouden ze eens om 12 uur 's nachts beginnen in Maloe Malo. Om één uur 's nachts was er nog geen spoor van ze te bekennen. Pas diep in de nacht kwamen ze binnengestormd – een optreden in Groningen eerder die avond was uitgelopen en de weg naar Amsterdam bleek moeilijk te vinden.

Binnen tien minuten hadden ze al hun spullen opgesteld. Brilleaux stemde zijn gitaar, zei al gauw ,,that's close enough' en begon met de drie andere Feelgood een optreden dat in mijn geheugen staat gegrift.

Nog steeds toert Dr Feelgood door Engeland en Europa, maar Brilleaux is er niet meer bij. Hij kreeg in het begin van de jaren negentig kanker aan zijn lymfeklieren. Brilleaux was toen het enige nog oorspronkelijke lid van Dr Feelgood. Hij was het hart van de band geworden. Zonder hem is Dr Feelgood als de Rolling Stones zonder Mick Jagger, een andere groep waarvan het niet ondenkbaar is dat deze wordt voortgezet als de belangrijkste leden zijn overleden.

Net als zijn collega Ian Dury bleef Lee Brilleaux optreden tot hij niet meer kon. Dat was in 1993, toen hij te ziek was om nog langer Europa door te trekken. En net als Dury was hij in staat zijn eigen naderende dood met enige luchtigheid te benaderen. Zo noemde hij zijn laatste cd uit 1994 naar een bekend nummer van Dr Feelgood uit de jaren zeventig `Down At The Doctor's'. Op het inlegvel van de cd staat Brilleaux op de voorgrond afgebeeld. Hij heeft duidelijk minder haar dan vroeger en zijn hoofd, dat in de jaren tachtig een beetje pafferig was geworden, is vermagerd en toont de sporen van chemotherapie. Maar dit heeft Brilleaux er niet van weerhouden nog eens een sigaretje op te steken, al kijkt hij erbij alsof hij op heterdaad wordt betrapt door de dokter die hem het roken uitdrukkelijk heeft verboden.

Brilleaux' laatste cd, Down At The Doctor's, werd opgenomen tijdens twee optredens op 24 en 25 januari 1994, een dikke twee maanden voor zijn dood. Brilleaux wilde nog een laatste keer spelen en de opening van de Dr Feelgood Music Bar op Canvey Island, Essex, was een uitgelezen gelegenheid. Canvey Island was de plaats waar de Lee Brilleaux in 1971 samen met onder anderen Wilko Johnson Dr Feelgood had opgericht.

Veel van de nummers die Brilleaux en de andere Feelgoods die twee avonden speelden, behoorden tot het ijzeren repertoire van de groep: `Roadrunner', `Milk & Alcohol' en `Heart Of The City'. Maar Brilleaux creëerde toen ook, heel bewust, zijn zwanenzang door een nummer te zingen van het nieuwe Dr Feelgood-lid, de bassist Dave Bronze: `One Step Forward'. Dit bluesnummer staat bol van de toespelingen en commentaar op het onvermijdelijk naderende einde en laat horen dat Brilleaux ondanks alle grappen en grollen de dood uiteindelijk als een nederlaag beschouwde.

,,I'd like to be a winner / But someone fixed the race'', zong Brilleaux, die het grootste gedeelte van de optredens zittend op een kruk moest doen. ,,I got

nothing and nothing is a bad way to be/ I'm down instead of up, red instead of black/ I'm taking one step forward and two steps back.''

In de laatste regels van `One Step Forward' kondigt Brilleaux zijn dood aan: ,,There's only one thing to do right now/ I'm just gonna go down to the bus station/ And take a bus to nowhere.''

And nowhere is a bad place to be, denken wij er voor Brilleaux bij.

Op www.nrc.nl/dossiers zijn de eerdere afleveringen van de serie Zwanenzangen te lezen, over onder meer Otis Redding, Kurt Cobain, Jimi Hendrix en Bob Marley.