Wat kun jij voor anderen betekenen?

Aflevering 7: Marieke Obdeijn (17) tobt over haar toelatingsgesprek voor het University College in Utrecht, waar ze na haar eindexamen wil gaan studeren. Ze woont met haar broertje, vader (econoom) en moeder (juriste) in Den Haag.

Ze volgt het profiel natuur & techniek.

'Kicken, man!', roept een lerares gehuld in tijgerjasje en zwarte rok tegen een groepje leerlingen dat haar heeft overgehaald een pet van een van hen te passen. Hun gelach galmt door de hal van het Maerlant-Lyceum en de docente loopt met een hand op haar heup heen en weer alsof ze op een catwalk paradeert. Marieke Obdeijn kijkt een eindje verder geamuseerd toe, maar tuurt dan door de glas-in-loodramen de zonnige schooltuin in.

Ze heeft haar hoofd er vandaag niet helemaal bij. Het tumult na de bel voor de kleine pauze lijkt haar niets te doen en ze probeert zelfs niet de schooltassen te ontwijken die rakelings langs haar heen schieten als medeleerlingen die als volleerde bowlers in een hoek werpen. Ze fronst alleen haar wenkbrauwen en zucht diep. 'Als ik nou maar niets stoms heb gezegd gisteren.'

Gisteren was de dag waar ze lang naar had uitgekeken, de dag waarop er niets mis mócht gaan, de dag van haar 'sollicitatiegesprek' op University College in Utrecht, een Engelstalige universitaire opleiding op Amerikaanse leest geschoeid. Een paar weken geleden had ze uren op haar kamer op haar aanmeldingsbrief zitten zweten. Ze had geschreven dat ze geïnteresseerd is in neuropsychologie, omdat techniek en mens daarin samenkomen, dat de studierichting Science op University College haar geweldig leek en de taal geen probleem zou zijn, want haar moeder is Amerikaanse.

Een week nadat de brief op de bus was gegaan, had haar vader haar gebeld op haar mobieltje en gezegd: 'Er is een brief voor je gekomen. Wat wil je dat ik doe?' Marieke had hem gezegd hem open te maken. Ze sprong een gat in de lucht: ze werd uitgenodigd voor een toelatingsgesprek, de volgende en laatste ronde in de selectieprocedure.

Dat gesprek was gisteren en haar vader had buiten het universiteitsgebouw in de auto op haar gewacht. Nu zit Marieke te piekeren. 'Bij mijn binnenkomst vroeg die toelatingscommissie hoe ik naar Utrecht was gekomen. Met mijn vader in de auto, zei ik en op hetzelfde moment schoot door mijn hoofd: o jee, nu denken ze vast dat ik niet zelfstandig ben.'

Peinzend doet ze haar rugtas om en loopt de trappen van het schoolgebouw op. Vergeleken met de drukte beneden, is de bovenste verdieping uitgestorven. Marieke gaat zitten op de traptreden voor de deur die naar het platte dak leidt en slaat haar armen om haar knieën. 'Mijn vriend heeft zich ook aangemeld voor University College', zegt ze. Ze legt haar wang op haar armen en wiegt zichzelf heen en weer. 'Dat is mijn schuld', glimlacht ze. 'Hij ging met mij mee naar de open dag en raakte net zo enthousiast als ik. Hij hoort pas over een paar weken of hij op gesprek mag komen, omdat hij zich later heeft ingeschreven.'

Zolang de verkering duurt, nu bijna een jaar, reist Marieke om de week voor een weekeinde naar Amstelveen, waar haar vriend bij zijn ouders woont. De andere week komt hij naar Den Haag. Ze is er inmiddels aan gewend, maar ze geeft toe in het begin wel eens jaloers te zijn geweest op vriendinnen die 'een vriendje hebben die twee minuten verderop woont'. Ze leerde hem kennen via de joodse jongerenvereniging waarin ze allebei begeleider zijn. Het was liefde op het eerste gezicht, benadrukt ze, en ze diept uit haar tas een foto op die gemaakt werd tijdens een gala waar ze samen waren.

Hij leunt met zijn kin op haar schouder en drukt zijn wang tegen de hare. Marieke kijkt stralend in de lens.

'Leuk, hè?', zegt ze en wrijft even met haar duim over de foto.

Vanmiddag gaat ze rechtstreeks uit school naar hem toe. In haar rugtas zitten kleren, een tandenborstel en een agenda vol huiswerkopdrachten. Ze duwt haar haar uit haar gezicht en recht haar schouders. 'Ik heb wel veel geluk op vrijdagmiddag met mijn mentor. Van hem heb ik, na een tussenuur, het zesde uur eigenlijk een werkles wiskunde. Maar als ik hem laat zien dat ik thuis al vooruit heb gewerkt, mag ik wegblijven en kan ik iets vroeger op de trein stappen naar Amstelveen.'

Het was dezelfde mentor die Mariekes aanbevelingsbrief voor University College schreef. 'Eigenlijk moest een decaan dat doen', vertelt ze, 'maar ik vond dat het een leraar moest zijn die mij goed kent. University College vond dat toen ook goed. Mijn mentor kent me het beste en geeft ook een vak dat ik heel leuk vind. Tja, ik ben tot verbijstering van mijn ouders een echte bèta. Ik vind wiskunde, scheikunde en natuurkunde de interessantste vakken.'

Even lijkt ze het piekeren te zijn vergeten, maar dan valt er een geel memobriefje uit haar jaszak. Het dwarrelt op de tocht tot voor haar voeten en Marieke strijkt het glad op haar knie. Ze leest voor: 'Als we je vriendinnen zouden vragen hoe jij bent, wat zouden ze dan zeggen? Wat zou jij voor andere studenten op University College kunnen betekenen?' Het zijn de vragen die haar gisteren tijdens haar toelatingsgesprek zijn gesteld, legt Marieke uit, en die ze in de auto snel op een papiertje heeft gekrabbeld. 'Zodat ik er achteraf nog even over kon nadenken.' Ze tuurt even op het briefje en verfrommelt het dan. 'Ik heb mijn best gedaan. Ik heb gewoon gezegd wat ik vond, wat ik dacht, wat ik voelde. Als dat niet goed genoeg is, weet ik het ook niet meer, hoor.' Ze maakt een werpgebaar richting de prullenbak, maar ze bedenkt zich en stopt de prop terug in haar jaszak.

Twee weken later wordt Marieke op school op haar mobiel gebeld. Het is haar vader.

Er is weer een brief gekomen, wat zal hij er mee doen? 'Openmaken', besluit Marieke. Een paar tellen later steekt ze haar beide vuisten in de lucht en straalt. M

Volgende maand: Windsurfliefhebber Gijsbert Luyt weet één ding zeker: hij gaat in Utrecht studeren, want daar wonen veel van zijn vrienden.