Veelvraat

De fraude in het hoger onderwijs trekt momenteel veel publiciteit. Ook Wetenschap en Onderwijs wijdt een uitgebreid artikel aan (`Gestrande veelvraat', W&O 30 maart). Terecht wordt erop gewezen dat het financieringssysteem gericht is op het zo snel mogelijk laten afstuderen van een student dan wel het verwijderen van die studenten die onvoldoende scoren.

Deze rendementsbekostiging gaat helaas vaak ten koste van de kwaliteit. Er wordt evenwel niet vermeld dat bovendien het bedrag per student al jarenlang daalt vanwege de bezuinigingen in het hoger onderwijs. Zo was dit bedrag voor een student in het hoger beroepsonderwijs gemiddeld in 1996 ƒ10.800 en in 2000 ƒ9910. Samen met het bekostigingssysteem leidt dit tot strategisch gedrag van de besturen van de instellingen. De randen van de wet worden opgezocht en soms gaat men over die randen heen: fraude dus. Het wordt steeds duidelijker dat er gedacht moet worden aan een ander financieringssysteem. Zo wordt een discussie die al zo'n twintig jaar oud is, weer actueel: het invoeren van het vouchersysteem. De student krijgt trekkingsrechten of een vast bedrag ter beschikking die hij kan besteden bij een hogeschool of universiteit. De instellingen ontvangen niet meer hun geld van de overheid, maar indirect of rechtstreeks van de student, dus de klant, die gebruik wil maken van de door de instelling aangeboden diensten. De student gaat af op de kwaliteit van het onderwijs dat wordt aangeboden door een hogeschool of universiteit. Er valt dan niet meer te frauderen.