Swingen met platte billen

Marjon van Royen werkt als correspondent in Rio de Janeiro. Ze leert de samba dansen.

Natuurlijk. Samba is de muziek van deze stad. 's Avonds kaatst hij tegen de berg op waar ik woon. De maan aan de hemel. De afgetapte lichtjes in de huisjes die de sloppenwijk tegenover me tot een tropische kerstboom maken. En dan is hij er opeens: die betoverende Afrikaanse swing die de krekels niet kunnen bijhouden. Weinig roert me zo diep als deze lauwe avonden in mijn huis. Zittend op mijn platte kont waan ik me onderdeel van dit land; deel van de cultuur. Want zodra ik sta, verraad ik mezelf. Samba zit niet in mij. ,,Luister met je heupen'', probeerden jonge en minder jonge zwarte sloppenwijkbewoners me op zaterdagavonden wel eens in de plooi te duwen. Hopeloos. Het scharniert niet, de billen draaien niet. Mijn lichaam valt eenvoudig niet in het ritme.

Totdat ik de Forró ontdekte. Een soort boerentango op een duivelse maat. Forró is de muziek van het noordoosten. Het stuk Brazilië dat in de 17-de eeuw door de Nederlanders is bezet. Zou het daarom zijn? Zodra ik de muziek hoorde was ik verliefd. De zuchtende trekharmonica en de zwepende trom. Buik tegen buik in afgemeten pasjes dans je erop. Sensueel, lijfelijk. En het billenwerk blijft beperkt. Dit moest te leren zijn.

Elke zaterdagavond ben ik er nu te vinden. Tussen honderden stalletjes met halve koeien en rokende stukken vlees. `De' uitgaansplek voor de armere Braziliaan. Het was mijn vierde keer, toen ik hem ontmoette. Daar stond hij. Statig, zwart, met een klein zweetdoekje tussen zijn vingers. Hij danste in zijn eentje tussen de meest onwaarschijnlijke stellen. Bejaarde vrouwen in hotpants, buik aan buik met jonge mannen in gebeeldhouwde zwarte bovenlijven. Het gaat om de dans hier. Zweten, werken, doorgaan, en vergeten. Dat wilde ik ook. Hij kwam op me af. Met een buiging begeleidde hij me naar de vloer. Daar ging ik. Wang aan wang met een man die de oudere broer leek van de oude Compay Segundo uit Buena Vista Social Club. ,,Drieëntachtig'', lachte hij tandeloos toen ik naar zijn leeftijd vroeg. Hij werd de maestro die me dit land indanste.

Vanavond ben ik er opnieuw. Maar Compay Segundo is er niet. Ik ken de codes van de markt inmiddels. Hoe jongens soms schijnruzies uitlokken, zodat hun handlangers de cliëntèle kunnen beroven. Ik heb meegemaakt dat er werd geschoten. Een paar knallen in de lucht, zodat de mensen in paniek van hun tafeltjes vluchten, en niemand hoeft te betalen. Vanavond voel ik me ongemakkelijk en verweesd. Niet uit angst voor knallen, maar omdat mijn maestro er niet is. Hoewel hij nooit langer dan tien minuten met me danst. Hoewel hij altijd een betere wil dan ik. Toch was hij mijn bewegende illusie van `toebehoren'.

Eén twee, één twee en struikel drie. Shit! Verwoed tellend dans ik tegen een jonge zachte neger aan. Ik sluit mijn ogen om te vergeten waar ik ben. Toch voel ik alle ogen prikken. Eén, twee, en struikel drie. Kon ik maar weer gaan zitten. Eén, twee, en opnieuw nat. Mijn billen voelen zo hopeloos plat.