SP realistischer dan topmanagers

Elk jaar krijgen in Nederland 26.000 mensen een hartaanval. Medicijnen kunnen dan helpen om herhaling te voorkomen. Er zijn twee middelen, en de artsen zouden liever het dure middel voorschrijven.

Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer 24.000 mensen een beroerte. Training door een fysiotherapeut versterkt de patiënt: hoe meer oefeningen, des te groter de kans op overleven. Ziekenhuizen zouden graag aan alle patiënten een serieus programma van oefentherapie aanbieden.

Elk jaar moeten in Nederland 4.500 kinderen naar de intensive care. Kinderartsen en chirurgen vinden het riskant wanneer kinderen op transport moeten naar een ziekenhuis in een andere provincie of zelfs in het buitenland. De specialisten zouden liever iedere jonge patiënt onmiddellijk helpen in het dichtstbijzijnde, goed toegeruste ziekenhuis. Het tekort aan bedden ,,kost mensenlevens'', volgens specialisten in Nijmegen.

Op 15 mei houden wij een verkiezing om uit te maken of artsen en ziekenhuizen hun plicht tegenover patiënten kunnen nakomen, na tien jaar van te strenge budgetten in de gezondheidszorg. De kans daarop is niet groot. Van de acht partijen met een uitgewerkt programma, heeft uitsluitend de Socialistische Partij (SP) een budget dat hoop biedt op enige verbetering. Alle andere partijen lijken zich neer te leggen bij inferieure medicijnen (hartaanval), onvoldoende therapie (attaque) en levensbedreigend uitstel van behandeling (kinderen). De norm voor een veilige groei van het budget staat in de binnenkort te verschijnen nieuwe druk van het Handbook of Public Economics. Daar berekent Harvard-hoogleraar David Cutler de mate waarin de uitgaven aan gezondheidszorg uit moeten gaan boven de groei van de economie. Voor het gemiddelde rijke land (maar buiten de VS gerekend) komt dat neer op twee procent per jaar. Al deze landen proberen de kosten te drukken, en niettemin is die twee procent extra groei de gemiddelde uitkomst. Cutler legt uit dat de groei van de medische uitgaven niet zo veel te maken heeft met hoge salarissen voor de dokters, maar vooral komt door de continue stroom van innovaties in de zorg. Sinds 1970 is de levensverwachting in de rijke landen toegenomen met vier jaar, en die enorme winst heeft nu eenmaal een prijs. Vraag honderd burgers of ze misschien liever zouden worden behandeld met de technieken van 1970 tegen de lagere prijzen van toen, en alle honderd zouden ze kiezen voor de duurdere, maar zo veel machtiger gezondheidszorg van tegenwoordig.

Prof. Cutler waarschuwt voor het risico dat het personeel in de zorgsector gaat afhaken: ,,but these effects will not occur for some time''. Een paar jaar lang kunnen de politici dus voordeel halen uit lagere vergoedingen aan artsen en ziekenhuizen, maar dan is de rek eruit. Van de 35 kinderarts-intensivisten in Nederland bijvoorbeeld, hebben elf zich teruggetrokken. Burn-out, denken de collega's. Tijdens de magere jaren van bezuinigingen op de zorg, is de ontwikkeling van wat medisch mogelijk is om mensen te helpen gewoon doorgegaan. Farmaceutische bedrijven komen met betere medicijnen (minder bijwerkingen), chirurgen kunnen steeds meer met kijkoperaties (minder ingrijpend voor de patiënt) en overlevingskansen stijgen door betere apparatuur in het ziekenhuis. Een land dat al die vooruitgang afremt, heeft een steeds grotere achterstand in te halen op het buitenland, waar medische innovaties wél snel ingang vinden.

Tegen die feitelijke achtergrond is het dus prudent om nu in Nederland ruimte te maken voor gedeeltelijke reparatie van de bezuinigingen sinds 1995. Onder minister Borst zijn de medische uitgaven eerst achtergebleven met ongeveer vier miljard euro tijdens Paars 1 en daarna nog eens met zo'n drie miljard euro tijdens Paars 2. In totaal dus zeven miljard euro achterstand, maar voorzover het aan de drie regeringspartijen ligt wordt die achterstand in de komende periode nog groter. Voor 2003-2006 willen PvdA, VVD en D66 na de afspraken uit 1994 en 1998 nog één keer een regeerakkoord met minder ruimte voor de kosten in de zorg dan gemiddeld in het buitenland. Twee oppositiepartijen CDA en GroenLinks staan toe dat de medische uitgaven de volgende vier jaar weer net zo snel mogen toenemen als elders. Hoe daarbij ruimte komt voor wegwerken van de achterstand is niet duidelijk de wachtlijsten blijven intact. Alleen de SP wil dat de medische uitgaven stijgen met de gemiddelde groei in andere rijke landen, plus nog eens 1,5 miljard om een kwart van de bezuinigingen onder Borst weer goed te maken. Dat lijkt niet overdreven. Zelfs met het SP-programma blijft onze gezondheidszorg nog ongeveer zes miljard euro per jaar goedkoper dan in Duitsland en Zwitserland: twee landen met een vergelijkbaar systeem van verzekeringen en een veel hoger niveau van kwaliteit.

Twee grote partijen, CDA en VVD, hebben hun verkiezingsprogramma laten opstellen door een bekend zakenman. Hessels (CDA) was hoofd van Vendex; Korteweg (VVD) leidde Robeco. In hun eigen bedrijf zorgden ze natuurlijk voor voldoende buffercapaciteit. Genoeg personeel en moderne investeringen om een groei in de vraag te accommoderen. En dan nu voor de Nederlandse gezondheidszorg toch belangrijker dan winkels en beleggingsfondsen komen ze beiden met een budget dat nog eens vier jaar lang geen enkele ruimte biedt voor buffercapaciteit. Hoe een systeem kan werken zonder reservecapaciteit is bedrijfskundig onduidelijk, en Vendex en Robeco hebben dat ook nooit geprobeerd. Roekeloos dat Hessels en Korteweg de ziekenhuizen daar wel toe willen dwingen.