Show in de kerk

In Harlem en Brooklyn zijn nog genoeg goede gospelkerken grotendeels zonder toeristen, schrijft Viktor Frölke.

Elke zondag drommen honderden mensen samen voor de Abyssinian Baptist Church, de bekendste gospelkerk in Harlem. De leden van de kerk zijn allemaal zwart en gaan gekleed in prachtige pakken. De toeristen zijn allemaal wit, en dragen spijkerbroeken. En ze willen nog foto's nemen ook.

,,Het is geen show!'', riep een medewerker van deze kerk afgelopen paasweekend verontwaardigd toen een belangstellende buitenlander informeerde of hij ook kaartjes kon krijgen voor de kerkdienst. Geen kaartjes dus. En er was trouwens ook geen plaats meer voor hem. Bij topdrukte gaan de leden van de kerk voor. Gelukkig zijn er in Harlem nog tientallen andere goede gospelkerken, die bovendien (nog) grotendeels zonder toeristen zijn, zoals The First Corinthian Baptist Church en The Greater Refuge Temple, en dan is er nog Brooklyn.

Laten we eerlijk zijn: een goede gospelmis is, behalve een serieuze religieuze aangelegenheid, ook een show, en een heel goede bovendien. Er gaat niets boven een stevige gospelmis met een gigantisch koor gehuld in witte gewaden, dat zich te buiten gaat aan Kumbaya My Lord, Go Tell It On The Mountain of He Lives (`You ask me how I know he lives/ He lives within my heart'), en dat vaak in tien, vijftien minuten durende versies waarin verscheidene climaxen worden bereikt. Het gevoel is moeilijk te omschrijven. Je hart gaat er van open, zeg maar.

Er zijn wat subtiele verschillen tussen kerken met verschillende denominaties, zoals baptisten, methodisten en episcopalisten, maar gospeldiensten volgen doorgaans een vast stramien. Je zit nog niet op de bankjes of de Here moet worden geprezen, en wel door middel van applaus. Daarna wordt er geprezen door middel van gezang, totdat alle kerkgangers (en koorleden), elkaar uitgebreid hebben begroet en hun plaats hebben gevonden.

Dan volgt het voor buitenstaanders/pottenkijkers zwaarste onderdeel: de introductie. ,,Wil iedereen die hier voor het eerst is opstaan? Slik. Opstaan gaat nog wel, maar voor sommige toeristen valt het niet mee om voor een volle kerk naam, woonplaats en land van herkomst uit te spreken. ,,Waar kom je vandaan? Polen?'' Gospelkerken zijn voortdurend bezig met evangeliseren, ook bij toeristen, al komen ze uit Groningen. Je weet maar nooit. ,,Zegt het voort, je bent in de First Corinthian Baptist Church op de 116de straat en Powell Boulevard geweest. Kom alsjeblieft terug en breng je vrienden mee.''

Daarna komen de hymnes. Veel gospelliederen kennen een soort vraag en antwoord-structuur tussen voorzanger en koor, zoals bij de klassieker When The Saints Go Marchin In, of Let The Church Roll On. De dominee of de solist zingt de eerste regels en het koor, al dan niet begeleid door orgel, bas en drums, vult de rest aan.

De preek is een intense, bijna chaotische gebeurtenis. Meestal begint de pastoor rustig, met een onderwerp uit de bijbel. Maar het duurt nooit lang voordat de preek overgaat in bezwerende shouts, die worden beantwoord met instemmende yeahs en amens uit de kerk. Het is vrijwel onmogelijk dan niet alleen aan Dr. Martin Luther King te denken, maar ook aan James Brown. Niet zelden schieten kerkgangers bij dit onderdeel in een trance, en worden ze, indien nodig, opgevangen door zusters met tissues.

,,We've all been through some stuff, but we're still alive'', schreeuwt E. Derrik Porter, de pastor van de First Corinthian, keer op keer door zijn microfoon. ,,Thanks to the Lord'', voegt hij er nog aan toe. Gospeldiensten worden altijd flink elektrisch versterkt, wat soms, door het enthousiasme van de betrokkenen, en het hoge volume, tot vervorming leidt.

In The Greater Refuge Temple, een enorm modern (en in die zin monsterlijk) kerkgebouw uit 1966 om de hoek van de Dr. Martin Luther King Boulevard ofwel 125ste Straat, zet pastor William L. Bonner zijn donderpreken kracht bij door op gezette momenten met zijn schoen op de houten verhoging van zijn spreekgestoelte te stampen. ,,Zonder geloof in de wederopstanding van de Heer kan er geen geloof zijn'', dramt hij. Dan neemt het tachtigkoppige koor, opgedeeld in drie stemmen, het van hem over. In deze kerk klinkt de muziek goed omdat de drummer achter een plexiglazen wand is gezet om zijn klappen te dimmen. Het immense Hammond B3 orgel galmt door de ruimte, maar de noten blijven herkenbaar.

Het hoogtepunt van de mis in The Greater Refuge is de solo of the morning, waarin een jongen, meisje, man of vrouw de kans wordt gegeven om te excelleren met de rest van het koor als achtergrond. Sometimes I feel like a motherless child. Zo zijn Mahalia Jackson en Aretha Franklin ook begonnen, en vele andere vocalisten die later een plaats hebben veroverd in de wereld van de R&B of hiphop. Het is sinds 11 september grijsgedraaid en te pas en te onpas gezongen, maar Amazing Grace (dat gaat over een bekeerde slavenhandelaar) blijft een mooi lied. Het is het Ave Maria van de gospel.

De Brooklyn Tabernacle, een enorme gospelkerk met een van de grootste koren (275 man) van New York, is na de Abyssinian Baptist Church in Harlem de populairste bestemming voor gospelfans. De Tabernacle wil een moderne gospelkerk zijn. De kerkgemeenschap is divers. Jim en Carol Cymbala, het domineesechtpaar dat de kerk in 1971 overnam, zijn bijvoorbeeld wit, net zoals pakweg eenderde van de bezoekers.

Met vier Grammy Awards op zak is het Brooklyn Tabernacle Choir een van de succesvolste innovatieve gospelkoren van New York – wat opmerkelijk mag heten omdat Carol Cymbala, die het koor leidt, noten kan lezen noch schrijven. ,,De Heer heeft haar een speciale gave geschonken die haar helpt muziek te maken vanuit haar hart, meldt de website van de kerk. Hier geen standaard repertoire, maar eigen composities, met titels als God Is Still Doing Great Things – een soort excuus om nog gelovig te zijn, ondanks alle ellende in de wereld.

Eigenlijk doet de tekst er voor muziekliefhebbers niet zoveel toe. Veel moderne gospel lijkt veel op R&B, waarbij elke verwijzing naar genot is vervangen door godsvrucht. Wat gospeldiensten met hun grote koren bijzonder maakt is de aanstekelijke energie die ervan uitgaat. Vroeg of laat veer je op van de kerkbank, wieg je langzaam met de heupen en klap je mee op de maat.