Sevtap Baycili over Johann Sebastian Bach

Een paar weken geleden werd ik verrast door een onverwacht bezoek van een man die ik een paar keer ontmoet had. Het was eigenlijk wat je een kamikazebezoek zou moeten noemen. Meteen bij de deur maakte hij zijn bedoeling duidelijk. Het was een 'wordt-het-wat-tussen-ons?'-soort bezoek en ik vond de kaaskoppigheid in zijn openingszin van die avond bewonderenswaardig. Ook veelbelovend. Hij ging op de bank zitten, maar sprak tien minuten lang geen woord. Toen hij niet meer zo zenuwachtig was, merkte hij dat de achtergrondmuziek in mijn woonkamer van J.S. Bach was. 'Wat goed!'

In plaats van over 'ons' û mijn favoriete onderwerp aller tijden, onafhankelijk van de gesprekspartner û begon hij over Bach te praten, op een teleurstellende manier. Hij was te enthousiast en een tikkeltje te beledigend. Het was duidelijk dat een Bach-lievende Turkse vrouw voor hem net zo ondenkbaar was als een vredelievende moslimfundamentalist. Hij wist natuurlijk al, beklemtoonde hij ernstig, dat ik een 'bijzondere' Turkse was. 'Geen doorsnee.' Trouwens, 'wat een gelukkig en betekenisvol toeval'. Hij belt zomaar aan, terwijl ik 'aan Bach was'. Zijn favoriet aller tijden: de Johannes Passion. 'Je bent de vrouw, lieve Sevtap, die ik een leven lang heb gezocht.'

Kan deze avond nog vervelender worden?, dacht ik. Jazeker.

Want hij ging door. Bach was zijn 'favoriet' û alsof het om een paardenrace ging û omdat zijn muziek 'onovertrefbaar' is. 'Je kunt voelen en horen dat de inspiratie voor de muziek van Bach direct van God zelf kwam.' Arme, tactloze man. Pas nadat hij klaar was met zijn monoloog over Bach, die bijna een uur duurde, dacht hij aan mij. Mijn kusklare mond, op slechts

20 centimeter afstand van zijn lippen, was tenslotte geen microfoon. Maar opnieuw wist hij me teleur te stellen. 'Wat vind jij van Bach, Sevtap?' 'Hè, bah', zei ik.

Mijn geduld was op. 'Even de muziek uitzetten.'

Ik zei: 'J.S. Bach is allesbehalve mijn favoriet. Mijn moeder weet het, en misschien een paar intieme vrienden ook: ik luister naar Bach alleen wanneer ik me net niet suïcidaal genoeg voel en ik luister naar zijn zielpijnigende muziek 'to get there'. Om de geestestoestand van een balans-suïcidant te bereiken: 'de dood is mijn troost, de dood is de verlossing', that kind of pathetic feelings. Trouwens, ik zie helaas de onovertrefbaarheid van Bach niet als een echte kwaliteit. En de Johannes Passion is voor mij de te krachtig uitgevoerde achtergrondmuziek van het zware christelijke schuldgevoel. Het is al vanaf het begin te horen. En ik vind dat de tekst helemaal niet klopt met de muziek. Luister!'

Ik drukte op de knop van de afstandsbediening. Keihard Bach, Johannes Passion, de allereerste woorden. 'Heer! Onze Heerser! roepen de mensen. Dat dénk jij alleen maar.'

Even de muziek uit. 'Als je goed naar de muziek luistert, merk je, schat, dat het juist de Heer is die jou ter verantwoording roept, alsof je iets ergs gedaan hebt. God wijst de schuldige aan en zegt: Jij! Ja, jij daar! De muziek klinkt helemaal niet als 'Heer onze heerser'. Hoor je het? Niet? Nog een keer dan. Luister goed.'

En weer keihard Bach! Nadat ik deze verliefde, intelligente, allesbovenheerlijke, Hollandse man de deur uit had gezet, keek ik droevig uit het raam, totdat hij op de duistere Oostdwarsgracht uit het zicht verdween. De helft van mijn hart gebroken, licht gekwetst, liet ik me daarna troosten door de muziek van J.S. Bach. Trauerode bwv 198, chorus ultimus: 'doch, Königin! Du stirbest nicht.'

Het werd vanzelfsprekend niets tussen ons. Natuurlijk wijs je een man die je wel aantrekkelijk vindt, niet alleen om zijn muzieksmaak af. Ik deed het omdat ik een vooroordeel heb tegen twee soorten mannen: 1) mannen die gek zijn op Johann Sebastian Bach en 2) types die gek zijn op Immanuel Kant. Ik zou nooit iets met ze kunnen beginnen. In mijn verbeelding associeer ik ze û ik weet echt niet waarom en ook niet sinds wanneer û met een halve erectie gevolgd door, ongevraagd als compensatie aangeboden, een saaie bedconversatie. Ik bedoel dan niet slaapverwekkend saai, maar onrustgevend saai. Begrijpt u wat ik bedoel? M

Sevtap Baycili is filosoof en schrijver. In 1999 verscheen van haar De nachtmerrie van de allochtoon, bij uitgeverij Van Gennep.

Illustratie Anna Ostrowska