reactie piet borst

Dat er zuurpruimen zijn die denken dat het de kift is, omdat ik zelf niet in die lijst van toppers sta, had ik wel verwacht maar dat iemand Het Nederlands Kanker Instituut erbij zou slepen, daar was ik niet opgekomen. In iedere serieuze beoordeling is dat instituut als excellent uit de bus gekomen, het laatst in 1998 in het Discipline Rapport Geneeskunde van de KNAW. Dat komt uiteraard niet alleen door het goede onderzoeksklimaat en de samenwerking binnen het instituut, maar ook door de intensieve samenwerking met universitaire groepen door het hele land. In het Nederlandse kankeronderzoek vangt men elkaar geen vliegen af.

Wat ik in mijn column liet zien is dat simpele citatietellerij vertekent. Het identificeert excellente onderzoekers (er zitten zelfs 2 oud-promovendi van mij in de lijst), maar ook matige onderzoekers, die meeliften met het baanbrekende werk van anderen. Citatietellerij mist ook echte toppers. Dat blijkt wel uit het feit dat een paar van de meest gerespecteerde biomedische onderzoekers - Bos en Clevers (Universiteit Utrecht), Grosveld en Hoeijmakers (Erasmus Universiteit Rotterdam), Stunnenberg en Wieringa (Universiteit Nijmegen), om maar eens een greep te doen - in Elsevier niet voorkomen. Die lijst is leuk voor de theevisite, maar onbruikbaar voor een serieuze beoordeling van wetenschapskwaliteit. Als Breuning meent de topkwaliteit van zijn Universiteit van Leiden met de knappe-koppenlijst van Elsevier te moeten onderbouwen, doet hij het goede onderzoek in Leiden tekort.

(zie ook brief M.H. Breuning op deze pagina)