OPSTELLING ORKEST

De opstelling van het symfonieorkest is afhankelijk van praktische omstandigheden, zoals de indeling van het podium, en tal van tradities. Uniek in het Amsterdamse Concertgebouw zijn de twee trappen, die naar het podium afdalen. Als de dirigent door het orkest naar zijn plaats is gelopen, sluiten de rijen musici achter hem zich onmerkbaar aaneen tot gesloten halve cirkels.

De pauken staan in Amsterdam middenachter voor het orgelklavier. Omdat het podium met halve ringen hoog oploopt, vormen de pauken visueel de top van de orkestpiramide. Links en rechts van de pauken staat het andere slagwerk. Daarbovenuit torent het orgel. Met zijn talloze pijpen is het bijvoorbeeld in de `Orgelsymfonie' van Saint-Saëns een extra blaasorkest.

De koperblazers van het Koninklijk Concertgebouworkest vormen tegenwoordig op de achterste rij een halve cirkel. Chef-dirigent Riccardo Chailly heeft dat enige tijd na zijn aantreden in 1988 zo georganiseerd. Voordien zat bij het Concertgebouworkest het koper op rechts. In symfonieën met veel koper, zoals van Bruckner, klonk dat minder evenwichtig, omdat het koper dan voor het publiek alleen van rechts komt. Bij de opstelling van het koper in een halve cirkel doorstraalt het koper de totale orkestklank van links tot rechts.

Veel middeneuropese orkesten, zoals de Wiener Philharmoniker, hebben een Weens-klassieke opstelling met de tweede violen rechtsvoor, op de plaats waar in Amsterdam de cellisten zitten. De `Amsterdamse' opstelling is een idee van Willem Mengelberg en werd na veel luisterproeven ingevoerd na een verbouwing en verlaging van het podium.

Bij andere orkesten kan de opstelling weer heel anders zijn. Bij het St. Petersburg Symfonieorkest, zes jaar ouder dan het Concertgebouworkest, zitten de tweede violen traditioneel rechts en de celli en bassen links, tussen de eerste violen en de altviolen. De harpen staan naast de pauken, het koper zit in St. Petersburg rechtsachter.

Ook het repertoire en het daarvoor vereiste instrumentarium kunnen van invloed zijn op de orkestopstelling. De piano als orkestinstrument komt slechts zelden voor. Aura van Bruno Maderna vraagt om een groot aantal bekkens. Bij een uitvoering in het Amsterdamse Concertgebouw vormden de bekkenslagers ooit een halve cirkel achter de andere instrumenten. Aan het slot hielden de slagwerkers hun natrillende koperen bekkens naast zich, zodat al die ronde koperen schijven oogden als een reeks gouden zonnetjes.