Nobel uit noodzaak

Witte scholen worden steeds witter, zwarte steeds zwarter. En de overheid kijkt toe. Het recht op vrije schoolkeuze is heilig. In Rotterdam pleegden autochtone ouders daarom een `overval' op een zwarte school. `Als het er op aankomt, verkies ik toch de veiligheid van de Montessorischool.'

Dertig kuikens komen uit hun ei. Met hun snavel tikken ze de schaal kapot. Eerst wapperen ze de linkervleugel droog, dan de rechter, dan rennen ze allemaal in het rond. Daarna zingen ze nog een paar paasliedjes, en dan is de uitvoering op de vroege woensdagochtend voorbij. Turkse moeders en Nederlandse vaders kijken vertederd toe, als hun kleuters twee aan twee met de juf naar de klas lopen.

Sinds afgelopen september zijn de kleutergroepen van openbare basisschool De Vierambacht in Rotterdam gemengd. De school staat in de deelgemeente Delfshaven, waar 30 procent van de bevolking autochtoon is en 70 procent allochtoon. Joke Stoltenhoff werkt er al 22 jaar als kleuterjuf en de laatste zestien jaar heeft ze geen autochtoon kind in de klas gehad. De Vierambacht was een zwarte school, zoals zoveel scholen in de oude stadswijken. Totdat negen Nederlandse ouders vorig jaar besloten hun kleuter tegelijk te plaatsen. Toen was er opeens een gemengde kleutergroep, met negen Nederlandse en negen Turkse en Marokkaanse kinderen.

Etnische segregatie geldt als een van de grote onderwijsproblemen. In Rotterdam is 40 procent van de basisscholen `zwart', dat wil zeggen dat de school 70 procent of meer zogenoemde 1,9-leerlingen heeft. Voor elke leerling van wie één ouder in het buitenland is geboren en laag is opgeleid ontvangt een school 1,9 keer zoveel geld als voor een Nederlandse leerling met gemiddeld of hoog opgeleide ouders. Die extra bijdrage moet de taalachterstand wegwerken, en de reputatie van slecht onderwijs op zwarte scholen bestrijden.

Maar zodra het aantal buitenlandse leerlingen een bepaald psychologisch punt heeft bereikt, dat voor elke ouder weer verschillend is, slaat de `witte vlucht' toe: dan kiezen Nederlandse ouders voor een school verder weg. Om te voorkomen dat hun kind een uitzondering wordt, en omdat ze bang zijn voor een dalend onderwijsniveau. Of het onderwijs op zwarte scholen werkelijk slechter is, is onderwerp van onderzoek en debat, dat wordt vertroebeld door verschillende kwaliteitsmaatstaven voor zwarte en witte scholen. Zwarte scholen worden zwarter, witte scholen worden witter, en niemand is er gelukkig mee. Pogingen in Gouda, Tiel en Amersfoort om de segregatie te doorbreken, bijvoorbeeld door spreidingsbeleid, zijn mislukt. Het recht op vrije schoolkeuze is heilig, gemeenten kunnen ouders alleen op vrijwillige basis vragen mee te werken.

Wat talloze ambtenaren en politici niet is gelukt lijken Rotterdamse ouders voor elkaar te krijgen. Nederlandse ouders willen dat de school een afspiegeling is van de stad en de buurt waarin ze wonen, ze willen dat hun kinderen naar dezelfde school gaan als de andere kinderen uit de straat. Prettige bijkomstigheid is dat de zwarte buurtschool geen wachtlijst of loting heeft, zoals de populairdere scholen elders in de stad. En dat de extra subsidie van de rijksoverheid het voor de meeste allochtone kinderen mogelijk maakt om met meer leerkrachten kleinere klassen te maken.

De Vierambacht heeft, verspreid over vier locaties, driehonderd leerlingen, de gemiddelde groep bestaat uit achttien leerlingen. Alle onderbouwgroepen beschikken over een onderwijsassistent of stagiair die de leerkacht bijstaat. De kleuters krijgen les in een mooi oud schoolgebouw in de C.P. Tielestraat, een zijstraat van de chique Heemraadssingel. Alleen hier was dit initiatief mogelijk: dankzij de combinatie van smalle straten en brede lanen, appartementen en herenhuizen, zijn de bewoners divers van inkomen, kleur en achtergrond.

Zeven maanden na de `overval' van de Nederlandse ouders is er een tweede half-om-half gemengde kleutergroep. En ook voor komend schooljaar zijn er voldoende aanmeldingen om het gemengde karakter te behouden. Directie, leerkrachten en ouders zijn enthousiast. Ook de allochtone ouders, want hun kinderen leren nu sneller Nederlands. Directeur Daaf van de Wege hoopt dat De Vierambacht een voorbeeld wordt voor andere scholen. ,,We waren zieltogend, nu bruisen we weer. Leerkrachten komen naar ons toe omdat ze hier graag willen werken.'' Leerkracht Joke Stoltenhoff weet maar één kanttekening te bedenken bij het initiatief van de Nederlandse ouders: ,,Ik wou dat ze eerder waren gekomen.''

Poppenhoek

Lotte zit tussen Mehmet en Yousra. Umut zit naast Lisa en Anna. `Ja juf', zeggen de vier- en vijfjarigen als juf Joke de namenlijst voorleest. Alle kinderen praten Nederlands met elkaar, de liedjes die ze zingen zijn Nederlands. De ochtend begint met `drama en dansante vorming' van een gastdocente in het gymlokaal: giechelende kleuters in witte hemdjes springen rond op muziek. Een blonde krullenbosvader op de fiets kijkt even door het raam.

Terug in de klas wordt er gegeten. Veel buitenlandse kinderen ontbijten niet, zegt de juf, maar ook de Nederlandse kinderen eten hun boterhammen. Daarna doen de kinderen verschillende dingen: ze verkleden zich in de `winkel', spelen in de poppenhoek, tekenen of puzzelen. De jongetjes zoeken elkaar op, de meisjes ook. Dat onderscheid weegt voor hen kennelijk zwaarder dan het verschil in afkomst. Eigenlijk is er maar één opvallend verschil tussen de buitenlandse en Nederlandse kinderen, vindt Joke Stoltenhoff. ,,De buitenlandse kinderen gaan vaak nog even door als ze eigenlijk moeten stoppen, ze proberen meer. Ik denk dat ze thuis meer mogen.''

Joanneke Wieringa is de moeder van Jolien van bijna zes, en Meike van twee. Ze is gipsverbandmeester in een ziekenhuis in Delft, haar man is projectleider bij een architectenbureau. Vorige zomer verhuisden ze van Tilburg naar Rotterdam. ,,Vooraf had ik al een gemengde school in gedachten. Ik zou graag willen dat een multiculturele samenleving vanzelfsprekend wordt, dat Jolien op een normale manier omgaat met mensen uit andere culturen. Bovendien had ik geen zin om de halve stad af te fietsen. Bij de eerste buurtschool waar we gingen kijken, hier in Delfshaven, zou Jolien één van de drie witte kinderen op de hele school zijn, dat vond ik niet goed. Met een groep Nederlandse kinderen tegelijk naar De Vierambacht was een gok die ik wel aandurfde.''

Met flyers op de crèches in de buurt werden ouders geworven. Voor de directie was het wennen, na zoveel jaar voor het eerst weer Nederlandse ouders op de voorlichtingsavond. Adjunct-directeur Jannie van der Giessen: ,,We hebben peentjes zitten zweten die avond. We werden door de mangel gehaald, de ouders zijn kritischer bij ons dan bij andere scholen.''

Opeens werden er weer lastige vragen gesteld. Waar staan jullie voor als school? Kunnen jullie goed onderwijs garanderen? Hoe weet ik zeker dat mijn kind geen taalachterstand oploopt? Zorgen de oudere buitenlandse jongens niet voor een vervelende macho-sfeer op het schoolplein?

De `nieuwe ouders' kunnen knap lastig zijn, beamen Joke Stoltenhoff en haar collega Cristel Wieman. Maar ze noemen het liever betrokkenheid. ,,Ons werk is er leuker door geworden, er is veel meer contact met de ouders. De allochtone ouders zijn wel geïnteresseerd in wat er op school gebeurt, maar ze plaatsen ons op een voetstuk. Ze zijn minder mondig, opgevoed in een cultuur waar de school alles bepaalt.'' Pas toen Nederlandse ouders bij het wegbrengen even bij hun kind in de klas bleven zitten, namen buitenlandse ouders dat over.

In de ouderkamer, waar ouders drie ochtenden in de week koffie kunnen drinken, zitten Sevim Suluki en Farida Outmani. Ze zijn aob, assistent ouder betrokkenheid. Met hun `rugzakproject' leren ze ouders hoe ze thuis met hun kind oefeningen kunnen doen, onder andere om de taalachterstand weg te werken. De Turkse Sevim is vrijwilligster bij De Vierambacht sinds haar oudste dochter er in 1982 begon, sinds vorig jaar wordt ze betaald. Het valt niet mee om de buitenlandse ouders bij de school te betrekken, erkent ze. ,,Bij feesten is het geen probleem, iedereen maakt hapjes. Maar als ik vraag of ze in de ouderraad of de medezeggenschapsraad willen gaan zitten, hebben ze het te druk.Ik denk dat de echte reden angst is. Ze spreken vaak onvoldoende Nederlands, en daarom zijn ze bang om het gesprek aan te gaan.''

Onaanspreekbaar

Veel van de allochtone ouders zijn op jonge leeftijd in Nederland komen wonen, slechts een enkeling spreekt vloeiend Nederlands. Ook kinderen die hier zijn geboren zijn soms `onaanspreekbaar', zoals dat op school wordt genoemd. Kleuters die niet naar een crèche zijn geweest en bij wie thuis Turks of Marokkaans wordt gesproken hebben nog nauwelijks Nederlands gehoord. Gemiddeld gaat het om één leerling per groep, schat Joke Stoltenhoff.

Een Turks jochie dat over een paar maanden vier wordt komt alvast een dagje langs, maar spreekt alleen Turks. Stoltenhoff vraagt een ander kind om af en toe te tolken. ,,Vorig jaar moest ik soms aan de groep vragen om wat minder Turks te praten, nu is het andersom.''

,,Amiene leert sneller Nederlands dan andere Marokkaanse kinderen'', zeggen zijn ouders, Mohamed Azizi en Samira Azizi Hammou. Amiene is een van de jongsten in de groep van juf Joke, in januari is hij vier geworden. Twee andere kinderen van het gezin zitten in groep drie en vijf. Thuis wordt zowel Nederlands als Arabisch gesproken. Azizi: ,,Als de kinderen iets in het Nederlands zeggen, praat ik Nederlands terug en als ze iets in het Arabisch zeggen praat ik Arabisch terug. Maar ze praten steeds vaker Nederlands.'' Overigens had Mohamed Azizi zijn kinderen liever op een witte school willen hebben, maar daar werden ze uitgeloot. ,,Rotterdam is geen goede omgeving voor opgroeiende jongens. We willen verhuizen naar Bleiswijk of Zoetermeer.''

Veel buitenlandse kinderen volgen één uur per week OALT, Onderwijs in Allochtone Levende Talen. De groepen 1 tot en met 4 doen dat onder schooltijd bij een aparte leerkracht, de oudere groepen krijgen de les buiten schooltijd. Juist onderwijs in de eerste taal komt het leren van een tweede taal ten goede, is de redenering. Joke Stoltenhoff gelooft daar niet in. ,,Negen van de tien Marokkaanse kinderen spreekt Berber, bij OALT leren ze Arabisch. Het blijft alleen bestaan omdat ze niet weten wat ze met al die leerkrachten aan moeten.'' Ook OALT-docent Fouzi Elhardouz is sceptisch over zijn eigen vak. ,,Een eigen identiteit is belangrijk voor een kind, zeker omdat je ook na twintig jaar in Nederland Marokkaan blijft. OALT biedt die identiteit niet, het kan beter worden afgeschaft.'' Daar denkt staatssecretaris van Onderwijs Karin Adelmund anders over. Hoewel recente rapporten keer op keer de problemen van OALT bevestigen, heeft zij de financiering van de taallessen al tot eind 2004 vastgelegd.

Ons cognitieve onderwijs is net zo goed als op een witte school, zegt de directie van De Vierambacht. Maar de meest objectieve maatstaf, de Cito-score aan het eind van het schooltraject, zegt iets anders. Bij een maximumscore van 550 en een landelijk gemiddelde voor zwarte scholen van 528 (tegenover een landelijk gemiddelde voor volledig witte scholen van 537,4) haalde De Vierambacht in 2001 een score van 517,4, de laagste gemiddelde Cito-score van alle Rotterdamse basisscholen. Dat gemiddelde geldt voor de nu nog volledig allochtone groepen 8. Directeur Van de Wege: ,,Dat was vreselijk, maar er is de laatste twee jaar veel veranderd. Andere onderwijsmethoden, andere leerkrachten. Dit jaar hadden we een score van 527,9.''

De grootste bedreiging voor het multiculturele experiment is volgens Van de Wege dat ouders er niet van overtuigd zouden zijn dat de school de verwachtingen kan waarmaken. ,,Als ik er niet zeker van was dat we op onderwijskundig gebied aan hoge eisen voldoen, zou ik het niet zeggen. Dat zou zich tegen ons keren.'' Het zelfvertrouwen is gebaseerd op nieuwe onderwijsmethodes, waarbij de voortgang van leerlingen nauwlettend wordt gevolgd, en onderwijs binnen één groep op drie niveaus kan worden aangeboden. Adjunct-directeur Van der Giessen: ,,We garanderen geen vwo, maar wel dat we uit elk kind halen wat er in zit.''

Kleinere klassen

De Cito-toets is één van de criteria bij de schoolkeuze. Ouders kijken ook naar de sfeer op school, het enthousiasme van de leerkrachten, het aantal extra activiteiten. Praktische factoren spelen een rol: is er een naschoolse opvang, liever dichtbij dan ver weg, en liever een paar vertrouwde ouders dan allemaal vreemden. Dan kun je tenminste een praatje maken bij de poort, en iemand bellen om je kind even mee te nemen als dat nodig is.

Multicultureel idealisme is een nieuw criterium. Niet alleen de Nederlandse ouders van De Vierambacht vinden exclusief witte scholen onwenselijk. De Rotterdamse basisschool De Pijler, op de witte Kop van Zuid, voerde begin dit jaar een aparte wachtlijst in voor allochtone kinderen, om te voorkomen dat sneller inschrijvende autochtone ouders de school vullen. Ouders willen liever een gemengde school, liet de directie weten. Haar motief kan minder maatschappelijk betrokken zijn dan het lijkt: gemengde scholen hebben kleinere klassen, met dank aan de allochtone leerlingen.

Voor extra geld van de lokale overheid hoeven de scholen het niet te doen. Els Kuijper, PvdA-wethouder onderwijs in Rotterdam, vindt wat er gebeurt op De Vierambacht ,,een leuk initiatief''. Maar de steun van de gemeente beperkt zich tot een bijdrage aan een korte documentaire over de school van TV Dits, die deze week bij TV Rijnmond werd uitgezonden. Kuijper: ,,We hebben de afgelopen periode geen beleid gevoerd om gemengde scholen te stimuleren. Er zijn geen instrumenten om de `witte vlucht' tegen te gaan. We zijn als PvdA principieel tegen dwang in het huisvestingsbeleid. Spreiden van allochtone leerlingen over de stad is ook onzin, want we hebben in Rotterdam een allochtone basisschoolpopulatie van 60 procent. Ooit hadden we het streven om niet meer dan 50 procent allochtone leerlingen per klas te hebben, maar dat is een gepasseerd station.''

,,Zonder wachtlijsten bij de witte scholen was dit niet gebeurd'', zegt leerkracht Cristel Wieman over De Vierambacht. ,,Het is een nobel initiatief, maar ook uit nood geboren.'' De schoolkeuze is een heikel punt voor geëngageerde ouders in de binnenstad. Pas toen haar dochtertje Luna werd uitgeloot voor de – witte – Montessorischool in de buurt, besefte Rosanne de Clercq dat die school haar eerste keuze was. Nu maakt De Vierambacht een goede kans. ,,Van de drie scholen die ik heb bezocht vond ik de sfeer daar het leukst. En ik wil graag een bijdrage leveren aan een andere samenleving, waar culturen samengaan. Maar als het erop aankomt, blijk ik toch de veiligheid van de Montessorischool te verkiezen. Deze maand doen we mee aan een tweede loting voor de Montessorischool. Door die schoolkeuze word ik enorm geconfronteerd met mijn vooroordelen.''

Ook voor de Nederlandse ouders die al voor De Vierambacht hebben gekozen is het multiculturele ideaal nog niet gerealiseerd. Het contact met de allochtone ouders beperkt zich tot korte gesprekjes in de ouderkamer. Joanneke Wierenga kent van alle Nederlandse ouders hun beroep, maar niet van de buitenlandse ouders. En soms moet er iets worden aangepast. Op voorstel van de Nederlandse ouders werd ook het Offerfeest gevierd, maar dat kon anderhalve week na de eigenlijke dag. Om de Marokkaanse ouders niet uit te sluiten is het Turkse Kinderfeest omgedoopt in het Internationale Kinderfeest.

Dat contact tussen de ouders komt nog wel, zeggen juffen Joke en Cristel. Of niet. ,,Want waar moeten ze over praten? Een 38-jarige Nederlandse vrouw heeft weinig raakvlakken met een 22-jarige Turkse vrouw. Je moet het niet idealiseren, dat doen wij ook niet.'' Sprekend met verschillende ouders ontstaat de indruk dat verschil in opleiding uiteindelijk bepalender is dan verschillen in afkomst en leeftijd. De Nederlandse ouders zijn zonder uitzondering hoog opgeleid, de buitenlandse ouders zijn dat niet.

Voor de ouders is het zoeken, voor de kinderen maakt het allemaal niets uit. Joanneke Wieringa ziet het aan haar dochter. ,,Jolien en Busra zijn allebei vol van barbies en make-up, daar spelen ze graag mee. Maar met Ramadan wordt er niet gespeeld, want dan is Busra's moeder te moe. Jolien neemt dat voor kennisgeving aan.''