Moslims moeten hun geloof serieuzer nemen

Niet te grote, maar juist te kleine invloed van de islam is de belangrijkste oorzaak van de vele misstanden waarbij moslims betrokken zijn. Dat is het oordeel van Mohammed Benzakour.

Als moslimjongeren zich bewuster zouden zijn van de betekenis van de islam, zouden ze meer respect hebben voor hun medemensen.

De aanslagen in de VS hebben in Nederland als een katalysator gewerkt voor allerlei gevoelens van onbehagen die er latent al waren. Het aan de kaak stellen van misstanden binnen de islam is een geliefde mantra geworden van veel journalisten, redacteuren en meningenmakers. De islam zou ondemocratisch zijn, anti-modern, onverlicht, vrouwvijandig. Moslims schijnen alleen nog goed om een oudejaarsconference mee te vullen. Een enkele tijdschrift-intellectueel pleitte er zelfs onverbloemd voor de islam en de belijdenis ervan bij wet te verbieden de doos van Pandora is geopend.

Helaas geeft de sociaal-politieke toestand in islamitische landen hun vaak gelijk: een mensenleven is er doorgaans niet veel waard; regeringen zijn corrupt of ronduit tiranniek; vrouwen worden gemarginaliseerd of gaan gebukt onder spookachtige burqa's. Het is dan voor de hand liggend deze misstanden op `de islam' af te schuiven. Maar dit nu juist is het grote misverstand.

Een voorbeeld. Veel feministen veroordelen `de islam' wegens de gewoonte om vrouwen te besnijden. Feit is dat de vrouwenbesnijdenis in werkelijkheid een Afrikaanse praktijk is die nergens in de koran wordt genoemd, noch door de Profeet werd geboden, noch door drie van de vier grote islamitische rechtsscholen wordt voorgeschreven en in de vierde school uitsluitend werd opgenomen in sommige landen van Afrika waar het een ingeburgerde lokale gewoonte is.

Wie minimaal bekend is met de religieuze bronnen weet dat de islam man en vrouw juist aanmoedigt om optimaal van elkaar te genieten. In het begin van zijn carrière werd Mohammed het vers geopenbaard `Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie. Komt dan tot jullie akker zoals jullie maar willen', hetgeen uitgelegd werd als een vrijbrief voor alle denkbare standjes dit was en vogue in een tijd dat joden nog geloofden dat als een man zijn vrouw via de achterkant neemt het kind scheel wordt. Hoe valt deze aansporing tot ongebreidelde bedfantasieën te rijmen met clitoridectomie of excisie?

Nog een voorbeeld. Als het om de (artistieke) vrijheid van meningsuiting gaat wordt Rushdie er onmiddellijk bij gehaald en krijgen we steevast beelden te zien van een menigte hysterische fanatiekelingen met Khomeiny's portret in de hand, terwijl over de meerderheid die tégen was niet of nauwelijks wordt bericht. Feit is dat zowel de religieuze autoriteiten van Saoedi-Arabië als de sjeiks van het gezaghebbende Al-Azhar in Kairo (het islamitische Vaticaan) de fatwa veroordeelden als onwettig en onislamitisch: de islamitische wet staat niet toe dat een persoon zonder vorm van proces ter dood veroordeeld wordt. Bovendien heeft die wet geen enkele rechtsgeldigheid buiten de islamitische wereld. Op de islamitische conferentie van maart 1989 verwierpen 44 van de 45 lidstaten unaniem de beslissing van de ayatollah. Ik vraag mij af hoevelen dit (willen) weten.

En toch het lijkt weinig zinvol historische of theologische wapenfeiten op te rakelen, want angstgevoelens worden er nauwelijks door weggenomen. Er is literatuur te over waarin dit allemaal nagelezen kan worden. Sinds de elfde september is met betrekking tot de islam een stroom debatten, themanummers en krantensupplementen over ons heengekomen. Korans en Arabische literatuur zijn bijna niet aan te slepen en menig Hollander spreekt al een aardig woordje Arabisch jihad, Al-Qaeda, halal, shari'a. En toch, het imago van de islam is meer bezoedeld dan ooit en moslims die trachten dat imago op te poetsen door onvermoeibaar barmhartige koranverzen te citeren, lijken een gevecht tegen de bierkaai te leveren. En wie vandaag de dag het multiculturele failliet durft te nuanceren is al gauw een `geitenwollensok' of een `gevaarlijke relativist'. De joods-christelijke beschaving is superieur en daarmee basta, zo is de atmosfeer. Ook in academische kringen. Belangrijke criticasters als Noam Chomsky en Karin Armstrong krijgen minimale aandacht en ik vraag mij af of het toevallig is dat een standaardstudie als Orientalism van Edward Said (waarin wordt aangetoond hoe wegens een historisch foutief gegroeid Oriënt-beeld het westen eeuwenlang het oosten heeft kunnen beheersen) wereldwijd in tientallen talen is vertaald, maar niet in het Nederlands. Ook niet na de elfde september. Het was Samuel Huntington die hier de toon aangaf.

Hoe komt dit nu? Het antwoord is even simpel als bizar: we wíllen helemaal geen relativering van ons islambeeld. Griezelen is nu eenmaal spannend. De lol is er van af als iemand gaat vertellen dat Dracula niet bestaat en dat het allemaal maar tomatenketchup is wat daar opspat. Magazines met een gesluierde vrouw op de kaft verkopen beter dan magazines zonder sluier, een Talibaan met een zwaard spreekt meer tot de verbeelding dan een gladgeschoren moslim die de krant leest. Deze griezelliefde ligt in de aard van het beestje. Niettemin is het een gevaarlijke aard, zeker als het gaat om kwesties die diep ingrijpen in het leven van onze medemens. Immers, angst evenals haat houdt de Eeuwige Ontkenning in. Angst ook angst op het intellectuele vlak doodt alles, behalve zichzelf.

Mijn punt is dat vele misstanden die doorgaans verklaard worden als een teveel aan islam, juist te herleiden zijn tot een tekort eraan. Ik durf de stelling aan dat de moslimgemeenschap (hier te lande) een ander aangezicht zou hebben verworven als zij meer in staat was geweest naar de geest van de islam te denken en te handelen. De ware moslim ziet het leven als een glas: het kan lange tijd mee, maar het kan ook zomaar breken; zijn waarde ontleent het aan de inhoud.

Hoe valt deze kijk te rijmen met het gegeven dat hongerstakende witte illegalen, onder wie veel moslims, uitsluitend gastvrijheid vinden in kerken? Waarom worden daklozen en drugsverslaafden systematisch geweerd uit moskeeën, terwijl men bij het lezen van de koran telkens de eis van broederschap en rechtvaardigheid tegenkomt: ,,De gerechtigdheid bestaat er niet in dat ge uw gezicht naar het oosten keert (het gebed), maar vroom is wie zijn vermogen, ondanks zijn liefde ervoor, geeft aan verwanten, wezen, armen en pelgrims, en aan de geknechten.' Met smart wacht ik op de dag dat een islamitische Hans Visser opstaat, die van zijn moskee een Pauluskerk maakt waar iedereen, niet alleen moslims maar ook christenen, hindoes, heidenen, joden, en al die ontheemden en van huis en haard verstokenen terechtkunnen voor voedsel en medicijnen. We kennen in Nederland katholieke, lutherse, doopgezinde, remonstrantse, gereformeerde, oud-gereformeerde, oud-katholieke bejaardenhuizen, oude-homo's-huizen, we kennen verzorgingshuizen voor spastische kinderen, verzorgingshuizen voor slechthorende kinderen, voor lamme kinderen, gehandicapte kinderen, weggelopen kinderen etc. Maar wat heeft de islamitische gemeenschap?

Uit een onderzoek vorig jaar van professor Han Entzinger bleek dat praktisch honderd procent van de Marokkaanse en Turkse jongeren zichzelf islamitisch noemt. Dit gaf enige commotie, maar dit cijfer heeft alleen symbolisch betekenis. Want als de islam een praktisch geloof is (wat hij dus is), dan zal het leeuwendeel van die jongeren glorieus zakken voor de poort van de islamitische Petrus. Slechts een enkeling verricht het gebed, doet aan ramadan, onthoudt zich van bier, weigert seks vóór het huwelijk, en nog minder jongeren bezoeken vrijdags de moskee. Dat laatste bevreemdt mij trouwens niet. Aan mijn eindeloze moskeebezoeken houd ik voornamelijk de herinnering over van beklemming en verveling; zoals we daar zaten, met sokken en bange gezichten, luisterend naar de verschrikkingen die ons te wachten staan in geval van ongehoorzaamheid; dit mekka van apodictische geboden & verboden maakte mij tot een dolende hypochonder. Zoetjesaan werd mij duidelijk dat mijn God niet in dit godshuis vertoeft, maar in het geschrift dat met het hart is gecreëerd. Binnen de kring van de feitelijke ervaring werd mijn geloof er een dat leeft van verbeelding, maar gespeend is van ieder voorschrift. Die heimelijke spiritualiteit moet uit mijzelf voortkomen; die kan ik niet ergens vandaan halen. Van nature is ieder mens een antinomist; meer geschapen voor uitzonderingen dan voor wetten; zonde en perversiteit zijn een van de machtigste drijfveren van zijn ziel, zo niet de machtigste; het zijn de meest onherleidbare, oorspronkelijke neigingen die het karakter van de mens bepalen. Iedere sterveling heeft wel honderden, duizenden malen iets slechts of onzinnigs gedaan om geen andere reden dan dat hij weet dat hij het niet mag doen. Wat zegt bijvoorbeeld een hoofddoek ons vandaag de dag nog? Kuisheid? Onschuld? Helaas. Sinds ik heb ervaren waartoe een hoofddoek in bed in staat is, wekt iedere hoofddoek in het straatbeeld bij mij uitsluitend wellust op het is de scabreuze uitkomst als de blinde regel regeert.

Over welke islam hebben we het als onze zonen ontsporen en onze dochters van huis weglopen, terwijl de grootste zorg der moskeegangers bestaat uit de zetel in het paradijs of een goede parkeerplek bij de moskee. Roddel en achterklap aangaande materiële zaken als woning en vakantiebusje zijn het meest favoriete tijdverdrijf van onze vaders, voor en na het gebed. Het is hun kennelijk niet opgevallen dat de toekomst van het eigen kroost, en dus die van de gemeenschap, op de rand van de afgrond wankelt.

,,Gelukkig zijn de gelovigen die zich bij hun gebed verdeemoedigen, zich niet afgeven met onnodig gepraat, aalmoezen geven, de deugd beoefenen', onderrichtte de profeet zijn metgezellen. Voortdurend wees hij erop dat vormen en riten voor de mens gemaakt waren, en niet de mens voor vormen en rites, maar hoeveel vaders verstaan deze taal?

Naast alle twijfel die je kunt hebben over deze of gene moslim, naast alle woede over gebrek aan daadkracht, ruimdenkendheid en maatschappelijke betrokkenheid, wint het vermoeden aan kracht dat er sprake is van een dieper liggend onvermogen, een machteloosheid. Dat gevoel wordt versterkt door buitenlandse ontwikkelingen als Srebrenica, Tjetsjenië, Afghanistan, de gedoogde uitroeiing van de Palestijnen. Men voelt zich vernederd, verbitterd en in zijn bestaansrecht bedreigd, waardoor velen hun toevlucht zoeken in (ijdel) extremisme. Baarden worden langer, de musk penetranter, de taal militanter.

Een voorstelbare reactie, maar toch is het goed erop te wijzen dat fanatisme en overdrijving niet voorkomen in Mohammeds vocabulaire. Toen in oorlogstijd een volgeling hem eens vertelde dat hij al zijn bezittingen had weggeschonken en daarna dag en nacht had gebeden kreeg hij te verstaan: ,,Dit gedrag kenmerkt geen normaal mens, maar een ongewenste fanaticus.'

Met nostalgie stel ik mij de tijd voor waarin keizer Frederik II als gast in Jeruzalem verbleef. De moëddzin van de moskee riep toen niet op tot het gebed, omdat hij de religieuze gevoelens van de vorst niet wilde kwetsen. Op zoveel lankmoedigheid hoeft men vandaag de dag niet te rekenen. Moskeeën lijken gevangen in een moreel vacuüm, wat zich voornamelijk manifesteert in berusting of het verketteren van de gedegenereerde buitenwereld. Het zou godvruchtiger zijn als imams wat vaker hun studeerkamers verlieten om de schrijnende realiteit onder ogen te zien: de verloren zonen in coffeeshops die maar één geloof kennen: het nihilisme, dochters in opvangtehuizen die maar twee uitwegen zien: prostitutie of zelfmoord.

Moskeeën zijn in te veel opzichten naar binnen gerichte mannenbolwerken. De vrouw heeft geen enkele inbreng in het huis van God. Bij elke nieuwe op te richten gebedsgelegenheid moeten de vrouwen maar afwachten of zij een plek toebedeeld krijgen. Liever besluit het bestuur de overgebleven vertrekken in te ruimen voor de verkoop van groenten en dadels. Hoe lang zal het duren voor een vrouw toetreedt tot een moskeebestuur? Toen de profeet zijn vrouw Aïsja aanstelde als leidster van een enorm legerregiment was hij zijn tijd te ver vooruit.

Het zou onze moslimgemeenschap sieren als zij zich wat meer bewust zou zijn van het feit dat zij woonachtig is in een buitengewoon islamitisch land, islamitischer nog dan hun landen van herkomst: Nederland kent rechtshulp en vrijheid van religie, het heeft een progressief belastingstelsel, het kent studiefinanciering en niemand hoeft hier om te komen van de honger; wat in de Grondwet staat, predikt de koran ook, maar wie luistert?

Soms gloort er hoop. Zoals op het laatste Suikerfeest, toen in een Haagse Turkse moskee geen 24 maar vijftienhonderd rozen werden uitgereikt om weg te geven aan de autochtone buurman of -vrouw. Na alle vijandige incidenten van de afgelopen tijd met moslims, getuigde dit rozenproject van grote generositeit; helaas was dit project een uitzondering die nergens navolging kreeg.

Ik moet bekennen dat bij het op schrift stellen van deze gedachten ik geplaagd word door schimmen van traditionele schaamte. Het riekt naar nestbevuiling. Maar ik vraag mij af of zwijgen verstandiger is. Van ongerijmdheden is niemand ooit gelukkiger geworden. Niettemin is het te makkelijk alle ongerijmdheden op het bordje van de islam te slingeren; dat riekt naar een soort populisme waaraan ik niet mee wens te doen: de leer als zodanig valt namelijk weinig te verwijten.

Onlangs stelde mijn landgenoot Hafid Bouazza allerlei misstanden binnen de islamitische gemeenschap aan de kaak. Zijn observaties waren vaak raak, maar zijn analyse miste doel. Eén voorbeeld: Bouazza kwalificeert het laakbare gedrag van Marokkaanse jongens in zwembaden alsmede hun `Hamas! Hamas! Alle joden aan het gas' als ,,misdragingen van groepen moslims'. Groepen moslims? Behalve dat deze slogan van Feyenoord-supporters is geleend, is Bouazza's kwalificatie een sofisme van het komische soort. Want waren deze boefjes werkelijk bezield van de gedragsregels uit de koran, dan waren ze nu de meest ideale schoonzoontjes van Amsterdam, ze zouden braaf in de schoolbanken zitten, ze zouden oude vrouwtje helpen oversteken en ze zouden hun ogen neerslaan wanneer een meisje nadert. In een artikel in de Groene Amsterdammer heb ik al eens bepleit deze boefjes niet in hechtenis te nemen, maar ze in plaats daarvan moskeearrest te geven. Enig normbesef en etiquette in de sociale omgang, dát is waar het hun aan ontbreekt.

En tegen hen die beweren dat de islam een bedreiging vormt voor de multiculturele samenleving zou ik willen zeggen dat het de profeet Mohammed was die als eerste erin slaagde de woeste, verdeelde en rivaliserende bedoeïenenstammen tot één vredige leefeenheid te smeden en die gevoelens van naastenliefde en rechtvaardigheid wist wakker te roepen in de meest verstokte harten van geheel Arabië. Hij alleen zag dat er op de heuvelen van het leven slechts sprake was van God en de Mens.

Kritiek leveren op de Nederlandse moslimgemeenschap voelt doorgaans ongemakkelijk aan. Het heeft iets lafhartigs. Want in tegenstelling tot wat gesuggereerd wordt, zijn in Nederland het islamitische en het niet-islamitische volksdeel (vergeef me deze tweedeling) gelijkwaardige partijen. Het niet-islamitische deel is in alle opzichten superieur; economisch, politiek, maatschappelijk, en qua geletterdheid. Dat is meteen de zwakte als men het debat of de dialoog zoekt. In intellectueel opzicht hebben de meeste islamitische woordvoerders weinig in de melk te brokkelen. In debatten kunnen ze zich in het algemeen slecht verweren. Aan ingangen tot invloedrijke podia en media ontbreekt het hun veelal en de voormannen die wel toegang vinden ontberen gezag en een achterban. Dat is een bron van frustratie; achter de façades van dialogen, multiculti-festivals en goede bedoelingen schuilen diepe gevoelens van wantrouwen en minderwaardigheid die een sluimerende onthechting en verwijdering in de hand werken. Ofschoon beleidsmakers en intellectuelen steeds vaker hun hoop vestigen op de hoger opgeleide moslims, zullen juist deze moslims zich in toenemende mate solidair betonen aan de eigen groep. Uit stil protest zullen ze zich vastklampen aan de cultuur van het land van herkomst en, ja, zich apologetisch opstellen. Waarom? Omdat men, wegens allerlei publieke affaires, in toenemende mate gegriefd is.

De oogst van het afgelopen jaar: de wijze waarop na de afgelasting van het toneelstuk Aïsja alle moslims werden gedemoniseerd, terwijl het nota bene de hoofdrolspeelster, Saïda Baadi, zelf is geweest die er de brui aan gaf toen ze haar libretto nauwkeuriger had gelezen; de vele geweldsincidenten na 11 september jegens moslims (ze moesten praktisch publiekelijk een verklaring afleggen dat ze antiterrorist zijn), de hoon en afwijzing waarop vrouwen met een hoofddoek stuitten, de wijze waarop half Nederland is gevallen over imam El-Moumni, die nu strafrechtelijk wordt vervolgd terwijl Pim Fortuyn als de rattenvanger van Hamelen steeds meer volgelingen in zijn kielzog meeneemt en rustig kan blijven rondbazuinen dat moslims achterlijk zijn, de wijze waarop de Nederlandse regering in het kader van onderzoek naar bijstandsfraude is omgesprongen met haar Marokkaanse ingezetenen (het stopzetten van de kinderbijslag en andere rechtmatige uitkeringen van mensen die niets met het conflict te maken hebben), de lakse houding van het kabinet aangaande de twee in Kashmir omgebrachte Eindhovense moslims, de onbegrijpelijke actie van GroenLinks om de enige gezaghebbende islamitische voorman Mohamed Rabbae roemloos van de kieslijst af te voeren, de rabiate wijze waarop Adelmund over de vermeende radicalisering van het islamitisch onderwijs oordeelde terwijl kort daarop uit een BVD-rapport bleek dat het om een storm in een glas water ging, Balkenende die zijn eigen verzuilingsgeschiedenis even opzijzet en ineens als spuit elf de monocultuur ontdekte deze onuitputtelijke lijst draagt bij tot een groeiende verongelijktheid die iedereen zich zou moeten aantrekken. Geïntegreerde moslims die de potentie hebben de brug te slaan naar islamitische groepen zullen zich afkeren en ze raken vervreemd van Nederland en de Nederlandse politiek. De aaneenschakeling van genoemde affaires hoort bij die vervreemding.

Nog iets: toen hij zonder ironie verklapte artikel 1 van de Grondwet te willen afschaffen, nagelden alle politieke partijen zonder uitzondering Pim Fortuyn aan de schandpaal. `Teruggang in beschaving', zo heette het. Twee maanden later, nu de Lijst Fortuyn het historisch goed doet in de peilingen, staan `beschaafde' partijen als het CDA en VVD te popelen om samen met hem te regeren. Wie kan nog ontkennen dat er een rechtse, islamofobe wind door het land waait? Het is zelfs de Duitse bondskanselier opgevallen.

Juist die vervreemding is het meest zorgwekkend, want of we het leuk vinden of niet Nederland en zijn islamitische gemeenschap zijn tot elkaar veroordeeld. Er is geen weg terug. Zonder dat ze elkaar met elkaars verworvenheden kunnen of hoeven te bezielen, dient gezocht te worden naar een hernieuwd evenwicht. Omdat Nederlanders zich meer nonchalance kunnen veroorloven, dient het initiatief bij hen te liggen. Aan hen dient in eerste instantie gevraagd te worden zich meer rekenschap te geven van de realiteit van de moslim en zijn religieuze tradities. En dan zonder die ondubbelzinnige ondertoon van paternalisme die maar al te vaak de houding heeft bepaald. Dit is voor Nederland zelf belangrijk, het is nodig voor de vitaliteit van zijn wonderlijke beschaving. Maar voorlopig zou ik zeggen: laat elkaar met rust.

Wat betreft de moslimgemeenschap zou ik wensen dat ze naar een nieuwe uitingsvorm zoekt. Een vorm die etnische gebruiken overstijgt zonder ze te negeren. Ik zou wensen dat Allah op een wederkerige en menselijke manier wordt geherintroduceerd. En dat geen almachtige Allah wordt vereerd, maar een weerloze, een sentimentele, een lieve dat zou mijn voorkeur hebben. Maar dat zal nog wel even duren, en tot die tijd troost ik mij met een gedicht dat als een cherubijn boven mijn bed hangt. Het is van onze enige volksschrijver, Gerard Cornelis van het Reve.

Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets,

En twijfel ik aan alles, zelfs aan U.

Maar soms, wanneer ik denk dat Gij

waarachtig leeft,

Dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,

En dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt

Zoals ik U.

Mohammed Benzakour is publicist. Dit artikel is een bewerking van zijn bijdrage aan de conferentie `Witkijkers en zwartwassers, de onvermijdelijke dubbelheid van de multiculturaliteit' op dinsdag 9 april in de Balie te Amsterdam.

Gerectificeerd

Moslims

In het artikel Moslims moeten hun eigen geloof serieuzer nemen (6 april, pagina 6) staat dat ,,in Nederland het islamitische en niet-islamitische volksdeel gelijkwaardige partijen' zijn. Dat moet zijn: ,,geen gelijkwaardige partijen'.