Midden-Oosten 1

Vol verbazing las ik het polemische artikel van de heer Bennett (NRC Handelsblad, 27 maart).

In zijn betoog verwerpt Bennett alle vredesinitiatieven betreffende het conflict tussen Israël en de Palestijnen.

Hij suggereert dat keihard geweld tegen de Palestijnen de beste oplossing is. Het idee dat de Palestijnen door middel van nog hardere terroristische aanslagen wraak zullen nemen, komt bij de schrijver niet op.

Hij wil problemen oplossen door tot haat aan te zetten. Ik heb altijd geleerd dat je op deze manier de problemen alleen vergroot. Bennett verwijt de Amerikaanse regering concessies aan het terrorisme, wanneer zij het terrorisme bekritiseert. De `fatsoenlijke democraat' Bennett weet betere manieren om de zaak in het Midden-Oosten op te lossen.

Bennett wil het bestaan van Yasser Arafat negeren. Over de rechtmatigheid van zijn leiderschap kun je twisten, maar ontkenning van zijn rol in dit conflict staat voor de Palestijnen gelijk aan het negeren van het gehele Palestijnse volk. Bovendien moet er toch met iemand gepraat worden om tot vrede te komen.

De schrijver scheert Amerika en Israël over één kam, omdat het allebei democratieën zijn, gekenmerkt door godsdienstige en etnische verscheidenheid.

Als die verscheidenheid juist zo belangrijk is, waarom doet Bennett dan uitspraken als `we moeten niet vergeten dat de Palestijnen op 11 september juichend de straat opgingen'? Een dergelijke stigmatiserende uitspraak over het Palestijnse volk leidt tot discriminatie van moslims in een heterogene democratie. Dit komt onze multiculturele samenleving niet ten goede. Bennett beschuldigt de Palestijnen van antisemitisme, maar zelf zet hij aan tot moslimhaat.

Het probleem is volgens Bennett niet de Israëlische heerschappij over de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, maar het bestaan van de democratie Israël.

Voor zover ik weet is het probleem dat een Palestijns schoolkind in de aardrijkskundeles de staat Palestina niet aan kan wijzen.