Met de tenorsax het Parijse nachtleven in

Ex-Roberto Jacketti-saxofonist Barend Middelhoff verovert Parijs. De Franse hoofdstad bruist weer van de jazzmuziek, ontdekte Marcel Haenen.

,,Als die tent vanavond leeg blijft, kan ik het natuurlijk wel shaken'', zegt hij tijdens het diner in de kelder van restaurant Le Petit Chatelet. Zalm met cola. Na de maaltijd rangschikt hij op een A4-tje de twaalf nummers die zijn Barend Middelhoff Quintet vanavond in drie sets zal spelen. Voor één compositie, net gemaakt door harmonica-speler Olivier Ker Ourio, moet nog een titel worden bedacht. Vijf over negen, doopt men unaniem achteloos het nummer. Want zo laat is het.

In de prestigieuze Parijse jazz-club Duc des Lombards blijkt een half uurtje later dat er geen reden is voor ongerustheid. De lancering in Frankrijk van tenorsaxofonist Barend Middelhoffs laatste cd, City Lines, zal niet onopgemerkt blijven. Bijna alle honderd krakkemikkige houten stoeltjes en banken zijn bezet.

Aangetrokken door de drang naar avontuur en geholpen door de – inmiddels verbroken – liefde voor een Franse celliste, verkaste Barend Middelhoff (Alkmaar, 1965) drie jaar geleden van Amsterdam naar Parijs. Hij had in Nederland inmiddels zijn sporen verdiend. Als tiener speelde hij in de ska- en punkband Roberto Jacketti & The Scooters, hij begeleidde gitarist Harry Sacksioni en maakte deel uit van de jazzformatie The Houdini's. Middelhoff was de Hollandse Sonny Rollins. Toch knaagde het.

,,Nederland was fijn, maar op een gegeven moment te comfortabel'', vertelt Middelhoff. ,,Je bereikt een punt dat alles vanzelf loopt. Als je naar zo'n grote stad als Parijs gaat, word je ondergedompeld in anonimiteit. Ik had ontzettende behoefte om out of the blue het podium op te lopen. Het is leuk om alles opnieuw te moeten doen en je af te vragen: wat heb ik te vertellen? Wat is mijn verhaal? Wat is mijn ding?''

En dus trok een totaal onbekende, magere Hollandse jongen avond aan avond met de tenorsaxofoon over de schouder het Parijse nachtleven in. Moed verzamelend om je op een goed moment brutaal tussen de lokale muzikanten te wringen. Laten horen dat je de moeite waard bent. Om een uur of vijf 's nachts keerde hij dan terug naar zijn appartementje. Opletten dat de Noord-Afrikaanse randgroepjongeren niet je Selmer-toeter stelen.

Drie jaar later werpt die toewijding onmiskenbaar vruchten af. Dan presenteer je dus op een lente-avond in de Europese hoofdstad van de jazz in een volle bak je met Franse muzikanten opgenomen nieuwe plaat. En hoe ingeburgerd hij is, blijkt eigenlijk pas een avond later wanneer muzikale asielzoeker Barend Middelhoff voorgaat in een rondleiding langs Parijse jazzclubs. Hij is voortdurend bezig mensen met twee zoenen te begroeten, zit in het restaurant naast een oude man die vertelt dat hij gisteren heeft genoten van Barends concert en de drummer in de kroeg in Montmartre waar we toevallig langslopen, wenkt hem. ,,Hee, Ba-rént, kom spelen.''

Natuurlijk zitten die Franse collega's niet echt te wachten op extra aanvoer, maar toch. ,,Muzikanten van buiten Parijs worden exotisch gevonden en dat is een groot voordeel. Ik ben de Hollander en daar is er hier voorlopig maar eentje van.''

Toch moet dat vooral niet zo blijven, vertelt Gerco de Vroeg. Hij is op de Nederlandse ambassade in Parijs belast met de praktische uitvoering van het cultuurbeleid. Hij besprak bijvoorbeeld met Barend Middelhoff wat de beste manier zou zijn om de saxofonist prominent onder de aandacht te brengen.

,,Het optreden mocht absoluut geen fiasco worden. Zo'n eerste groot concert in een gerenommeerde club fungeert als een trampoline: als het lukt sta je voorgoed in de agenda's en wordt er over je geschreven'', zegt De Vroeg. Om die reden heeft de ambassade de club waar Middelhoff optrad een ,,kleine subsidie'' gegeven. In ruil daarvoor kreeg de diplomatieke vertegenwoordiging kaartjes om in ieder geval 46 plekken met genodigden in de Duc des Lombards te kunnen vullen.

,,Nederlandse muzikanten vergeten doorgaans Frankrijk aan te doen omdat het zo'n ondoorzichtig land is. Frankrijk staat natuurlijk ook met de rug naar Nederland. Het draait hier op netwerken en er is al zoveel van alles'', zegt De Vroeg. Desalniettemin is er reden om ,,de muzikale confrontatie met de Fransen aan te gaan'', vindt De Vroeg. Want vooral jazz-muziek mag zich in de Franse hoofdstad in een toenemende populariteit verheugen. ,,Er is hier een enorme afzetmarkt''.

De wijze waarop nu Middelhoff zich een weg baant in Parijs zou wat De Vroeg betreft ook kunnen gaan gelden voor zangeres Ineke van Doorn en haar gitarist en levenspartner Marc van Vugt. ,,We bekijken of het mogelijk is om met de formatie Van Doorn, Barend Middelhoff en een aantal Franse muzikanten dubbelconcerten te gaan organiseren'', zegt De Vroeg. De vocal jazz group Van Doorn kreeg vorig jaar de Edison Jazz Award 2001 voor de met Eric Vloeimans opgenomen cd Love is a golden glue. Sinds november wonen de Brabanders Van Doorn en Van Vugt in het door schilder, schrijver en architect Theo van Doesburg – oprichter van de kunstenaarsbeweging De Stijl – in 1930 gebouwde huis in de Parijse voorstad Meudon Val Fleury. Op de betonnen tafel van het enorme atelier in het Van Doesburghuis – twee gestapelde kubussen – staat een computer en een toetsenbord. Hier wordt gecomponeerd.

,,Een andere werkplek geeft andere energie, nieuwe inspiratie'', zegt Van Doorn, die haar leeftijd niet wil verklappen. ,,Als je hier de stad inloopt, doe je veel nieuwe invloeden op. In Parijs krijg je de hele Europese geschiedenis op je nek''. De zangeres, die op de vorige maand verschenen cd Uncovered voor het eerst in het Nederlands zingt, zegt zelfs te overwegen nieuwe composities in de Franse taal uit te voeren. ,,In Nederland moeten we ook nog steeds hard werken, maar je wordt toch een deel van het meubilair'', zegt Van Vugt (42 jaar), die al 23 jaar samenwerkt met Van Doorn. Ook zij zeggen het prettig te vinden om weer vanaf nul te moeten beginnen. ,,Nederlandse jazz-muzikanten hebben echt een waanzinnig niveau'', zegt Marc. ,,Die kunnen overal mee.''

Er is wel een verschil met de Nederlandse jazz-scene, merken de Hollanders. In Frankrijk wordt meer in hokjes gedacht. Je maakt free jazz, bebop of New Orleans-jazz. ,,Terwijl in Nederland alles veel losser is, alles loopt door elkaar heen. Het broeit daar enorm'', zegt Van Vugt.

De Franse jazz is minder ritmisch. Er is geen echte groove, merkt Middelhoff, die ter illustratie op de vloer van het café stampt. ,,Het is allemaal iets dramatischer, zoals Fransen nu eenmaal zijn'', zegt hij. Die invloed is niet aan hem voorbijgegaan. Zijn `Franse' cd is ook een origineel samenspel van melodielijnen. Trombone, mondharmonica en zijn tenor zijn voortdurend met elkaar in gesprek.

Hoe groot de Franse markt is, blijkt alleen al uit het enorme aanbod aan jazz-clubs in Parijs. Op een door het Franse maandblad Jazzman, `le journal de tous les jazz', in januari gepubliceerd overzicht staan 21 jazzkroegen waar soms zelfs iedere avond – tegen een entreeprijs van tussen de tien en twintig euro – live jazzmuziek is te horen. Dat is een aanbod dat zeker niet kleiner is dan dat van Manhattan.

Jazz is hier ook reuze cool, bepaald geen uitstervende muziekvorm. In het met prachtige ballonnen aan de gevel versierde kraakpand aan de Rue de Rivoli nummer 59 – luisterend naar de naam Chez Robert – staat in het kelderpodium iedere zaterdag jazz op het programma. Het gemiddeld twintig jaar oude publiek – zo'n zeventig man – zit er tot het plafond gestapeld om te luisteren naar een concert van Middelhoff, een Franse drummer en contrabassist. En waar het in Nederland goed gebruik is door jazz-concerten heen te praten, wordt er in Frankrijk muisstil geluisterd. Al is het Parijse publiek wel Hollands zuinig met het in een rieten mandje stoppen van een vrijwillige financiële bijdrage voor de muzikanten. Jazz blijft natuurlijk overal sappelen.